Kerncijfers wijken en buurten 1999

Kerncijfers wijken en buurten 1999

Wijken en buurten 1999 Bevolking Bevolking naar leeftijd Personen 0-14 jr (%) Bevolking Bevolking naar leeftijd Personen 15-24 jr (%) Bevolking Bevolking naar leeftijd Personen 25-44 jr (%) Bevolking Bevolking naar leeftijd Personen 45-64 jr (%) Bevolking Bevolking naar leeftijd Personen 65 jr en ouder (%) Bevolking Gezinnen Niet in gezinsverband levende personen (%) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (euro/jaar) Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (euro/jaar) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%)
Sonnenborgh 15 16 35 20 14 37 9.212 13.976 40 16 13
Wijk 01 Sonnega 21 13 27 30 9 10 9.892 15.020 40 18 14
Sonnega 23 14 23 32 9 8 9.983 17.652 30 31 .
Verspr. h. Sonnega . . . . . . . . . . .
Lasonder, Zeggelt 12 15 32 26 15 46 10.981 15.565 42 21 23
Wijk 06 St. Marten/Sonsbeek-Zuid 10 20 53 13 4 61 10.074 13.840 39 11 20
Sonsbeek-Noord 16 8 27 29 20 21 11.390 16.381 35 27 14
Sonsbeek, Zijpendaal . . . . . . . . . . .
Verspr. h. Zuid Sonnevanck 14 8 28 31 20 36 11.753 14.975 42 18 11
Sondel 24 13 26 25 12 12 10.165 15.792 38 22 .
Verspr. h. Sondel . . . . . . . . . . .
Son en Breugel 19 10 29 28 15 16 11.072 17.017 35 29 18
Wijk 00 Son 18 9 27 28 18 16 11.753 17.788 34 32 19
Son 12 9 21 30 28 22 12.887 17.153 39 27 27
Verspr. h. Son 22 11 32 23 12 9 2.269 . 48 27 .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gegevens beschikbaar: 1999
Frequentie: eenmalig

De publicatie "Kerncijfers Wijken en Buurten 1999" bevat statistische
gegevens voor alle gemeenten, wijken en buurten van Nederland. Aan elk van
deze gebieden is een unieke code van acht posities toegekend in de
'Landelijke wijk- en buurtindeling op 1 januari 1999'. Deze wijk- en
buurtcode is opgebouwd uit een gemeentecode van vier posities, gevolgd door
een wijkcode van twee posities, gevolgd door een buurtcode van twee
posities. De kerncijfers hebben hoofdzakelijk tot doel de verschillende
onderdelen van gemeenten onderling te vergelijken. Door de landelijke
aanpak is het ook mogelijk om buurten van verschillende gemeenten
onderling te vergelijken

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Het aantal inwoners heeft betrekking op 1 januari 1999. Aantallen inwoners
zijn aselect afgerond op tientallen en zijn ontleend aan de
Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) 1999.
Bevolking naar leeftijd
Personen 0-14 jr
Het aantal inwoners dat op 1 januari 1999 tussen 0 en 14 jaar oud is,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.
Personen 15-24 jr
Het aantal inwoners dat op 1 januari 1999 tussen 15 en 24 jaar oud is,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.
Personen 25-44 jr
Het aantal inwoners dat op 1 januari 1999 tussen 25 en 44 jaar oud is,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.
Personen 45-64 jr
Het aantal inwoners dat op 1 januari 1999 tussen 45 en 64 jaar oud is,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.
Personen 65 jr en ouder
Het aantal inwoners dat op 1 januari 1999 65 jaar of ouder is, uitgedrukt
in hele procenten van het aantal inwoners.
Gezinnen
Niet in gezinsverband levende personen
Het aantal inwoners dat geen deel uitmaakt van een echtpaar, een
eenoudergezin of een samenwonend paar met (in juridische zin)
gemeenschappelijke kinderen, uitgedrukt in hele procenten van het
aantal inwoners.
Inkomen
De gegeven zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek 1998.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner over het jaar 1998. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen over
het jaar 1998. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een
individu verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52
weken inkomen hebben het gehele jaar 1998 inkomsten genoten, al dan niet
in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen
zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen onder de 12025 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 12025 euro is het 40-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen boven de 20828 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 20828 euro is het 80-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar dat in 1998 een
uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten
van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
In dit onderzoek worden individuen met 52 weken inkomen ingedeeld naar
sociaal-economische categorieën. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de 'niet-actieven' gerekend. Deze
'niet-actieven' hadden in 1998 dus een uitkering als voornaamste
inkomensbron.