Milieukosten van bedrijven met 10 of meer werknemers, SBI'93, 1997 - 2008
| Bedrijfsactiviteiten (SBI'93) | Grootteklassen | Perioden | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Lopende kosten (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Overige kosten (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Kapitaallasten Totaal kapitaallasten (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Kapitaallasten Afschrijvingen (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Totaal kosten eigen milieuactiviteiten Kapitaallasten Rente (mln euro) | Kosten eigen milieuactiviteiten Compartiment water Totaal kosten (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| DB VV textiel en textielproducten | 10 en meer werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| DB VV textiel en textielproducten | 10 tot 50 werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| DB VV textiel en textielproducten | 50 tot 200 werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| DB VV textiel en textielproducten | 200 en meer werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 24 Vervaardiging van chemische producten | 10 en meer werknemers | 2008 | 398 | 152 | 58 | 187 | 138 | 49 | 111 |
| 24 Vervaardiging van chemische producten | 10 tot 50 werknemers | 2008 | 41 | 17 | 4 | 20 | 15 | 5 | 11 |
| 24 Vervaardiging van chemische producten | 50 tot 200 werknemers | 2008 | 91 | 35 | 14 | 42 | 31 | 11 | 26 |
| 24 Vervaardiging van chemische producten | 200 en meer werknemers | 2008 | 265 | 101 | 40 | 124 | 91 | 32 | 74 |
| 25 VV producten van rubber en kunststof | 10 en meer werknemers | 2008 | 14 | 5 | 4 | 6 | 4 | 1 | 1 |
| 25 VV producten van rubber en kunststof | 10 tot 50 werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 25 VV producten van rubber en kunststof | 50 tot 200 werknemers | 2008 | 6 | 2 | 2 | 3 | 2 | 1 | 1 |
| 25 VV producten van rubber en kunststof | 200 en meer werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 28 VV producten van metaal (geen .. | 10 en meer werknemers | 2008 | 44 | 14 | 13 | 17 | 13 | 5 | 9 |
| 28 VV producten van metaal (geen .. | 10 tot 50 werknemers | 2008 | 21 | 7 | 7 | 8 | 6 | 2 | 4 |
| 28 VV producten van metaal (geen .. | 50 tot 200 werknemers | 2008 | 17 | 5 | 5 | 7 | 5 | 2 | 3 |
| 28 VV producten van metaal (geen .. | 200 en meer werknemers | 2008 | 6 | 2 | 2 | 2 | 2 | 1 | 1 |
| 29 VV machines en apparaten | 10 en meer werknemers | 2008 | 45 | 15 | 12 | 19 | 14 | 5 | 9 |
| 29 VV machines en apparaten | 10 tot 50 werknemers | 2008 | 14 | 5 | 4 | 6 | 4 | 2 | 3 |
| 29 VV machines en apparaten | 50 tot 200 werknemers | 2008 | 15 | 5 | 4 | 6 | 5 | 2 | 3 |
| 29 VV machines en apparaten | 200 en meer werknemers | 2008 | 17 | 5 | 4 | 7 | 5 | 2 | 3 |
| 33 VV medische apparaten en .. | 10 en meer werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 33 VV medische apparaten en .. | 10 tot 50 werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 33 VV medische apparaten en .. | 50 tot 200 werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| 33 VV medische apparaten en .. | 200 en meer werknemers | 2008 | x | x | x | x | x | x | x |
| Bron: CBS | |||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel beschrijft de financiële lasten van een belangrijk deel van het
bedrijfsleven als gevolg van de zorg voor het milieu.
Om de werkelijke milieulasten van het bedrijfsleven te kunnen weergeven
wordt er onderscheid gemaakt tussen de kosten van eigen milieuactiviteiten
en de netto milieulasten.
Het begrip 'milieu' omvat het leefklimaat buiten het bedrijfsterrein met
inbegrip van het bodemklimaat of de bodem onder dat terrein. Het milieu
is verdeeld in de milieucompartimenten (onderdelen): water, lucht,
bodem, afval, geluid, natuur en landschap en algemeen.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1997
Er zijn geen wijzigingen in de cijfers ten opzichte van de vorige versie.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De publicatie in deze vorm is stopgezet met als laatste jaar 2008. Reden
hiervoor is dat er een nieuwe indeling van bedrijven is: de SBI'93 is
vervangen door de SBI 2008 (zie paragraaf 2). Door deze wijziging zijn de
uitkomsten niet precies vergelijkbaar met die van voorgaande jaren. Het
CBS heeft er daarom voor gekozen om vanaf het verslagjaar 2008 te starten
met een nieuwe tabel (zie paragraaf 3). Overigens zijn de verschillen
voor de uitkomsten van dit onderzoek klein. In beide tabellen worden
cijfers gegeven voor het overlapjaar 2008.
Deze statistiek loopt vanaf 1979 maar is tot en met 1996 alleen op papier
(in boekvorm) verschenen. De laatste titel die in boekvorm verscheen was:
'Milieukosten van bedrijven 1998'.
Toelichting onderwerpen
- Kosten eigen milieuactiviteiten
- Het totaal van de milieukosten van de eigen milieuactiviteiten (activitei-
ten in eigen beheer). Deze kosten worden gevormd door de (berekende)
kapitaallasten (rente en afschrijvingen), de lopende kosten en overige
kosten.- Totaal kosten eigen milieuactiviteiten
- Het totaal van de kosten van de eigen milieuactiviteiten voor alle milieu-
compartimenten.- Totaal kosten
- Het totaal van de kosten van de eigen milieuactiviteiten voor alle milieu-
compartimenten.
- Kapitaallasten
- De totale (berekende) kapitaallasten worden gevormd door de afschrij-
vingskosten en rentekosten van de milieu-investeringen (totaal van bouw-
kundig deel en machines/apparatendeel van de toegevoegde en proces-
geïntegreerde milieuvoorzieningen) over alle compartimenten.
De rente en afschrijvingen op milieu-investeringen zijn niet rechtstreeks
aan de berichtgevers gevraagd, maar worden berekend door het CBS. In
de enquête is aan de berichtgevers gevraagd de investeringen in milieu-
activiteiten op te geven:
- gewaardeerd tegen historische kostprijs;
- naar jaar waarin de investering bedrijfsklaar ter beschikking is
gekomen;
- verdeeld in een bouwkundig deel en machines en apparaten;
- zonder aftrek van subsidies.
De rente en afschrijvingen op de milieu-investeringen worden door het CBS
berekend op basis van de vervangingswaarde van de milieuvoorzieningen, met
lineaire afschrijving over de economische levensduur en de reële rente
over het nog niet afgeschreven deel van de investeringen. Om de ver-
vangingswaarde van de milieuvoorzieningen te berekenen uit de opgave
tegen historische kostprijs, zijn de volgende prijsindexcijfers gebruikt:
- voor het bouwkundig deel: de prijsindexcijfers van nieuwbouwwoningen;
- voor machines en apparaten: de producentenprijsindexcijfers van de
binnenlandse afzet voor de machine-industrie.
Als gemiddelde economische levensduur is verondersteld:
- 25 jaar voor het bouwkundig deel;
- 10 jaar voor machines en apparaten.
Aangezien de stijging van het prijsniveau reeds in de vervangingswaarde
tot uiting komt, moet voor de berekening van de rente gebruik gemaakt
worden van een "reëel" rentepercentage. Het "nominale" rentepercentage
bevat immers een vergoeding voor opgetreden prijsstijgingen, zodat het
gebruik van dit percentage zou leiden tot dubbel meenemen van de prijs-
stijging. Aangenomen is dat de reële rente 5% bedroeg.- Totaal kapitaallasten
- De totale (berekende) kapitaallasten van de milieu-investeringen over
alle milieucompartimenten.
- Afschrijvingen
- De totale afschrijvingskosten van de milieu-investeringen over alle com-
partimenten.
- Rente
- De totale rentekosten van de milieu-investeringen over alle comparti-
menten.
- Lopende kosten
- De lopende kosten van de milieu-investeringen over alle milieu-
compartimenten.
Deze bestaan uit personeelskosten voor bediening, onderhoud en toezicht,
energiekosten, kosten van grond- en hulpstoffen en diensten door derden,
met aftrekking van eventuele opbrengsten en besparingen.
Apart bijgeteld worden de (berekende) meerkosten voor zwavelarme
brandstoffen.
Vanaf 2001 worden de lopende kosten niet meer via de enquête (inlegvel)
waargenomen, maar berekend. Inhoudelijk zijn er echter geen wijzigingen
ten opzichte van de methode die tot en met 2000 werd gehanteerd.
Er werd toen in de enquête op een apart inlegvel gevraagd naar de
lopende kosten van voorzieningen die een jaar eerder in gebruik genomen
waren. Dit hield in dat per voorziening éénmaal naar de lopende kosten
werd gevraagd en wel in het eerste jaar dat de voorziening een geheel
jaar in bedrijf was geweest. De lopende kosten gedurende de rest van de
levensduur van de voorzieningen werden berekend. Bij deze berekening
werd er van uitgegaan dat de verhouding tussen de lopende kosten en de
(berekende) afschrijvingen, die bekend was voor het jaar waarin de
lopende kosten gevraagd werden, gedurende de gehele levensduur
constant bleef. In de berekening werd gecorrigeerd voor prijsverande-
ringen. Daarnaast vond correctie plaats voor de veroudering van de
voorzieningen. Dit was nodig omdat gedurende de levensduur van
milieuvoorzieningen de lopende kosten over het algemeen toenemen,
met name door stijgende onderhoudskosten.
- Overige kosten
- Tot de overige kosten van eigen milieuactiviteiten worden gerekend de
kosten van bodemsanering, de kosten voor de afvoer van waterzuiverings-
slib en afval van luchtzuiveringsinstallaties, eigen milieuonderzoek, de
kosten van het coördineren van milieuactiviteiten, het opzetten en in
stand houden van milieuzorgsystemen en het voorbereiden van milieu-
vergunningen.
- Compartiment water
- De totale kosten van de eigen milieuactiviteiten om waterverontreiniging
te voorkomen of te beperken.- Totaal kosten
- De totale kosten van de eigen milieuactiviteiten om waterverontreiniging
te voorkomen of te beperken.