Regionale economische totalen, 2001-2004

Regionale economische totalen, 2001-2004

Regio's Perioden Aansluiting BBP (basisprijzen) (mln. euro) Niet-productgebonden belastingen (mln. euro) Niet-productgebonden subsidies (mln. euro)
Overijssel 2004* 3.175 315 240
Noord-Overijssel 2004* 1.093 105 86
Zuidwest-Overijssel 2004* 406 40 29
Zaanstreek 2004* 408 50 36
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek 2004* 1.110 108 87
Zeeuwsch-Vlaanderen 2004* 427 44 43
Midden-Noord-Brabant 2004* 1.300 132 93
Midden-Limburg 2004* 651 71 49
Drechtsteden 2004* 789 71 61
Flevoland-Midden 2004* 290 38 48
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Verslagperiode: 2001 - 2004
Frequentie: gestopt.

In 2005 is een revisie uitgevoerd op de nationale en de regionale
rekeningen over verslagjaar 2001.
Voor regionale rekeningen cijfers is nog geen consistente tijdreeks vóór
2001 beschikbaar.

Regionale rekeningen geven een op de nationale rekeningen aansluitende
kwantitatieve beschrijving van het economisch proces van regio's binnen een
land. Als onderdelen van het economisch proces worden in de nationale
rekeningen productie, inkomensverdeling, bestedingen en financiering
onderscheiden.
Bij de regionale rekeningen ligt de nadruk echter op de beschrijving van de
productieprocessen in de verscheidene regio's.

Infoservice: href="http://www.cbs.nl/infoservice">http://www.cbs.nl/infoservice

Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen 2006

Bronvermelding is verplicht, verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern
gebruik is toegestaan.

Toelichting onderwerpen

Aansluiting BBP (basisprijzen)
Bruto Binnenlands Product (BBP); Aansluiting BBP (marktprijzen) op
BBP (basisprijzen).
Niet-productgebonden belastingen
Deze belastingen omvatten alle belastingen op productie die producenten
moeten betalen, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde
of verkochte producten. Voorbeelden hiervan zijn de onroerende
zaakbelasting, reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden subsidies
Hieronder vallen de overige subsidies op productie. Deze subsidies zijn
niet direct relateerbaar aan de waarde of de hoeveelheid geproduceerde
en verkochte producten. Het betreft vooral de loonsubsidies.