Regionale Inkomensverdeling, tijdreeks 1946 - 1994

Regionale Inkomensverdeling, tijdreeks 1946 - 1994

Regionale indeling Jaren Regionale inkomensverdeling (abs.) Aantal inkomenstrekkers (absoluut) Regionale inkomensverdeling (abs.) Gemiddeld inkomen (euro) Regionale inkomensverdeling (abs.) Inkomenssom (1 000 euro) Regionale inkomensverdeling (abs.) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartielafstand (absoluut) Regionale inkomensverdeling (indices) Gemiddeld inkomen (Nederland=100) Regionale inkomensverdeling (indices) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartielafstand (Nederland=100)
Slochteren 1994 6.700 16.613 110.722 0,689 98 90
Skarsterlan 1994 11.600 17.316 201.478 0,712 102 93
Boarnsterhim 1994 8.200 17.062 140.672 0,720 101 94
Lemsterland 1994 5.400 16.096 87.580 0,773 95 101
Opsterland 1994 12.900 16.549 213.277 0,788 98 102
Terschelling 1994 2.300 16.477 37.210 0,742 97 96
Oosterhesselen 1994 2.300 17.126 39.479 0,709 101 92
Westerbork 1994 3.600 17.797 64.437 0,743 105 97
Deventer 1994 35.300 15.519 548.167 0,755 91 98
Rijnwaarden 1994 4.900 16.100 79.412 0,721 95 94
Dodewaard 1994 1.900 16.731 31.311 0,666 99 87
Heerewaarden 1994 600 16.322 9.983 0,932 96 121
Heteren 1994 4.000 17.761 70.336 0,756 105 98
Kesteren 1994 4.200 17.176 72.151 0,668 101 87
Westervoort 1994 6.800 18.011 122.067 0,748 106 97
Winterswijk 1994 13.500 15.914 214.184 0,773 94 101
Amsterdam 1994 388.700 14.775 5.743.496 0,761 87 99
Beemster 1994 3.800 19.041 72.605 0,755 112 98
Heerhugowaard 1994 17.400 17.711 308.571 0,832 104 108
Naarden 1994 8.100 22.131 178.336 0,882 130 115
Ter Aar 1994 4.100 18.991 76.689 0,795 112 103
Drechterland 1994 3.900 18.301 70.790 0,800 108 104
Wester-Koggenland 1994 5.900 18.210 108.000 0,774 107 101
Monster 1994 9.600 17.466 167.445 0,834 103 108
Oudewater 1994 4.600 18.419 84.403 0,788 109 102
Rotterdam 1994 313.200 14.848 4.650.793 0,792 87 103
Albrandswaard 1994 7.200 20.289 147.025 0,831 120 108
Vlaardingen 1994 37.900 17.085 647.998 0,752 101 98
Wateringen 1994 6.900 19.308 132.504 0,754 114 98
Zoetermeer 1994 48.000 19.644 942.502 0,818 116 106
Zoeterwoude 1994 4.000 18.977 75.328 0,910 112 118
Gaasterlan-Sleat 1994 4.300 16.159 68.521 0,698 95 91
Terneuzen 1994 17.000 17.666 299.949 0,821 104 107
Tytsjerksteradiel 1994 13.400 17.756 238.235 0,718 105 93
Oisterwijk 1994 11.800 18.392 217.815 0,842 108 109
Oosterhout 1994 23.900 18.079 432.906 0,747 107 97
Waterland 1994 8.500 19.644 166.537 0,790 116 103
Valkenswaard 1994 14.600 17.407 253.663 0,758 103 99
Susteren 1994 6.200 17.257 106.185 0,675 102 88
Sluis-Aardenburg 1994 3.100 17.334 54.454 0,777 102 101
Menterwolde 1994 5.900 15.596 91.664 0,738 92 96
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Gemiddeld inkomen; verdeling van de inkomenstrekkers
gemeentelijke en regionale indeling van 1 - 1- 1997
1946- 1994
Gewijzigd op 03 december 2001.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Regionale inkomensverdeling (abs.)
De absolute gegevens zijn opgenomen om de gebruiker in staat te stellen
de gegevens te berekenen voor andere regionale indelingen. Voor de
vergelijking in de tijd zijn deze gegevens niet bruikbaar als gevolg van
definitieverschillen en verschillen in onderzoeksmethode tussen de jaren.
Aantal inkomenstrekkers
Een inkomenstrekker is elke persoon die in de loop van het jaar inkomen
heeft genoten. Gehuwde paren vormen met hun gezamenlijk inkomen één
inkomensontvanger.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen.
Inkomenssom
Som van de bedragen besteedbaar inkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van de Ginicoefficient
gelijk aan 1. Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartielafstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.
Regionale inkomensverdeling (indices)
Voor statistisch gebruik zijn de kengetallen (gemiddelden,
kwartielverdeling en ongelijkheidsmaten) uitgedrukt in indices waarbij
Nederland op 100 is gesteld. De jaarlijkse relatieve verschillen zijn wel
bruikbaar voor analyses in de tijd.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van Ginicoefficient gelijk aan 1.
Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartielafstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.