Geld - en kapitaalmarkt; 1900 - 2002

Tabeltoelichting


Binnenlandse liquiditeitenmassa, rentestanden en rendementen, goud en
deviezen, aandelen en obligaties, consumptief krediet, spaargelden,
hypotheken op onroerende goederen.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1900
Frequentie: stopgezet

Infoservice: href="http://www.cbs.nl/infoservice">http://www.cbs.nl/infoservice.
Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek.
Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.

Toelichting onderwerpen

Aandelen en obligaties
Aandelen
Koers- en herbeleggingsindices
CBS-koersindex
Handel
CBS-Herbeleggingsindex
Handel
Spaargelden
Met ingang van 1975 zijn enkele niet bij een centrale kredietinstelling
aangesloten landbouwkredietinstellingen heringedeeld bij de 'algemene
banken'.
Met ingang van ultimo maart 1978 werd de spaargelddefinitie gewijzigd.
Onder spaargelden werd vanaf die datum verstaan: tegoeden op
spaarrekeningen en deposito's van particulieren, met dien verstande dat
per rekening niet meer dan 226 890 euro's als spaargeld wordt aangemerkt.
Onder particulieren werden hier verstaan: natuurlijke personen,
verenigingen en stichtingen met uitzondering van coöperatieve
verenigingen, financiële instellingen, ziekenhuizen, alsmede andere
verenigingen en stichtingen met een zakelijk doel.
Met ingang van 1980 zijn de cijfers van de 'algemene spaarbanken'
gecorrigeerd voor overboekingen tussen verscheiden spaarrekeningen bij
dezelfde instelling. Rijkspostspaarbank (tot en met 1985), de Postbank
(vanaf 1986) en algemene spaarbanken.
Met ingang van januari 1974 exclusief de spaargirorekeningen.
Vanaf 1992 is de bovengrens van 500 000 euro komen te vervallen en zijn
de spaartegoeden inclusief onderlinge overboekingen tussen
spaarrekeningen en deposito's.
Deposito's met spaargeld behandeling