In het eerste kwartaal van 2012 waren de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) 1,4 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is vrijwel evenveel als in de twee voorgaande kwartalen. De cao-loonstijging ligt hiermee al zeven kwartalen onder de inflatie, die in het eerste kwartaal van 2012 op 2,5 procent uitkwam.
In de gesubsidieerde sector en bij de particuliere bedrijven stegen de lonen in het eerste kwartaal van 2012 respectievelijk met 1,6 en 1,1 procent. Bij de sector overheid zijn geen cao-gegevens beschikbaar. In deze sector is de looptijd van een aantal belangrijke cao’s al meer dan een jaar verstreken.
De contractuele loonkosten namen met 1,8 procent in het eerste kwartaal van 2012 iets meer toe dan de cao-lonen. Dit is vooral toe te schrijven aan een verhoging van de premies. De werkgeverspremie voor de werkloosheidswet is gestegen van 4,20 naar 4,55 procent. Daarnaast waren er veranderingen in de wettelijke inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage in de ziektekosten.
Het voorlopige cijfer over het eerste kwartaal van 2012 is gebaseerd op 66 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Dat aandeel verschilt per sector. Bij de gesubsidieerde sector en de particuliere bedrijven lag dit percentage op meer dan het gemiddelde van alle sectoren, terwijl bij de overheid het percentage afgesloten cao’s onder de 34 procent lag. Hierdoor zijn er geen cao-gegevens gepubliceerd voor deze laatste sector. Ongeveer acht van de tien werknemers vallen onder een cao.
Cao-lonen en contractuele loonkosten

Loon(kosten) volgens Nationale rekeningen
De lonen per arbeidsjaar waren in het vierde kwartaal van 2011 1,3 procent hoger dan in het vierde kwartaal van 2010. De loonkosten per arbeidsjaar, waarin ook de werkgeverspremies zijn opgenomen, stegen met 1,4 procent iets sneller. De werkgeverspremies voor werkloosheid en zorgverzekeringen gingen omhoog en de premies voor arbeidsongeschiktheid omlaag.
De spreiding van de gemiddelde loonstijging over de bedrijfstakken is groot. In het onderwijs stegen de lonen met 0,2 procent het minst. In de zorg stegen de lonen met 2,5 procent het meest.
Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:
- de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
- de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voorzover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
- de ontwikkeling op basis van cao-informatie is structuurvrij, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.
Gemiddelde ontwikkeling lonen en loonkosten
