Aandelen en obligaties; totaal rendement Euronext Amsterdam, 2000 - 2003

Aandelen en obligaties; totaal rendement Euronext Amsterdam, 2000 - 2003

Perioden Totaal rendement voor aandelen Herbeleggingsindex niet-AEX fondsen (1993=100) Totaal rendement voor aandelen Herbeleggingsindex beleggingsinst. Obligatiefondsen Fictief-rendement obligatiefondsen (1993=100) Totaal rendement voor obligaties Algemeen (Ultimo 1983=100)
2003 januari -32,4 2,1 9,3
2003 februari -37,3 2,3 10,0
2003 maart -39,8 3,4 10,6
2003 april -32,4 3,4 9,8
2003 mei -24,4 5,2 11,8
2003 juni -14,3 6,6 10,5
2003 juli 1,7 5,4 8,3
2003 augustus 16,4 4,0 6,7
2003 september 36,8 2,4 6,4
2003 oktober 41,0 3,4 5,8
2003 november 39,0 2,0 5,0
2003 december 40,3 1,6 6,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Totaal (12 maandelijks) rendement van aandelen, naar sectoren,
bedrijfsklassen en beleggingsmaatschappijen. Totaal rendement van
obligaties; naar emittent en looptijd.

Gegevens beschikbaar vanaf: april 2000
Frequentie: Stopgezet.

Infoservice: href="http://www.cbs.nl/infoservice">http://www.cbs.nl/infoservice.
Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek.
Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.

Toelichting onderwerpen

Totaal rendement voor aandelen
Het totaal rendement geeft de procentuele aanwas weer van de herbeleg-
gingsindex over de periode t1-t2. Dit totale rendement is opgebouwd uit
twee componenten, namelijk het koersrendement en het dividendrendement.
Herbeleggingsindex niet-AEX fondsen
Totaal rendement van alle fondsen die niet in de AEX zitten. De in samen-
werking met de Nationale Investeringsbank berekende herbeleggingsindex
van alle op de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde aandelen in kleine
en middelgrote ondernemingen is basis voor de berekening van totaal ren-
dement.
Herbeleggingsindex beleggingsinst.
Totaal rendement van alle waargenomen Nederlandse beleggingsinstelling-
en, exclusief vastgoedfondsen. In samenwerking met onderzoeksbureau
Money-View berekent het CBS dagelijks indexcijfers van alle op de Amster-
damse effectenbeurs genoteerde beleggingsinstellingen. Naast een alge-
meen indexcijfer bestaan er deelindices voor aandelenfondsen, obligatie-
fondsen, geldmarktfondsen en gemengde fondsen. De index wordt volgens
de bestaande CBS-methodiek berekend.
Obligatiefondsen
Beleggingsinstellingen die in obligaties beleggen. Obligatiefondsen worden
onderscheiden naar hun fiscale status.
Fictief-rendement obligatiefondsen
Nederlandse beleggingsinstellingen die in het buitenland zijn gevestigd
en in obligaties beleggen.
Vóór de herziening van het belastingstelsel in 2001 moest de
Nederlandse belegger van een fictief-rendement obligatiefonds een
bepaald percentage van de intrinsieke waarde van zijn belegging
als inkomen aan de Nederlandse fiscus opgeven.
Totaal rendement voor obligaties
Naast een totaal rendement voor alle waargenomen obligaties worden
rendementen berekend voor staatsleningen en voor obligaties ten laste van
financiële instellingen. Het totaal rendement voor obligaties geeft de
procentuele aanwas weer van de herbeleggingsindex voor obligaties.
De herbeleggingsindex wordt berekend over een fictieve obligatieporte-
feuille die voortdurend marktconform is samengesteld en waarin alle
rentebetalingen en aflossingen marktconform worden herbelegd.
Een obligatieportefeuille wordt marktconform genoemd indien,
gerekend naar de koerswaarde, het relatieve belang van elke obligatie in
deze portefeuille gelijk is aan de fractie van die obligatie op de totale
markt. In de berekening van de herbeleggingsindex worden in principe
alle Euro-obligaties opgenomen van Nederlandse emittenten
die op de Amsterdamse effectenbeurs zijn genoteerd met een uitstaand
bedrag groter dan 25 miljoen Euro. Op grond van praktische overwegingen
zijn obligaties met afwijkende rente- c.q. aflossingschema's buiten de
waarneming gehouden.
Algemeen