Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau

Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau

Perioden Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouw, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Aardappelen Aardappelen, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Aardappelen Consumptieaardappelen Consumptieaardappelen, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Aardappelen Pootaardappelen Pootaardappelen, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Aardappelen Zetmeelaardappelen (ha) Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Uien Uien, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Uien Poot- en plantuien (ha) Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Uien Zaaiuien (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Gerst Gerst, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Gerst Gerst, winter (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Gerst Gerst, zomer (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Tarwe Tarwe, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Tarwe Tarwe, winter (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Tarwe Tarwe, zomer (ha) Akkerbouw Oppervlakte Suikerbieten (ha)
2000 634.440 180.160 87.410 41.800 50.950 19.980 5.280 13.990 47.000 3.630 43.370 136.640 120.490 16.150 110.950
2001 631.420 163.880 75.860 39.410 48.610 20.460 5.240 14.210 66.600 3.240 63.370 124.570 95.700 28.870 109.120
2002 628.980 165.160 77.210 38.960 48.990 21.100 5.370 14.920 56.890 2.660 54.230 135.790 113.160 22.630 108.890
2003 615.990 158.620 70.530 39.290 48.790 23.240 6.000 16.380 54.940 3.100 51.840 129.820 105.800 24.010 102.780
2004 613.530 163.860 72.630 39.740 51.500 26.210 5.600 19.890 47.870 3.200 44.670 137.960 117.160 20.800 97.730
2005 604.050 155.780 65.830 39.260 50.690 22.520 4.930 16.780 50.510 2.960 47.550 136.570 115.930 20.640 91.310
2006 579.890 156.500 69.480 37.430 49.590 24.630 5.490 18.490 44.580 3.490 41.090 141.120 121.500 19.620 82.780
2007 573.210 157.170 72.460 36.730 47.980 26.180 5.450 20.150 45.990 4.260 41.730 141.320 124.430 16.890 82.030
2008 563.470 151.870 69.300 36.530 46.030 26.140 5.150 20.300 50.230 4.670 45.560 156.510 140.620 15.890 72.230
2009 554.080 155.230 70.520 38.140 46.570 26.030 5.840 19.530 44.460 4.870 39.590 150.980 128.890 22.090 72.700
2010 542.070 158.270 73.030 38.540 46.700 28.870 6.240 22.220 33.440 4.710 28.730 154.020 135.000 19.020 70.580
2011 535.040 159.690 72.610 37.910 49.170 29.840 6.130 23.300 34.110 4.070 30.040 151.520 113.150 38.370 73.330
2012 520.800 149.930 67.450 39.160 43.320 27.230 5.830 20.990 29.840 4.210 25.630 151.620 136.390 15.240 72.720
2013 532.410 155.820 71.570 40.220 44.030 28.620 6.180 21.980 29.620 4.450 25.170 152.750 124.770 27.980 73.190
2014 517.280 156.250 74.070 39.870 42.310 30.200 7.440 22.350 27.610 5.560 22.050 142.210 122.290 19.920 75.090
2015 505.670 156.510 71.740 41.850 42.930 32.160 7.860 23.890 32.820 7.650 25.170 142.470 127.470 15.000 58.440
2016 503.660 157.900 73.320 41.410 43.170 33.430 7.970 25.080 34.800 9.820 24.980 128.060 117.010 11.050 70.720
2017 509.150 162.670 76.300 42.330 44.040 34.920 7.800 26.680 30.200 9.300 20.910 116.430 108.020 8.410 85.350
2018 515.950 164.970 76.350 43.540 45.080 34.850 9.070 25.360 36.150 8.240 27.910 112.040 96.270 15.770 85.190
2019 531.930 167.520 78.890 43.690 44.950 36.890 8.860 27.580 33.700 11.130 22.570 121.060 112.200 8.860 79.180
2020 526.840 165.620 76.710 43.810 45.100 37.050 9.400 27.270 38.690 9.720 28.970 109.630 92.840 16.780 81.460
2021 525.750 160.300 71.360 43.790 45.150 39.630 9.190 30.120 30.080 9.770 20.310 119.380 106.780 12.600 80.690
2022* 534.730 163.060 76.600 43.160 43.310 36.570 8.720 27.420 36.860 10.550 26.310 124.350 108.320 16.030 81.750
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op nationaal niveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren, hokdieren en arbeidskrachten.

Voor grondgebruik, gewassen en dieren wordt de oppervlakte respectievelijk het aantal dieren en het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd. Voor arbeidskrachten wordt voor de verschillende soorten arbeidskrachten het aantal personen, de arbeidsjaareenheden (aje) en het aantal bedrijven gepresenteerd.

Oppervlakten zijn afgerond op 10 hectare, aantal graasdieren en varkens op 10 stuks, aantal pluimvee, konijnen en edelpelsdieren op 100 stuks, arbeidskrachten en arbeidsjaareenheden op honderdtallen en aantal bedrijven op tientallen. Deze tabel is daardoor minder geschikt om kleine veranderingen tussen verschillende jaren waar te nemen. Hiervoor kan beter gebruik gemaakt worden van de regiotabel (zie hoofdstuk 3).

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

In 2022 maken paarden, pony’s en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op de bedrijfstypering en het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling. Bedrijven met paarden en pony's die eerder ingedeeld werden bij 'paard -en ponybedrijven' worden in 2022, als er naast het houden van paarden en pony's ook nog landbouwactiviteiten zijn, ingedeeld bij een ander bedrijfstype. Dit heeft met name effect op graasdierbedrijven en 'akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen', hier treedt een duidelijke trendbreuk op.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.

De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip ‘actieve landbouwer’ uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in nge (Nederlandse grootte-eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: De cijfers van 2022 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 november 2022: de voorlopige cijfers van 2022 zijn geactualiseerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens planning verschijnen eind juni de eerste voorlopige cijfers ('snelle cijfers'). Op dat moment zijn nog niet alle opgaven binnen en/of volledig verwerkt, en hebben alleen de belangrijkste plausibiliteitscontroles plaatsgevonden. Voor non-respons is bijgeschat op basis van de opgave van vorig jaar.
In september wordt de gegevensverzameling afgesloten, dan wordt opnieuw bijgeschat en vinden verdere analyses en plausibiliteitscontroles plaats.
Eind september en in november worden bijgestelde voorlopige cijfers gepubliceerd en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Akkerbouw
Akkerbouw is teelt in de volle grond, veelal voor industriële verwerking.
Oppervlakte
Akkerbouw, totaal
Aardappelen
Aardappelen, totaal
Consumptieaardappelen
Inclusief aardappelen bestemd voor de frites- of chipsindustrie.
Consumptieaardappelen, totaal
Pootaardappelen
Pootaardappelen, totaal
Zetmeelaardappelen
Aardappelen voor Nederlandse en buitenlandse aardappelzetmeelfabrieken; inclusief TBM-pootgoed (Teelt Beschermende Maatregelen).
Akkerbouwgroenten
Akkerbouwgroenten zijn groenten die worden geteeld in de open grond, in vruchtwisseling met andere akkerbouwgewassen. Ze zijn meestal bestemd voor industriële verwerking.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Uien
Uien, totaal
Poot- en plantuien
Inclusief sjalotten.
Zaaiuien
Granen
Graanteelten bestemd voor de oogst van de korrel, inclusief zaadwinning.
Gerst
Gerst, totaal
Gerst, winter
Gerst, zomer
Tarwe
Tarwe, totaal
Tarwe, winter
Tarwe, zomer
Suikerbieten