Kerncijfers wijken en buurten 2001

Kerncijfers wijken en buurten 2001

Regio Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (1 000 euro) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%) Oppervlakte en bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik Verkeer (%)
Wijk 01 Cadier c.a. 17,0 11,0 39 22 19 3
Cadier 17,4 11,4 36 23 18 5
Keersop . . . . . 1
Keersopperbeemden 17,8 10,5 34 28 10 6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Kerncijfers wijken en buurten
Gegevens beschikbaar: 2001
Frequentie: deze tabel bevat alleen de gegevens over 2001 en is daarna stopgezet.
De publicatie "Kerncijfers Wijken en Buurten 2001" bevat statistische gegevens voor alle gemeenten, wijken en buurten van Nederland. Aan elk van deze gebieden is een unieke code van acht posities toegekend in de 'Landelijke wijk- en buurtindeling op 1 januari 2001'. Deze wijk- en buurtcode is opgebouwd uit een gemeentecode van vier posities, gevolgd door een wijkcode van twee posities, gevolgd door een buurtcode van twee posities. De kerncijfers hebben hoofdzakelijk tot doel de verschillende onderdelen van gemeenten onderling te vergelijken. Door de landelijke aanpak is het ook mogelijk om buurten van verschillende gemeenten onderling te vergelijken

Toelichting onderwerpen

Inkomen
De gegevens zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek 2000.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Dit veld geeft het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52
weken inkomen over het jaar 2000. Het besteedbaar inkomen is het totaal
aan inkomsten van een individu verminderd met betaalde premies en
belastingen. Individuen met 52 weken inkomen hebben het gehele jaar 2000
inkomsten genoten, al dan niet in deeltijd. Dit gegeven is afkomstig uit
het Regionaal Inkomensonderzoek 2000. De genoemde bedragen zijn afgerond
op 1000-voud met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld Appingedam
14,9 lezen als 14,9 duizend euro.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Dit veld geeft het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner over het
jaar 2000. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten
van een individu verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de
berekening van dit veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen
binnen een gebied opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld
door het aantal inwoners van het gebied. Dit gegeven is afkomstig uit het
Regionaal Inkomensonderzoek 2000. De genoemde bedragen(in euro's)zijn
afgerond op 1000-voud met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld
Appingedam 10,2 lezen als 10,2 duizend euro.
Lage inkomens
Dit veld geeft het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in
2000 een besteedbaar inkomen onder de 13.000 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
Het grensbedrag van 13.000 euro is het 40-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 2000.
Hoge inkomens
Dit veld geeft het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in
2000 een besteedbaar inkomen boven de 22.200 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
Het grensbedrag van 22.200 euro is het 80-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 2000.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar dat in 2000 een
uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten
van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
In dit onderzoek worden individuen met 52 weken inkomen ingedeeld naar
sociaal-economische categorieën. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de 'niet-actieven' gerekend. Deze
'niet-actieven' hadden in 2000 dus een uitkering als voornaamste
inkomensbron.
Oppervlakte en bodemgebruik
De oppervlakte van de gemeente, wijk of buurt uitgedrukt in hectare
(ha.) en opgesplitst in land, water en totale oppervlakte.
Het bodemgebruik geeft de verdeling stedelijk en niet-stedelijk
bodemgebruik weer met bijbehorende categorieën.
Stedelijk bodemgebruik
Het digitale bestand bodemgebruik 2000 is gecombineerd met het digitale
buurtgrenzen-bestand 2001 en vervolgens zijn de 37 afzonderlijke
categorieën bodemgebruik herleid tot hoofdgroepen.
Deze hoofdgroepen zijn in de publicatie Kerncijfers wijken en buurten
2001 afzonderlijk opgenomen als percentage vermeld .
De oppervlakte land is opgesplitst in stedelijk bodemgebruik en
niet-stedelijk bodemgebruik.
Onder stedelijk bodemgebruik vallen de volgende categorieën:
1 Verkeer (spoorweg, hoofdweg, vliegveld )
2. Bebouwd (woongebied, bedrijfsterrein, e.d.)
3. Semi-bebouwd (delfstofwinplaats, bouwterrein, e.d.)
4. Recreatie (park en plantsoen, sportterrein, verblijfsrecreatie,e.d.)
Bovenstaande hoofdgroepen bodemgebruik zijn in de publikatie als
percentage van de totale landoppervlakte weergegeven.
Verkeer
Tot deze categorie wordt gerekend : spoorweg, hoofdweg en vliegveld.