Landbouw en visserij; 1899 - 1999
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Landbouwbedrijven, arbeidskrachten, grondgebruik, akkerbouwgewassen,
veilingaanvoer, veehouderij, mestproductie, kunstmestgebruik, prijzen
1899- 1999.
Gewijzigd op 30 januari 2009.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
veilingaanvoer, veehouderij, mestproductie, kunstmestgebruik, prijzen
1899- 1999.
Gewijzigd op 30 januari 2009.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Arbeidskrachten
- Arbeidskrachten voor land- en tuinbouwwerkzaamheden.
- Gezinsarbeidskrachten
- Meewerkende gezinsleden voor land- en tuinbouwwerkzaamheden. Hiertoe
worden gerekend het bedrijfshoofd, de echtgenoot of de echtgenote, de
kinderen en overige inwonende familieleden.- Totaal
- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Bedrijfshoofden
- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Meewerkende echtgenoten
- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Meewerkende kinderen
- Meewerkende kinderen, zowel inwonend als uitwonend.
- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Overige familie
- Overige meewerkende inwonende familieleden. Niet inwonende
familieleden worden tot de niet-gezinsarbeidskrachten gerekend.- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Niet gezinsarbeidskrachten
- Niet-gezinsarbeidskrachten voor land- en tuinbouwwerkzaamheden.
- Regelmatig werkzaam
- Regelmatig werkzame niet-gezinsarbeidskrachten, dwz. niet-gezinsarbeids-
krachten die gedurende het gehele jaar iedere week op een land- of
tuinbouwbedrijf gewerkt hebben.- Vrouwen
- Totaal
- 38 uur en meer
- 30-38 uur per week
- 20-30 uur per week
- 10-20 uur per week
- 0-10 uur per week
- Niet regelmatig werkzaam
- Niet-gezinsarbeidskrachten die niet iedere week op een land- of
tuinbouwbedrijf gewerkt hebben.- Vrouwen
- Het aantal niet-regelmatig werkzame, niet-gezinsarbeidskrachten,
vrouwen, in de laatste week van maart van het actuele jaar werkzaam.