WOZ-objecten naar waardeklasse; 1997 - 2011

WOZ-objecten naar waardeklasse; 1997 - 2011

Waardeklasse WOZ-objecten Regio's Perioden Totaal WOZ-objecten (aantal) WOZ-objecten woningen (aantal) Recreatiewoningen en overige woningen (aantal) Niet-woningen; gedeeltelijk bewoond (aantal) Niet-woningen; niet bewoond (aantal)
Totaal Nederland 2010* 8.402.000 7.149.037 414.609 94.722 743.632
Totaal Noord-Nederland (LD) 2010* 889.234 729.186 51.116 19.041 89.891
Totaal Oost-Nederland (LD) 2010* 1.695.559 1.426.858 75.054 29.304 164.343
Totaal West-Nederland (LD) 2010* 4.027.384 3.476.778 197.899 21.517 331.190
Totaal Zuid-Nederland (LD) 2010* 1.789.823 1.516.215 90.540 24.860 158.208
Totaal Groningen (PV) 2010* 298.368 250.408 15.961 6.147 25.852
Totaal Friesland (PV) 2010* 338.533 274.732 18.794 6.545 38.462
Totaal Drenthe (PV) 2010* 252.333 204.046 16.361 6.349 25.577
Totaal Overijssel (PV) 2010* 556.041 459.441 27.192 11.792 57.616
Totaal Flevoland (PV) 2010* 174.396 151.419 4.542 2.314 16.121
Totaal Gelderland (PV) 2010* 965.122 815.998 43.320 15.198 90.606
Totaal Utrecht (PV) 2010* 585.178 511.798 20.278 3.786 49.316
Totaal Noord-Holland (PV) 2010* 1.424.506 1.222.736 75.889 7.161 118.720
Totaal Zuid-Holland (PV) 2010* 1.797.206 1.567.877 78.666 7.809 142.854
Totaal Zeeland (PV) 2010* 220.494 174.367 23.066 2.761 20.300
Totaal Noord-Brabant (PV) 2010* 1.210.550 1.017.599 69.304 17.922 105.725
Totaal Limburg (PV) 2010* 579.273 498.616 21.236 6.938 52.483
Totaal Oost-Groningen (CR) 2010* 78.620 65.664 3.710 2.020 7.226
Totaal Delfzijl en omgeving (CR) 2010* 25.954 21.478 1.473 711 2.292
Totaal Overig Groningen (CR) 2010* 193.794 163.266 10.778 3.416 16.334
Totaal Noord-Friesland (CR) 2010* 175.610 142.762 9.653 3.430 19.765
Totaal Zuidwest-Friesland (CR) 2010* 57.178 45.097 3.508 770 7.803
Totaal Zuidoost-Friesland (CR) 2010* 105.745 86.873 5.633 2.345 10.894
Totaal Noord-Drenthe (CR) 2010* 97.833 78.962 7.077 2.218 9.576
Totaal Zuidoost-Drenthe (CR) 2010* 87.419 71.373 5.517 2.342 8.187
Totaal Zuidwest-Drenthe (CR) 2010* 67.081 53.711 3.767 1.789 7.814
Totaal Noord-Overijssel (CR) 2010* 173.726 141.279 8.119 4.729 19.599
Totaal Zuidwest-Overijssel (CR) 2010* 73.882 62.817 3.075 1.474 6.516
Totaal Twente (CR) 2010* 308.433 255.345 15.998 5.589 31.501
Totaal Veluwe (CR) 2010* 313.224 257.108 18.712 5.825 31.579
Totaal Achterhoek (CR) 2010* 197.711 164.215 7.547 3.657 22.292
Totaal Arnhem/Nijmegen (CR) 2010* 350.084 306.376 14.438 2.306 26.964
Totaal Zuidwest-Gelderland (CR) 2010* 104.103 88.299 2.623 3.410 9.771
Totaal Utrecht (CR) 2010* 585.178 511.798 20.278 3.786 49.316
Totaal Kop van Noord-Holland (CR) 2010* 191.427 154.190 16.194 2.630 18.413
Totaal Alkmaar en omgeving (CR) 2010* 119.718 100.122 8.615 1.000 9.981
Totaal IJmond (CR) 2010* 100.442 84.114 7.404 512 8.412
Totaal Agglomeratie Haarlem (CR) 2010* 119.886 100.714 8.874 622 9.676
Totaal Zaanstreek (CR) 2010* 83.710 72.082 4.389 433 6.806
Totaal Groot-Amsterdam (CR) 2010* 681.341 602.602 22.719 1.171 54.849
Totaal Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010* 127.982 108.912 7.694 793 10.583
Totaal Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010* 203.403 170.221 15.166 1.074 16.942
Totaal Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010* 429.222 378.330 19.418 888 30.586
Totaal Delft en Westland (CR) 2010* 103.543 92.783 1.547 257 8.956
Totaal Oost-Zuid-Holland (CR) 2010* 140.585 119.833 6.227 1.581 12.944
Totaal Groot-Rijnmond (CR) 2010* 725.457 639.518 26.895 2.407 56.637
Totaal Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010* 194.996 167.192 9.413 1.602 16.789
Totaal Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010* 62.593 49.160 7.900 78 5.455
Totaal Overig Zeeland (CR) 2010* 157.901 125.207 15.166 2.683 14.845
Totaal West-Noord-Brabant (CR) 2010* 316.096 262.164 22.043 4.267 27.622
Totaal Midden-Noord-Brabant (CR) 2010* 225.880 190.470 13.305 2.889 19.216
Totaal Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010* 300.405 258.479 9.904 5.039 26.983
Totaal Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010* 368.169 306.486 24.052 5.727 31.904
Totaal Noord-Limburg (CR) 2010* 138.295 114.691 6.095 2.121 15.388
Totaal Midden-Limburg (CR) 2010* 116.723 99.856 2.798 1.675 12.394
Totaal Zuid-Limburg (CR) 2010* 324.255 284.069 12.343 3.142 24.701
Totaal Flevoland (CR) 2010* 174.396 151.419 4.542 2.314 16.121
Totaal Geen stadsgewest (SG) 2010* 3.621.637 2.994.406 195.950 68.786 362.495
Totaal Groningen (SG) 2010* 182.008 151.942 11.435 2.720 15.911
Totaal Leeuwarden (SG) 2010* 85.579 72.385 3.576 1.166 8.452
Totaal Zwolle (SG) 2010* 86.978 74.042 3.201 1.434 8.301
Totaal Enschede (SG) 2010* 159.629 135.768 9.163 1.195 13.503
Totaal Apeldoorn (SG) 2010* 108.972 90.294 5.344 1.175 12.159
Totaal Arnhem (SG) 2010* 177.429 155.619 6.639 987 14.184
Totaal Nijmegen (SG) 2010* 138.971 121.012 6.838 962 10.159
Totaal Amersfoort (SG) 2010* 134.175 116.021 6.410 767 10.977
Totaal Utrecht (SG) 2010* 293.919 260.258 8.890 1.040 23.731
Totaal Amsterdam (SG) 2010* 804.857 714.853 26.055 1.658 62.291
Totaal Haarlem (SG) 2010* 220.328 184.828 16.278 1.134 18.088
Totaal Leiden (SG) 2010* 169.133 141.716 13.057 749 13.611
Totaal 's-Gravenhage (SG) 2010* 532.765 471.113 20.965 1.145 39.542
Totaal Rotterdam (SG) 2010* 613.200 546.662 19.211 1.087 46.240
Totaal Dordrecht (SG) 2010* 142.511 123.220 7.422 871 10.998
Totaal Breda (SG) 2010* 162.600 135.702 11.229 1.351 14.318
Totaal Tilburg (SG) 2010* 147.981 125.841 9.379 1.627 11.134
Totaal 's-Hertogenbosch (SG) 2010* 96.911 84.516 3.787 482 8.126
Totaal Eindhoven (SG) 2010* 211.356 176.033 18.323 1.351 15.649
Totaal Geleen/Sittard (SG) 2010* 76.562 68.460 1.389 667 6.046
Totaal Heerlen (SG) 2010* 138.012 120.982 5.611 1.296 10.123
Totaal Maastricht (SG) 2010* 96.487 83.364 4.457 1.072 7.594
Totaal Geen grootstedelijke agglomeratie (GA) 2010* 5.012.054 4.191.911 253.371 82.923 483.849
Totaal Groningen (GA) 2010* 111.938 94.590 7.798 850 8.700
Totaal Leeuwarden (GA) 2010* 53.736 45.633 2.438 292 5.373
Totaal Zwolle (GA) 2010* 59.956 52.124 2.169 344 5.319
Totaal Enschede (GA) 2010* 79.798 68.191 5.080 423 6.104
Totaal Apeldoorn (GA) 2010* 80.525 67.327 4.197 433 8.568
Totaal Arnhem (GA) 2010* 77.887 69.092 2.960 166 5.669
Totaal Nijmegen (GA) 2010* 83.528 72.622 4.943 251 5.712
Totaal Amersfoort (GA) 2010* 84.261 73.796 3.943 345 6.177
Totaal Utrecht (GA) 2010* 214.997 191.529 6.268 528 16.672
Totaal Amsterdam (GA) 2010* 592.209 526.465 18.549 747 46.448
Totaal Haarlem (GA) 2010* 105.842 89.792 7.169 528 8.353
Totaal Leiden (GA) 2010* 125.018 106.664 8.666 346 9.342
Totaal 's-Gravenhage (GA) 2010* 349.553 306.865 18.762 688 23.238
Totaal Rotterdam (GA) 2010* 530.664 475.811 14.588 398 39.867
Totaal Dordrecht (GA) 2010* 120.968 104.260 6.585 803 9.320
Totaal Breda (GA) 2010* 92.833 77.147 7.275 551 7.860
Totaal Tilburg (GA) 2010* 117.733 99.984 8.510 847 8.392
Totaal 's-Hertogenbosch (GA) 2010* 84.687 73.612 3.558 305 7.212
Totaal Eindhoven (GA) 2010* 172.355 141.728 17.273 902 12.452
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Het CBS verzamelt vanaf 1997 gegevens over de waarde van het onroerend goed op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Sinds 1 januari 1995 is de Wet WOZ van kracht. Deze wet verplicht gemeenten al het onroerend goed, inclusief al het in aanbouw zijnde en leegstaande onroerend goed, binnen de gemeentegrenzen periodiek te taxeren en de op deze manier vastgestelde WOZ-waarde te gebruiken bij het bepalen van onder andere de gemeentelijke aanslag Onroerende zaak belastingen (OZB).

In deze tabel worden gegevens over de WOZ gepubliceerd naar waardeklasse van de WOZ-objecten. Als WOZ-objecten worden onderscheiden:
- woningen;
- recreatiewoningen en overige woningen;
- niet-woningen gedeeltelijk in gebruik als woning;
- niet-woningen, niet bewoond.
De cijfers zijn verder uitgesplitst naar landsdeel, provincie, COROP-gebied, stadsgewest (vanaf 2000), grootstedelijke agglomeratie (vanaf 2000) en gemeente .

Het eerste WOZ-tijdvak loopt van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 met als waardepeildatum 1 januari 1995. Dit betekent dat gemeenten gedurende de verslagjaren 1997 tot en met 2000 de onroerende goederen dienden te taxeren naar de waarde per 1 januari 1995.


WOZ-objecten die voor de OZB verplicht zijn vrijgesteld (onder meer landbouwgrond, infrastructurele werken, ambassades en kerken) zijn niet meegenomen. WOZ-objecten die op basis van een gemeentelijke belastingverordening voor de OZB zijn vrijgesteld, zoals gemeentelijke gebouwen en kassen zijn wel meegenomen.

De waardepeildatum verslagjaren 2001 tot en met 2004 is 1 januari 1999.
De waardepeildatum verslagjaren 2005 en 2006 is 1 januari 2003.
De waardepeildatum verslagjaar 2007 is 1 januari 2005.
De waardepeildatum verslagjaar 2008 is 1 januari 2007.
Vanaf 2008 worden onroerende goederen getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar.

Voor de voorlopige cijfers vormen de waarden volgens de oorspronkelijke WOZ-beschikking het uitgangspunt. Hierbij zijn wijzigingen als gevolg van bezwaar en beroep niet in de cijfers verwerkt. Bij de definitieve cijfers is dat zoveel mogelijk wel gedaan.

Gegevens beschikbaar van 1997 tot en met 2011.

Status van de cijfers:
Het betreft de stand per 1 januari. De cijfers van 2009 zijn definitief.
De cijfers van 2010 en 2011 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 18 april 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Reden van stopzetting:
Door de invoering van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) sluiten de nieuwe definities van woningen en niet-woningen niet meer aan op de definities zoals gehanteerd in deze tabel. Nieuwe tabellen worden gestart waarin een koppeling wordt gelegd tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen en de landelijke voorziening WOZ.

Toelichting onderwerpen

Totaal WOZ-objecten
Dit zijn alle vastgoed objecten die in het kader wet Waardering Onroerende Zaken zijn waargenomen (WOZ-objecten).
WOZ-objecten woningen
De WOZ-objecten woningen zijn die onroerende zaken die in hoofdzaak worden gebruikt voor woondoeleinden.
Tot de woningen behoren de volgende twee groepen WOZ-objecten:
1. Woning dienend tot hoofdverblijf (gebruikscode 10);
Onder een woning dienend tot hoofdverblijf wordt verstaan: een onroerende zaak die als één geheel gedurende het gehele jaar wordt gebruikt voor woondoeleinden. Deze categorie betreft zelfstandige woningen voor een- of meerpersoonshuishoudens waarin geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden of in ieder geval geen aan het object zichtbare bedrijfsmatige activiteiten.
2. Woning met praktijkruimte (gebruikscode 11);
Dit is een onroerende zaak die in hoofdzaak worden gebruikt voor wonen en waarin de bewoner tevens in het kader van een zelfstandig beroep of bedrijf activiteiten verricht, zoals arts, fysiotherapeut, notaris en accountant. De voorwaarde is wel dat de aankondiging van de uitoefening van het zelfstandig beroep zichtbaar is vanaf de openbare weg. Daarnaast moet het deel van de onroerende zaak waar deze activiteiten plaatsvinden aanwijsbaar zijn.
Recreatiewoningen en overige woningen
De WOZ-objecten recreatiewoningen en overige woningen zijn onroerende zaken die in hoofdzaak worden gebruikt voor wonen (gebruikscode 12).
Hiertoe behoren de volgende drie groepen WOZ-objecten:
- onroerende zaken die gedurende een deel van het jaar worden gebruikt voor woondoeleinden en waarbij het gebruik gedurende een deel van het jaar beperkt is;
- een niet-zelfstandige eenheid, bijvoorbeeld studentenkamers, bejaardentehuizen, zusterflats en kloosters.
- een onroerende zaak die ter beschikking staat aan het wonen.
Bijvoorbeeld een aparte garage of schuur bij een woning.
Hiermee wordt bereikt dat het voor de belastingcapaciteit (WOZ-waarde) geen verschil maakt of de garage samen met de woning een onroerendgoed zaak is of dat de garage een afzonderlijke onroerende zaak is.
Niet-woningen; gedeeltelijk bewoond
De WOZ-objecten niet-woningen gedeeltelijk bewoond zijn onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd. Hiertoe behoren de volgende twee groepen:
1. Boerderijen (gebruikscode 20);
Dit zijn onroerende zaken waar wonen gecombineerd is met bedrijfsmatige agrarische activiteiten. Voorbeelden zijn akkerbouw-, veeteelt- en tuinbouwbedrijven.
Woonboerderijen behoren dus niet tot deze categorie. Woonboerderijen zijn woningen. Ook voormalige boerderijen waarin nu een andere bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend (bijvoorbeeld kantoor of winkel) zijn geen boerderij.
2. Niet-woningen deels in gebruik als woning (gebruikscode 21);
Dit zijn onroerende zaken die in hoofdzaak wordt gebruikt voor andere activiteiten dan wonen. Hiervan is de aard zodanig dat het gebruik van de gehele onroerende zaak als woning niet voor de hand ligt, zoals een woon-winkelpand dat op grond van de objectafbakeningsregels als één onroerende zaak aangemerkt moet worden.
Niet-woningen; niet bewoond
De WOZ-objecten niet-woningen zijn de onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd.
Onder een niet-woning; niet bewoond wordt verstaan:
- Niet-woningen (gebruikscode 30);
Dit zijn alle objecten voor bedrijfsmatige activiteiten zoalskantoren, winkels en bedrijfsruimten, maar ook bijzondere gebouwen die een niet bedrijfsmatig gebruik hebben (scholen, ziekenhuizen). Een object behoort alleen tot deze categorie, wanneer geen enkel deel van het object voor woondoeleinden wordt gebruikt. Hiertoe behoren wel onroerende zaken waar het wonen alsdienst in combinatie met andere functies wordt aangeboden, zoals hotels, pensions, verpleeghuizen en gevangenissen.
- Terreinen (gebruikscode 40);
Dit zijn onbebouwde onroerende zaken, zoals parken, sportvelden en bouwgrond. Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, zoals akkers en dergelijke, wordt niet bij de waardebepaling opgenomen.