Productie Sociale Werkvoorziening 1995-2002

Tabeltoelichting

Bedrijven, werknemers, productie - , verbruiks-, toegevoegde waarde en
bedrijfsresultaten betreffende de sociale werkvoorziening (SBI 3663.1).
1995 - 2002
Gewijzigd op 15 juli 2005.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Bruto bedrijfsresultaat
Het resultaat van de productie- minus de verbruikswaarde is de (bruto)
toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde verminderd met de
loonkosten en de post 'kostprijsverhogende heffingen en belastingen
minus exploitatiesubsidies' resulteert in het bruto bedrijfsresultaat.
Saldo interest
Het saldo ontvangen en betaalde interest is gelijk aan de rentebaten
minus de rentelasten.
Interest is hier rente die werkelijk ontvangen of betaald is.
Theoretisch gecalculeerde interest (rente) blijft buiten beschouwing.
Bruto omzetresultaat
Het bruto omzetresultaat is gelijk aan de som van de opbrengsten van
zelfvervaardigde producten (incl. grafische producten), opbrengsten
van industriële diensten, opbrengsten van niet-zelfvervaardigde
producten (handelsgoederen), opbrengsten van niet-industriële diensten
en overige activiteiten en de voorraadmutatie producten (en onderhanden
werk) verminderd met de totale materiaalkosten.
Opbrengsten van zelfvervaardigde producten (incl. grafische producten)
zijn opbrengsten uit industriële productie. Industriële productie
bestaat uit vervaardigde goederen waarvan de inkoop van de grondstoffen
en/of basismaterialen in eigen beheer heeft plaatsgevonden. Onder
opbrengsten uit industriële diensten wordt verstaan opbrengsten uit
loonopdrachten waarvan de verwerkte grondstoffen en/of halffabrikaten
door de opdrachtgever ter beschikking zijn gesteld.
Onder opbrengsten van niet-zelfvervaardigde producten is uitsluitend de
waarde van verkochte goederen, die na inkoop geen verdere bewerking
hebben ondergaan, weergegeven.
Onder opbrengsten van niet-industriële diensten en overige activiteiten
wordt verstaan de opbrengsten uit alle niet-industriële
nevenactiviteiten, met uitzondering van handel. Hieronder vallen bij
voorbeeld opbrengsten uit verhuur, exploitatie onroerend goed,
bouwactiviteit, autoreparatie, transportactiviteit en overige
dienstverlening.
Onder opbrengsten uit kwekerijen wordt verstaan opbrengsten uit het
kweken van planten, bloemen, heesters en groenten.
Onder opbrengsten uit civiel- en cultuurtechnische dienstverlening
wordt verstaan opbrengsten uit bouwobjecten, renovatie, weg- en
waterbouw, aanleg paden en trottoirs, onderhoud wegen, aanleg tuinen/
plantsoenen, onderhoud sportvelden/tuinen en plantsoenen.
Onder opbrengsten uit administratieve dienstverlening wordt verstaan de
opbrengsten uit adresverwerking, boekhouding, braille, archivering,
mailing, tekstverwerking, microverfilming, vertalingen, etc.
Onder opbrengsten uit detachering wordt verstaan de opbrengsten
behaald uit plaatsing van W.S.W.-werknemers bij administraties,
bedrijfsbureaus, technische diensten, kantines, etc.
Onder totale materiaalkosten wordt verstaan de kosten van inkopen van
grond- en hulpstoffen,
inkopen van handelsgoederen en bedragen betaald voor loondiensten
vermeerderd met de voorraadmutaties grond- en hulpstoffen en
handelsgoederen. De voorraadmutatie geeft het verschil in de
balanswaarde tussen de voorraden op de begin- en de eindbalans van de
verslagperiode.
Totaal materiaalkosten
Onder totale materiaalkosten wordt verstaan de kosten van inkopen van
grond- en hulpstoffen, inkopen van handelsgoederen en bedragen betaald
voor loondiensten vermeerderd met de voorraadmutaties
grond- en hulpstoffen en handelsgoederen.
De voorraadmutatie geeft het verschil in de balanswaarde tussen de
voorraden op de begin- en de eindbalans van de verslagperiode.