Doodsoorzaken; niet-natuurlijke dood (inwoners), div. kenmerken, 1996-2011
| Geslacht | Leeftijd | Perioden | Niet-natuurlijke dood Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Zelfdoding Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Moord en doodslag Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Verkeersongeval Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Bedrijfsongeval Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Privéongeval Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) | Overig/onbekend Per 100 000 mannen/vrouwen (per 100 000 van gem. bev.) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal mannen en vrouwen | Totaal alle leeftijden | 2011 | 35,0 | 9,9 | 0,9 | 3,9 | 0,4 | 16,9 | 3,1 |
| Totaal mannen en vrouwen | Jonger dan 15 jaar | 2011 | 2,3 | 0,1 | 0,4 | 0,7 | - | 0,9 | 0,2 |
| Totaal mannen en vrouwen | 15 tot 20 jaar | 2011 | 10,4 | 4,0 | 0,6 | 4,5 | 0,1 | 0,9 | 0,3 |
| Totaal mannen en vrouwen | 20 tot 30 jaar | 2011 | 18,5 | 9,2 | 1,5 | 4,7 | 0,6 | 1,9 | 0,6 |
| Totaal mannen en vrouwen | 30 tot 40 jaar | 2011 | 18,0 | 10,4 | 1,0 | 2,7 | 0,6 | 2,7 | 0,7 |
| Totaal mannen en vrouwen | 40 tot 50 jaar | 2011 | 23,8 | 15,6 | 1,2 | 2,8 | 0,4 | 3,2 | 0,5 |
| Totaal mannen en vrouwen | 50 tot 60 jaar | 2011 | 27,0 | 15,7 | 1,0 | 3,0 | 0,3 | 5,8 | 1,2 |
| Totaal mannen en vrouwen | 60 tot 70 jaar | 2011 | 29,3 | 11,3 | 0,8 | 3,8 | 0,5 | 11,4 | 1,6 |
| Totaal mannen en vrouwen | 70 tot 80 jaar | 2011 | 63,3 | 11,3 | 0,1 | 8,5 | 0,3 | 36,5 | 6,5 |
| Totaal mannen en vrouwen | 80 jaar of ouder | 2011 | 353,0 | 12,4 | 0,7 | 18,2 | - | 271,6 | 50,1 |
| Vrouwen | Totaal alle leeftijden | 2011 | 31,1 | 6,1 | 0,6 | 2,2 | - | 18,7 | 3,5 |
| Vrouwen | Jonger dan 15 jaar | 2011 | 1,6 | 0,1 | 0,4 | 0,4 | - | 0,6 | 0,1 |
| Vrouwen | 15 tot 20 jaar | 2011 | 6,7 | 2,9 | 0,4 | 3,1 | - | - | 0,4 |
| Vrouwen | 20 tot 30 jaar | 2011 | 9,8 | 5,7 | 1,2 | 1,8 | - | 1,0 | 0,1 |
| Vrouwen | 30 tot 40 jaar | 2011 | 9,4 | 6,1 | 0,6 | 1,4 | - | 1,0 | 0,4 |
| Vrouwen | 40 tot 50 jaar | 2011 | 13,7 | 9,7 | 0,8 | 1,3 | 0,1 | 1,6 | 0,3 |
| Vrouwen | 50 tot 60 jaar | 2011 | 17,3 | 9,5 | 0,3 | 1,4 | - | 5,1 | 0,9 |
| Vrouwen | 60 tot 70 jaar | 2011 | 18,1 | 6,9 | 0,7 | 1,7 | - | 8,2 | 0,6 |
| Vrouwen | 70 tot 80 jaar | 2011 | 50,9 | 7,4 | 0,2 | 6,8 | 0,2 | 32,2 | 4,2 |
| Vrouwen | 80 jaar of ouder | 2011 | 339,6 | 6,5 | 0,5 | 9,7 | - | 268,1 | 54,8 |
| Bron: CBS. | |||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat cijfers over de niet-natuurlijke doodsoorzaken van inwoners van Nederland. De cijfers zijn uitgesplitst naar zelfmoord, moord en doodslag, verkeersdoden, dodelijke bedrijfs- en privéongevallen en overige of onbekende gevallen per leeftijd en geslacht.
Gegevens beschikbaar van 1996 tot en met 2011
Status van de cijfers:
Het betreft definitieve cijfers.
Wijzigingen per 19 mei 2014:
Deze tabel is stopgezet.
De tabel wordt opgevolgd door een aantal tabellen over de belangrijkste deelonderwerpen, nl. Moord en doodslag, Zelfdoding en Ongevallen (zie paragraaf 3 voor de verwijzingen naar de nieuwe tabellen). Dit maakt het mogelijk om de indeling van de deeltabellen meer toe te spitsen op het betreffende deelveld.
In de nieuwe tabellen is voor Moord en doodslag de afgrenzing aangepast: het betreft voortaan alle slachtoffers van moord en doodslag, dus zowel inwoners als niet inwoners. Voor de nieuwe tabel Zelfdoding en de tabel Ongevallen is de afgrenzing ongewijzigd gelaten, namelijk alleen inwoners.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Niet-natuurlijke dood
- Ieder overlijden dat het gevolg is van een ongeval, vergiftiging of geweld.
Euthanasie is hierbij buiten beschouwing gelaten.- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige bevolkingsgroep van dat jaar.
- Zelfdoding
- Het slachtoffer heeft ZELF een handeling verricht met als uitdrukkelijk doel zichzelf het leven te benemen. Gevallen van euthanasie en pogingen tot zelfdoding zijn niet in de cijfers opgenomen.
- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige bevolkingsgroep van dat jaar.
- Moord en doodslag
- Moord: iemand van het leven beroven, opzettelijk en met voorbedachten rade.
Doodslag: iemand van het leven beroven, opzettelijk niet met voorbedachten rade.- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige bevolkingsgroep van dat jaar.
- Verkeersongeval
- Een ongeval op de openbare weg die verband houdt met het verkeer, waarbij ten minste één rijdend voertuig was betrokken.
Een overledene wordt niet als verkeersdode geteld indien:
- het ongeval zich voordoet op een plaats die niet opengesteld is voor
openbaar rij- en ander verkeer;
- het ongeval zich voordoet op een gedeelte van een trein- of trambaan die geen deel uitmaakt van de openbare weg en door haar aard uitsluitend gebruikt kan worden door een trein of een tram;
- het slachtoffer overlijdt vanaf 30 dagen na het ongeval;
- de overledene reeds als slachtoffer van 'moord' of van 'zelfdoding' is geteld.- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige
bevolkingsgroep van dat jaar.
- Bedrijfsongeval
- Met bedrijfsongeval wordt hier bedoeld: een dodelijk ongeval door of tijdens het uitoefenen van betaalde arbeid (in loondienst of zelfstandig).
Een overledene wordt niet als slachtoffer van een bedrijfsongeval geteld indien de overledene reeds als slachtoffer van 'moord', 'zelfdoding' of een 'verkeersongeval' is geteld. M.a.w. ongevallen tijdens woon-werkverkeer tellen niet mee.- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige
bevolkingsgroep dat jaar.
Omdat het aantal bedrijfsongevallen buiten de genoemde leeftijdsgroep zeer
gering is, wordt deze bevolkingsgroep bij het berekenen van de relatieve
cijfers buiten beschouwing gelaten.
- Privéongeval
- Overleden ten gevolge van een ongeval in of om een woning en in openbare gebouwen (school, winkels e.d.), ongevallen in recreatieve sfeer (park, strand e.d.) sportongevallen en ongevallen op openbare weg voor zover geen verkeersongeval.
- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige bevolkingsgroep van dat jaar.
- Overig/onbekend
- Het betreft hier overledenen:
- tengevolge van ongevallen anders dan wegverkeersongevallen, bedrijfsongevallen of privéongevallen of
- van wie de doodsoorzaak niet duidelijk is in te delen onder zelfdoding, moord/doodslag of wegverkeersongevallen, bedrijfsongevallen of privéongevallen of
- waarvan de oorzaak van het niet-natuurlijk overlijden onbekend is of
- waarvan het overlijden 30 dagen of meer na het ongeval plaatsgevonden heeft.
De laatste jaren wordt meer aandacht geschonken aan de zogenaamde 30-dagengrens. Indien iemand bijvoorbeeld door een valpartij gewond raakt en binnen 30 dagen aan de gevolgen hiervan overlijdt, wordt dit overlijden gezien als een privéongeval. Indien het overlijden na 30 dagen of meer plaatsvindt, wordt het gezien als een overig ongeval. De categorie 'Overige en onbekende ongevallen' is hierdoor vanaf 2004 flink gestegen. Deze wijziging is vooral bij de 80-plussers te zien.- Per 100 000 mannen/vrouwen
- Per 100 000 van de gemiddelde bevolking in de overeenkomstige bevolkingsgroep van dat jaar.