Kerncijfers wijken en buurten 1999

Kerncijfers wijken en buurten 1999

Wijken en buurten 1999 Woningen WOZ-waarde (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (euro/jaar) Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (euro/jaar) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%)
Verspr. h. Damsterdiep en Eemskanaal . 8.486 13.523 . . .
Verspr. h. ten N. van het Damsterdiep . 9.620 15.020 44 32 .
Verspr. h. langs de Westerwoldse A . . . . . .
Achter-Thesinge en Bovenrijge . . . . . .
Woltersum 55 10.482 13.886 41 . 22
Industrieterrein . . . . . .
Termunten 45 8.531 12.797 48 . 24
Termunterzijl 39 10.255 13.704 53 . 19
Verspr. h. Termunten 44 8.894 14.385 41 26 .
Wijk 04 Oosterparkwijk 45 9.076 12.025 56 7 33
Oosterparkbuurt 42 8.077 10.891 65 . 43
Damsterbuurt 58 12.479 15.519 30 23 .
Wijk 05 Oosterpoortwijk 54 9.257 13.250 47 11 22
Oosterpoortbuurt 50 8.939 12.933 50 10 26
Oosterhoogebrug 76 9.439 14.203 39 14 12
Oosterhaar 87 9.212 15.655 38 23 16
Paterswolde (ged.) . . . . . .
Westerpark 59 10.255 15.066 43 22 21
Oosterpark 78 13.160 19.785 22 38 .
Burgemeester van Royenstraat e.o. 49 8.395 12.887 44 8 23
Foxholsterbosch 55 12.660 16.835 36 . .
Wijk 08 Westerbroek 60 9.076 13.613 44 14 21
Westerbroekstermolenpolder 64 8.576 13.659 48 14 21
Westerbroekstermadepolder . . . . . .
Industriegebied Winschoterdiep 60 9.529 14.294 39 . .
Westerbroek 56 9.529 13.205 40 . 22
Wijk 09 Waterhuizen . . . . . .
Waterhuizen . . . . . .
Verspr. h. Eemskanaal en Damsterdiep . 8.939 15.746 . . .
Verspr. h. ten N. van het Damsterdiep 56 5.854 10.755 37 . .
Westeremden 48 8.486 14.929 34 19 .
Westerwijtwerd . . . . . .
Oosterwijtwerd 51 10.482 16.563 33 . .
Wilpstervaart . 8.486 14.385 54 . .
Literatuurwijk 82 9.847 15.202 29 16 6
Waterwijk 79 9.076 14.884 38 19 13
Bouwmeesterbuurt 75 8.713 14.339 39 14 20
Waterland 116 8.713 16.835 19 29 .
Wijk 01 Westerlee 52 8.077 13.250 48 15 17
Westerlee 53 8.168 13.160 48 14 16
Verspr. h. ten Z. van Westerlee 49 7.351 13.840 47 . .
Verspr. h. ten N. van Westerlee . . . . . .
Slochteren 64 9.257 14.566 40 18 14
Wijk 00 Slochteren-Kolham 61 9.257 14.339 42 17 14
Slochteren 59 9.030 13.886 46 16 12
Verspr. h. ten O. van Slochteren . . . . . .
Verspr. h. in het Siddebuursterveen . 7.624 12.615 36 . .
Wildervanksterdallen . 8.894 14.839 . . .
Wijk 04 Ter Apel 56 9.030 13.069 48 11 23
Ter Apel 55 10.119 13.160 50 12 22
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gegevens beschikbaar: 1999
Frequentie: eenmalig

De publicatie "Kerncijfers Wijken en Buurten 1999" bevat statistische
gegevens voor alle gemeenten, wijken en buurten van Nederland. Aan elk van
deze gebieden is een unieke code van acht posities toegekend in de
'Landelijke wijk- en buurtindeling op 1 januari 1999'. Deze wijk- en
buurtcode is opgebouwd uit een gemeentecode van vier posities, gevolgd door
een wijkcode van twee posities, gevolgd door een buurtcode van twee
posities. De kerncijfers hebben hoofdzakelijk tot doel de verschillende
onderdelen van gemeenten onderling te vergelijken. Door de landelijke
aanpak is het ook mogelijk om buurten van verschillende gemeenten
onderling te vergelijken

Toelichting onderwerpen

Woningen
WOZ-waarde
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in duizend euro op peildatum 1
januari 1995. In het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
dienen gemeenten al het onroerend goed binnen hun grenzen periodiek te
taxeren. Het eerste WOZ-tijdvak loopt van 1 januari 1997 tot 1 januari
2001 met als waardepeildatum 1 januari 1995. Sommige gemeenten hanteren
voor de waardepeiling van het onroerend goed taxaties van eerdere jaren.
Deze zijn geïndexeerd naar 1995. Bij de berekening van de gemiddelde
woningwaarde zijn niet alle als woning getypeerde objecten meegenomen. De
categorie 'recreatiewoningen en overige woningen' (vakantiehuisjes,
garageboxen e.d.) is buiten beschouwing gebleven om een zo zuiver mogelijk
beeld van de woningmarkt te geven. Dit gegeven is ontleend aan de
Statistiek Waardering Onroerende Zaken 1999.
Inkomen
De gegeven zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek 1998.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner over het jaar 1998. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen over
het jaar 1998. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een
individu verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52
weken inkomen hebben het gehele jaar 1998 inkomsten genoten, al dan niet
in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen
zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen onder de 12025 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 12025 euro is het 40-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen boven de 20828 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 20828 euro is het 80-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar dat in 1998 een
uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten
van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
In dit onderzoek worden individuen met 52 weken inkomen ingedeeld naar
sociaal-economische categorieën. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de 'niet-actieven' gerekend. Deze
'niet-actieven' hadden in 1998 dus een uitkering als voornaamste
inkomensbron.