Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeMethodenDataverzameling > Enquête beroepsbevolking (EBB)

Enquête beroepsbevolking (EBB)

Wat behelst het onderzoek

Doel

Verstrekken van informatie over de relatie tussen mens en arbeidsmarkt. Hierbij worden kenmerken van personen in verband gebracht met hun huidige dan wel toekomstige positie op de arbeidsmarkt.

Doelpopulatie

Personen van 15 jaar en ouder in Nederland, met uitzondering van personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen (institutionele bevolking)

Statistische eenheid

Personen en huishoudens.

Aanvang onderzoek

De Enquête Beroepsbevolking wordt sinds 1987 uitgevoerd.

Frequentie

Er wordt elk kwartaal gepubliceerd over een beperkt aantal arbeidsmarktvariabelen. Tevens wordt er jaarlijks gepubliceerd over deze variabelen en een grote aanvullende set  arbeidsmarktvariabelen. Daarnaast zijn er maandcijfers beschikbaar van de werkloze en werkzame beroepsbevolking.

Publicatiestrategie

Zowel de maandcijfers als de kwartaal- en jaarcijfers zijn definitieve cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Steekproefonderzoek.

Waarnemingsmethode

De Enquête Beroepsbevolking (EBB) is een zogenaamd roterend panelonderzoek. Dit roterend paneldesign is ingevoerd in het vierde kwartaal van 1999. In 2010 is er een eerste designwijziging doorgevoerd. De respondenten werden voorheen allemaal thuis bezocht door een interviewer van het CBS (Computer Assisted Personal Interviewing, CAPI). Vanaf 2010 worden ze indien, het telefoonnummer (vaste lijn) bekend is, telefonisch benaderd (Computer Assisted Telephone Interviewing, CATI). Als dat niet het geval is worden ze via CAPI benaderd. Daarna worden ze nog viermaal telefonisch herbenaderd. Met ingang van het vierde kwartaal van 2012 is opnieuw een designwijziging doorgevoerd. Vanaf dan worden alle respondenten in eerste instantie via internet benaderd (Computer Assisted Web Interviewing, CAWI). Een deel van de respondenten die niet respondeert via CAWI wordt vervolgens via CAPI of CATI herbenaderd. De vervolgpeilingen vinden nog steeds allemaal telefonisch plaats.Een gedetailleerdere beschrijving van de waarnemingsmethode is te vinden in de uitgebreide methodebeschrijving EBB . De volledige vragenlijst van de EBB is elektronisch beschikbaar.

Berichtgevers

Per huishouden worden maximaal acht personen van 15 jaar en ouder geïnterviewd.

Steekproefomvang

In het eerste kwartaal van 2012 zijn 18 duizend adressen benaderd.

Controle- en correctiemethoden

De gegevens van een respondent worden gecontroleerd op interne consistentie. Door de wegingsmethode wordt gecorrigeerd voor onder- en oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de respons.

Weging

Het ophogen van de waarnemingen vindt plaats in twee stappen. In de eerste stap worden aan de waarnemingen startgewichten toegekend. Deze startgewichten zijn zo berekend dat ze corrigeren voor ongelijke trekkingskansen die voortkomen uit de gehanteerde steekproeftrekking. In de tweede stap worden definitieve ophoogfactoren bepaald. Met deze stap wordt de vertekening ten gevolge van non-respons gereduceerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gegevens over geslacht, leeftijd, herkomstgroepering, woongemeente en enkele andere regionale indelingen. Daarnaast wordt uit registers gebruik gemaakt van gegevens over herkomstgroepering cwi-inschrijving en inkomen. Ook wordt er gebruik gemaakt van het roterend paneldesign en worden alle peilingen samen in één stap opgehoogd.  Een gedetailleerdere beschrijving van weging, steekproefopzet en veldwerk van de EBB is te vinden in de uitgebreide methodebeschrijving EBB.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De uitkomsten van de EBB hebben de uitkomsten een onnauwkeurigheidsmarge. Omdat het steekproefdesign vrij complex is, is het schatten van de 95%-betrouwbaarheidsmarges niet eenvoudig. Een tabel met geschatte marges voor opgehoogde aantallen is opgenomen in de uitgebreide methodebeschrijving EBB.

Vanwege de grote relatieve onnauwkeurigheid worden gegevens beneden een bepaalde waarde niet gepubliceerd. Deze aantallen zijn in de staten en tabellen vervangen door een punt (.). De ondergrens is voor de kwartaalcijfers in principe vastgesteld op afgerond 30 duizend in de totaalkolom. Onderverdelingen van groepen van 30 duizend personen of meer worden weergegeven. Voor de jaarcijfers is de ondergrens vastgesteld op 15 duizend in de totaalkolom. Onderverdelingen van groepen van 15 duizend personen of meer worden weergegeven.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De meeste tabellen op StatLine bevatten cijfers vanaf 1996. In een aantal gevallen is het pas vanaf 2000 mogelijk onderling vergelijkbare cijfers te maken. Voor een beperkt aantal arbeidsmarktgegevens zijn volgtijdelijk vergelijkbare EBB-reeksen beschikbaar die in 1988 aanvangen.

Voor alle tabellen op basis van de EBB geldt dat er sprake is van een trendbreuk van 2000 op 2001. Vanaf 2001 zijn de EBB gegevens gebaseerd op alle vijf de peilingen van de EBB. In de jaren daarvoor bestond de EBB alleen uit een eerste, CAPI peiling. In de uitgebreide methodebeschrijving van de EBB wordt nader ingegaan op de verschillen tussen de cijfers tot en vanaf 2001.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Tijdens het interview worden de antwoorden in de computer ingevoerd; daarbij kunnen inconsistente antwoorden direct gesignaleerd worden. Bij proxi-beantwoording (als een lid van het huishouden de vragen beantwoordt die op een ander lid betrekking hebben) wordt nagegaan of deze persoon voldoende informatie heeft om de vragen te beantwoorden.

Zie voor meer informatie over de kwaliteitsstrategie de Standaard kwaliteitsrapportage EBB.

Waardeer deze pagina:
Deel op Twitter Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op Hyves