Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeMethodenDataverzameling > Loonstructuuronderzoek (LSO)

Loonstructuuronderzoek (LSO)

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het Loonstructuuronderzoek (LSO) beschrijft de verschillen in loon tussen groepen van werknemers.

Domeinbeschrijving

Het LSO 2002 beperkt zich tot banen van werknemers van 15 tot 65 jaar die in Nederland wonen. Het gaat uitsluitend om banen zoals waargenomen in bedrijfsregistraties. De tabellen bevatten gegevens over aantallen banen, uurlonen, maandlonen en jaarlonen naar beroepsniveau en opleidingniveau en naar kenmerken als geslacht, leeftijd, dienstverband, arbeidsduur, bedrijfsgrootte en economische activiteit. De uitkomsten hebben betrekking op banen, dat wil zeggen dat een werknemer meerdere keren kan voorkomen als hij of zij meerdere banen heeft.

Aanvang onderzoek

Informatie uit het huidige onderzoek is beschikbaar vanaf verslagjaar 1995. Voor die tijd verzamelde het CBS loonstructuurgegevens via een aparte enquête. Vanaf 1995 wordt de informatie samengesteld door al beschikbare gegevens uit meerdere bronnen te combineren.

Frequentie

In de periode 1995-1997 jaarlijks en vanaf 1998 eens in de vier jaar.

Publicatiestrategie

De uitkomsten worden eenmalig gepubliceerd en zijn te beschouwen als definitief.

 

Hoe wordt het uitgevoerd

Belangrijkste bronnen

De uitkomsten van het LSO zijn verkregen door gegevens uit de Enquête Werkgelegenheid en Lonen (EWL), de Enquête Beroepsbevolking (EBB) en de Gemeentelijke Basiadminstratie (GBA) te combineren.

De EWL is een onderzoek bij bedrijven en instellingen naar de werkgelegenheid en beloning van werknemers. Alle economische activiteiten en grootteklassen zijn in het onderzoek betrokken. De EWL is in 2006 stopgezet. Een deel van de bedrijven verstrekte periodiek uit de salarisadministratie een bestand met gedigitaliseerde individuele gegevens van al hun werknemers. Het gaat om enkele persoonsgegevens en gegevens over het loon, de arbeidsduur en het dienstverband. Daarnaast vond aanvullende enquêtering plaats door papieren vragenlijsten. Voor het LSO 2002 zijn de EWL-gegevens over het vierde kwartaal van 2002 gebruikt. De EWL vormt de basis van het LSO.

Voor informatie over het opleidingsniveau en beroep van werknemers is gebruik gemaakt van de EBB. Dit is een doorlopend steekproefonderzoek.  De enquête bestaat uit mondelinge persoonsinterviews, zowel face-to-face als telefonisch. Jaarlijks wordt ongeveer 1 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder geënquêteerd. Voor het LSO 2002 is gebruik gemaakt van EBB-informatie uit de face-to-face-interviews van de jaren 2000, 2001 en 2002. Door meerdere jaargangen te gebruiken is de groep werknemers waarvan beroep en opleidingsniveau bekend zijn aanzienlijk vergroot.

De GBA is het persoonsregistratiesysteem van de Nederlandse gemeenten. Deze registratie is gebruikt om de herkomstgroepering van werknemers vast te stellen.

Globale structuur integratiekader

De gegevens uit de EWL, EBB en GBA zijn op individueel niveau gecombineerd. Dit gebeurt met de volgende kenmerken: geslacht, geboortedatum, postcode en huisnummer van het woonadres. De koppeling vindt plaats in een aantal stappen. Er is een GBA-bestand samengesteld met alle personen die (een deel van) het jaar 2002 in Nederland woonden, met onder andere de variabelen geslacht, geboortedatum, en herkomstgroepering. De EBB-gegevens zijn vervolgens gekoppeld met het GBA-bestand en herwogen naar de populatie personen die eind 2002 in Nederland woonde. Ook het EWL-bestand is met het GBA-bestand gekoppeld en daarna met het herwogen EBB-bestand.

Meer informatie over de uitkomsten, gebruikte bronnen, onderzoeksopzet, vergelijkbaarheid met het LSO 1997 en vergelijking met de EWL-uitkomsten is te vinden in het artikel ‘Loon naar beroep en opleidingsniveau: het Loonstructuuronderzoek 2002’.

 

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De uitkomsten zijn volgtijdelijk vergelijkbaar.

Revisie

Niet van toepassing.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Er wordt gecontroleerd op volledigheid, interne consistentie en plausibiliteit van de cijfers.

De uitkomsten van het LSO hebben een onnauwkeurigheidsmarge, omdat het LSO op basis van steekproefgegevens is samengesteld.

De publicatiemogelijkheden worden beperkt door de toepassing van geheimhouding. De gegevens mogen niet herleidbaar zijn tot individuele bedrijven of personen. In de tabellen zijn de cellen aangegeven met een punt wanneer ze vanwege nauwkeurigheid of geheimhoudingsplicht niet gepubliceerd mogen worden.

Waardeer deze pagina: