Kerncijfers wijken en buurten 1999

Kerncijfers wijken en buurten 1999

Wijken en buurten 1999 Woningen WOZ-waarde (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (euro/jaar) Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (euro/jaar) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%)
Molenwaard . . . . . .
Mandjeswaard . . . . . .
Verspr. h. Zuiderwaard . . . . . .
Verspr. h. Noorderwaard . 9.257 13.750 55 . .
Rijnwaarden 77 8.939 13.931 40 14 17
Verspr. h. Gelderse Waard . . . . . .
Verspr. h. Geitenwaard . . . . . .
Verspr. h. Reimerswaard . . . . . .
Verspr. h. Ossenwaard . . . . . .
Verspr. h. Pannerdense Waard . . . . . .
Verspr. h. Lobberdense Waard . . . . . .
Verspr. h. Vaalwaard . . . . . .
Verspr. h. Ambtswaard . . . . . .
Dodewaard 94 9.257 15.156 37 23 12
Kom Dodewaard met Hien 90 9.348 15.020 38 21 13
Verspr. h. Dodewaard-Oost en Wely 122 7.987 14.657 39 30 .
Verspr. h. Dodewaard-West 111 9.802 16.563 31 30 9
Verspr. h. Fraterswaard-Noordoost . 10.755 13.795 41 . .
Verspr. h. Loowaard . . . . . .
Verspr. h. De Jezuitenwaard . . . . . .
Verspr. h. Gendtsche Waarden . . . . . .
Verspr. h. Hoenwaard . . . . . .
Verspr. h. Overasseltse Uiterwaarden 140 10.392 15.156 40 24 .
Verspr. h. Nederasseltse Uiterwaarden . . . . . .
Verspr. h. Uiterwaard . . . . . .
Verspr. h. Lede en Oudewaard . 8.849 19.649 37 45 .
Verspr. h. Maasdijk en Uiterwaarden . 8.213 15.338 32 24 .
Wijk 03 Heerewaarden 73 9.257 14.702 41 15 17
Heerewaarden 73 9.212 14.612 40 15 18
Verspr. h. Heerewaarden . . . . . .
Verspr. h. in Millingerwaard . . . . . .
Verspr. h. Doorwerthse waarden . . . . . .
Verspr. h. Fraterwaard en Beimerwaard . . . . . .
Verspr. h. Havikerwaard en Middachten . . . . . .
Verspr. h. Bakerwaard . . . . . .
Verspr. h. Uiterwaarden . 10.437 14.067 58 . .
Zaltbommel, Spellewaard 81 9.620 15.882 34 23 10
Uiterwaarden . . . . . .
Wijk 01 Waardenburg/Opijnen 105 9.166 14.975 40 22 11
Waardenburg 95 9.257 14.975 39 19 11
Waardenburg-West . . . . . .
Verspr. h. Waardenburg 112 7.487 13.205 45 22 16
Harmelerwaard . 9.938 17.289 28 23 .
Langs de Lekdijk Lopikerwaard . 9.847 15.247 42 27 .
Galgenwaard Kromhoutkazerne . . . . . .
Wijk 05 Huiswaard-zuid 59 9.756 14.521 40 18 21
Huiswaard-1-Zuid 64 9.393 13.840 41 15 24
Muiderwaard 34 10.709 12.797 52 8 47
Huiswaard-2-West 66 10.573 16.472 32 28 12
Huiswaard-2-Oost 55 8.894 13.795 39 13 23
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gegevens beschikbaar: 1999
Frequentie: eenmalig

De publicatie "Kerncijfers Wijken en Buurten 1999" bevat statistische
gegevens voor alle gemeenten, wijken en buurten van Nederland. Aan elk van
deze gebieden is een unieke code van acht posities toegekend in de
'Landelijke wijk- en buurtindeling op 1 januari 1999'. Deze wijk- en
buurtcode is opgebouwd uit een gemeentecode van vier posities, gevolgd door
een wijkcode van twee posities, gevolgd door een buurtcode van twee
posities. De kerncijfers hebben hoofdzakelijk tot doel de verschillende
onderdelen van gemeenten onderling te vergelijken. Door de landelijke
aanpak is het ook mogelijk om buurten van verschillende gemeenten
onderling te vergelijken

Toelichting onderwerpen

Woningen
WOZ-waarde
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in duizend euro op peildatum 1
januari 1995. In het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
dienen gemeenten al het onroerend goed binnen hun grenzen periodiek te
taxeren. Het eerste WOZ-tijdvak loopt van 1 januari 1997 tot 1 januari
2001 met als waardepeildatum 1 januari 1995. Sommige gemeenten hanteren
voor de waardepeiling van het onroerend goed taxaties van eerdere jaren.
Deze zijn geïndexeerd naar 1995. Bij de berekening van de gemiddelde
woningwaarde zijn niet alle als woning getypeerde objecten meegenomen. De
categorie 'recreatiewoningen en overige woningen' (vakantiehuisjes,
garageboxen e.d.) is buiten beschouwing gebleven om een zo zuiver mogelijk
beeld van de woningmarkt te geven. Dit gegeven is ontleend aan de
Statistiek Waardering Onroerende Zaken 1999.
Inkomen
De gegeven zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek 1998.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner over het jaar 1998. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen over
het jaar 1998. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een
individu verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52
weken inkomen hebben het gehele jaar 1998 inkomsten genoten, al dan niet
in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen
zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen onder de 12025 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 12025 euro is het 40-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1998 een
besteedbaar inkomen boven de 20828 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Het grensbedrag van 20828 euro is het 80-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1998.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar dat in 1998 een
uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten
van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar.
- Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
- Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
In dit onderzoek worden individuen met 52 weken inkomen ingedeeld naar
sociaal-economische categorieën. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de 'niet-actieven' gerekend. Deze
'niet-actieven' hadden in 1998 dus een uitkering als voornaamste
inkomensbron.