Wat behelst het onderzoek
Doel
Beschrijving per maand van de beroepsbevolking in Nederland. De werkloze beroepsbevolking staat daarbij centraal.
Doelpopulatie
Personen van 15 tot 65 jaar in Nederland, met uitzondering van personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen (institutionele bevolking).
Statistische eenheid
Personen.
Aanvang onderzoek
Maandcijfers over de beroepsbevolking zijn in juli 2010 voor het eerst gepubliceerd. De cijfers zijn beschikbaar vanaf de verslagmaand januari 2003.
Frequentie
Maandelijks
Publicatiestrategie
Maandcijfers over de beroepsbevolking uitgesplitst naar geslacht en leeftijd (15 tot 25 jaar, 25 tot 45 jaar en 45 tot 65 jaar) zijn ongeveer drie weken na afloop van de verslagmaand beschikbaar. Ze zijn altijd definitief en dienen als basis voor kwartaal- en jaarcijfers over de beroepsbevolking die een gemiddelde zijn van de afzonderlijke maandcijfers.
Hoe wordt het uitgevoerd
Soort onderzoek
De maandcijfers beroepsbevolking worden samengesteld op basis van gegevens uit een steekproefonderzoek, de Enquête Beroepsbevolking (EBB).
Waarnemingsmethode
De EBB is een zogenaamd roterend panelonderzoek met vijf peilingen. De respondenten worden éénmaal uitvoerig geënquêteerd door een interviewer van het CBS. Dit gebeurt middels een face-to-face interview (Computer Assisted Personal Interviewing, CAPI) of via een telefonisch interview (Computer Assisted Telephone Interviewing, CATI). Daarna worden ze om de drie maanden nog viermaal telefonisch herbenaderd. Deze onderzoeksopzet is ingevoerd in het vierde kwartaal van 1999. De volledige vragenlijst van de EBB is elektronisch beschikbaar.
Berichtgevers
Per huishouden worden maximaal acht personen van 15 jaar en ouder geïnterviewd.
Steekproefomvang
In 2011 zijn in totaal ruim 74 duizend adressen uitgezet. Dat zijn gemiddeld 6,2 duizend adressen per maand.
Controle- en correctiemethoden
De gegevens van een respondent worden gecontroleerd op interne consistentie. Door een wegingsmethode wordt gecorrigeerd voor onder- en oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de respons. Via een structureel tijdreeksmodel wordt op efficiënte wijze gebruik gemaakt van de steekproefinformatie, inclusief gegevens die zijn waargenomen in voorgaande periodes.
Weging
Het ophogen van de waarnemingen naar aantallen in de populatie vindt plaats in twee stappen. In de eerste stap worden aan de waarnemingen startgewichten toegekend. Deze startgewichten zijn zo berekend dat ze corrigeren voor ongelijke trekkingskansen die voortkomen uit de gehanteerde steekproeftrekking. In de tweede stap worden definitieve ophoogfactoren bepaald. Met deze stap wordt de vertekening ten gevolge van non-respons gereduceerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gegevens over geslacht, leeftijd, herkomstgroepering, woongemeente en enkele andere regionale indelingen. Daarnaast wordt uit registers gebruik gemaakt van gegevens over herkomstgroepering, inschrijving uwv werkbedrijf en voornaamste bron van inkomen. Voor de maandcijfers worden alle peilingen afzonderlijk opgehoogd, waardoor vijf afzonderlijke reeksen voor de beroepsbevolking berekend kunnen worden. Deze reeksen dienen als invoer voor het structurele tijdreeksmodel. Een gedetailleerdere beschrijving van weging, steekproefopzet en veldwerk van de EBB is te vinden in de uitgebreide methodebeschrijving EBB.
Tijdreeksmodel
De omvang van de werkloze- en werkzame beroepsbevolking in een bepaalde maand hangt sterk samen met de omvang van de werkloze- en werkzame beroepsbevolking in voorgaande maanden. Het ligt daarom voor de hand om de precisie van de maandelijkse schattingen te verbeteren door gebruik te maken van steekproefinformatie uit voorgaande periodes. Deze informatie wordt ook gebruikt om de maandelijkse seizoeninvloeden te bepalen. Hiermee kunnen de maandelijkse ontwikkelingen in de werkloosheid ook zonder seizoeninvloeden worden beoordeeld. De beschikbare informatie uit de vijf peilingen wordt door het tijdreeksmodel geïntegreerd tot één set van schattingen voor de beroepsbevolking naar leeftijd en geslacht. Een gedetailleerde beschrijving van het structurele tijdreeksmodel voor maandcijfers over de beroepsbevolking is te vinden in het document 'Schatten van maandcijfers over de beroepsbevolking'.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten
Nauwkeurigheid
De uitkomsten van de EBB hebben een onnauwkeurigheidsmarge. De geschatte standaardfouten bij de maandcijfers over de beroepsbevolking zijn opgenomen in het document schatten van maandcijfers over de beroepsbevolking.
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
Maandcijfers over de beroepsbevolking zijn beschikbaar vanaf de verslagmaand januari 2003. In juli 2010 zijn deze cijfers voor het eerst gepubliceerd. Daarvoor werden maandelijks voortschrijdende driemaandsgemiddelden gepubliceerd. Deze cijfers waren beschikbaar vanaf de verslagperiode december 2000-februari 2001. Verschillen tussen beide methodes worden beschreven in het document ‘Schatten van maandcijfers over de beroepsbevolking’.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
Tijdens het interview worden de antwoorden in de computer ingevoerd; daarbij kunnen inconsistente antwoorden direct gesignaleerd worden. Bij proxi-beantwoording (als een lid van het huishouden de vragen beantwoordt die op een ander lid betrekking hebben) wordt nagegaan of deze persoon voldoende informatie heeft om de vragen te beantwoorden.