Regionale inkomensverdeling 1999, kerncijfers.

Regionale inkomensverdeling 1999, kerncijfers.

Regio's Inkomens van personen Naar sociaal-economische categorie Aantal personen Niet-actieve personen met 52 wk.inkomen Werkloosheids- en bijstandsuitkering (x 1 000) Inkomens van personen Naar sociaal-economische categorie Gemiddeld besteedbaar inkomen Niet-actieve personen met 52 wk. inkomen Werkloosheids- en bijstandsuitkering (1 000 euro)
Nederland 504,6 9,9
Noord-Nederland 54,6 9,7
Oost-Nederland 86,3 9,8
West-Nederland 263,9 10,0
Zuid-Nederland 99,8 9,8
Groningen 23,7 9,5
Friesland 18,8 9,5
Drenthe 12,0 10,2
Overijssel 29,5 9,6
Flevoland 8,2 10,2
Gelderland 48,6 9,8
Utrecht 25,8 10,1
Noord-Holland 94,7 10,0
Zuid-Holland 134,4 10,0
Zeeland 9,0 10,3
Noord-Brabant 63,2 9,8
Limburg 36,6 9,8
Groningen 14,1 9,7
Leeuwarden 6,6 9,6
Zwolle 3,9 10,4
Enschede 12,1 9,0
Apeldoorn 4,9 10,3
Arnhem 11,8 9,5
Nijmegen 12,0 9,5
Amersfoort 5,0 10,3
Utrecht 17,1 9,8
Amsterdam 69,6 9,9
Haarlem 10,4 10,3
Leiden 6,8 10,2
's-Gravenhage 37,9 10,0
Rotterdam 69,0 9,8
Dordrecht 9,5 9,9
Breda 8,5 9,9
Tilburg 9,6 9,4
's-Hertogenbosch 5,7 9,5
Eindhoven 12,6 9,8
Geleen/Sittard 5,4 9,8
Heerlen 11,3 9,7
Maastricht 6,4 10,3
Geen stadsgewest 154,5 10,1
Groningen 11,7 9,4
Leeuwarden 5,2 9,5
Zwolle 3,2 10,1
Enschede 7,5 9,0
Apeldoorn 4,2 10,2
Arnhem 7,9 9,2
Nijmegen 9,5 9,3
Amersfoort 3,6 10,1
Utrecht 14,1 9,6
Amsterdam 61,5 9,8
Haarlem 5,5 10,3
Leiden 6,0 10,1
Den Haag 30,7 9,9
Rotterdam 65,1 9,7
Dordrecht 8,8 9,8
Breda 5,6 9,7
Tilburg 8,7 9,3
Den Bosch 5,4 9,5
Eindhoven 10,6 9,8
Geleen/Sittard 4,5 9,8
Heerlen 10,3 9,6
Maastricht 5,1 10,0
Geen grootstedelijke agglomeratie 209,9 10,2
Oost Groningen 5,6 9,5
Delfzijl en omgeving 2,0 9,5
Overig Groningen 16,2 9,5
Noord-Friesland 10,9 9,4
Zuidwest-Friesland 2,6 9,8
Zuidoost-Friesland 5,3 9,7
Noord-Drenthe 4,2 10,5
Zuidoost-Drenthe 5,0 10,0
Zuidwest-Drenthe 2,9 10,2
Noord-Overijssel 6,9 10,1
Zuidwest-Overijssel 3,5 9,8
Twente 19,1 9,3
Veluwe 11,2 10,3
Achterhoek 7,5 10,4
Arnhem/Nijmegen 25,9 9,5
Zuidwest-Gelderland 4,1 9,8
Utrecht 25,8 10,1
Kop van Noord-Holland 7,7 10,3
Alkmaar en omgeving 5,5 10,3
IJmond 4,3 10,4
Agglomeratie Haarlem 6,0 10,3
Zaanstreek 4,0 10,7
Groot-Amsterdam 62,4 9,8
Het Gooi en Vechtstreek 4,7 10,8
Agglomeratie Leiden/Bollenstreek 7,3 10,3
Agglomeratie 's-Gravenhagen 33,4 10,0
Delft en Westland 5,5 10,1
Oost-Zuid-Holland 5,5 10,8
Groot-Rijnmond 71,1 9,8
Zuidoost-Zuid-Holland 11,6 10,0
Zeeuwsch-Vlaanderen 2,5 10,2
Overig Zeeland 6,5 10,3
West-Noord-Brabant 16,6 10,0
Midden-Noord-Brabant 12,6 9,6
Noordoost-Noord-Brabant 14,0 10,0
Zuidoost-Noord-Brabant 20,0 9,8
Noord-Limburg 6,7 9,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Besteedbaar inkomen en inkomensverdelingen van personen en huishoudens
Per gemeente (1 - 1- 2000), COROP-gebied, provincie, landsdeel, stads-
1999
Gewijzigd op 02 juli 2004.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Inkomens van personen
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Naar sociaal-economische categorie
Bij de indeling naar sociaal-economische categorie worden alle personen
met winst uit onderneming als zelfstandigen aangemerkt. Na het bepalen
van de zelfstandigen worden de overige sociaal-economische categorieën
vastgesteld op basis van de voornaamste inkomensbron gedurende het
onderzoeksjaar. De hoofdcategorie actieven omvat zelfstandigen,
ambtenaren en overige werknemers in loondienst.
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Aantal personen
De hier opgenomen populatie heeft betrekking op alle personen
voorzover deze 52 weken inkomen hebben genoten. Personen waarvan de
sociaal-economische categorie onbekend is en personen behorend tot de
huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen en behorend tot de
studentenhuishoudens zijn in deze tabellen buiten beschouwing gelaten.
Niet-actieve personen met 52 wk.inkomen
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Werkloosheids- en bijstandsuitkering
Aantal personen met een werkloosheids- of een bijstandsuitkering.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met 52 weken inkomen
naar sociaal-economische categorie
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Niet-actieve personen met 52 wk. inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van niet-actieve personen met 52 weken
inkomen. Tot de categorie niet-actieven worden gerekend
bijstandsontvangers(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen
met een werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Werkloosheids- en bijstandsuitkering
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met een werkloosheids- of
een bijstandsuitkering.