Kerncijfers wijken en buurten 1997

Tabeltoelichting


Gegevens beschikbaar: 1997
Frequentie: eenmalig

De publicatie "Kerncijfers Wijken en Buurten 1997" bevat statistische
gegevens voor alle gemeenten, wijken en buurten van Nederland. Aan elk van
deze gebieden is een unieke code van acht posities toegekend in de
'Landelijke wijk- en buurtindeling op 1 januari 1997'. Deze wijk- en
buurtcode is opgebouwd uit een gemeentecode van vier posities, gevolgd door
een wijkcode van twee posities, gevolgd door een buurtcode van twee
posities. De kerncijfers hebben hoofdzakelijk tot doel de verschillende
onderdelen van gemeenten onderling te vergelijken. Door de landelijke
aanpak is het ook mogelijk om buurten van verschillende gemeenten
onderling te vergelijken

Toelichting onderwerpen

Wijken en buurten gegevens
Omgevingsadressen dichtheid
In theorie wordt dit gegeven bepaald door voor ieder adres in een buurt,
wijk of gemeente de adressendichtheid vast te stellen in een gebied met
een straal van 1 km rondom dat adres. We noemen deze dichtheid de
omgevingsadressendichtheid van het adres. Om praktische redenen wordt deze
dichtheid echter niet per adres berekend, maar per vierkant van 500 x 500
meter volgens de Rijksdriehoeksmeting. Daarna wordt het met het aantal
adressen gewogen gemiddelde van de omgevingsadressendichtheden van alle
afzonderlijke vierkanten binnen de buurt, wijk of gemeente berekend. Dit
gegeven is ontleend aan het Geografisch Basis-register 1997 (definitieve
versie).
% Adressen met dezelfde postcode
Indicatie (in zes klassen) van het percentage adressen in een buurt met de
meest voorkomende postcode. Dit percentage is ontleend aan het GBR 1997.
De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: > 90% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode;
2: 81-90% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode;
3: 71-80% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode;
4: 61-70% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode;
5: 51-60% van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke postcode;
6: 50% of minder van de adressen heeft dezelfde vermelde numerieke
postcode.
In 86 % van alle buurten heeft de vermelde postcode een dekkingspercentage
van meer dan 90% (klasse 1).
Inkomen
Gegevens zijn afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek 1996.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner over het jaar 1996. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen over
het jaar 1996. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een
individu verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52
weken inkomen hebben het gehele jaar 1996 inkomsten genoten, al dan niet
in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen
zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1996 een
besteedbaar inkomen boven de 19960 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
-Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
-Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
-Het grensbedrag van 19960 euro is het 80-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1996.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in 1996 een
besteedbaar inkomen onder de 11350 euro had, uitgedrukt in hele
procenten van het totaal aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen.
-Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
-Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
-Het grensbedrag van 11350 euro is het 40-procentpunt van de landelijke
inkomensverdeling van 1996.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar dat in 1996 een
uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten
van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot en met 64 jaar.
Waarden lager dan 5% zijn vastgezet op 5%.
Waarden hoger dan 95% zijn vastgezet op 95%.
Individuen met 52 weken inkomen zijn ingedeeld naar Sociaal-economische
categoriën:
-Personen met een werkloosheidsuitkering,
-arbeidsongeschikten,
-pensioenontvangers,
-Bijstandontvangers en de groep
-overige inkomensontvangers
Zij worden tot de 'niet-actieven' gerekend.
Deze 'niet-actieven' hadden in 1996 dus een uitkering als voornaamste
inkomensbron.