Wat behelst het onderzoek
Doel
Het vaststellen van de landelijke emissies (= uitstoot) van broeikasgassen en verzurende gassen naar de lucht van stationaire bronnen.
Doelpopulatie
In Nederland gevestigde bedrijven en huishoudens met emissies vanuit stationaire bronnen. Stationaire bronnen zijn installaties voor het verbranden van brandstoffen (opwekken van warmte, kracht of energie), installaties voor industriële processen en andere niet-mobiele activiteiten (bijvoorbeeld op- en overslag). Het onderzoek betreft de emissies van negen stoffen, te weten CO2, CH4, N2O, CO, NMVOS (vluchtige organische stoffen (VOS) exclusief methaan), NH3, NOx, SO2 en PM10.
Statistische eenheid
Bedrijven en huishoudens.
Aanvang onderzoek
1990.
Frequentie
Jaarlijks. In de databank StatLine staan gegevens over 1990, 1995 en vanaf 2000 jaarlijks.
Publicatiestrategie
Voorlopige cijfers worden circa acht maanden en definitieve cijfers circa zeventien maanden na het verslagjaar gepubliceerd. Als gevolg van methodeaanpassingen kunnen definitieve cijfers herzien worden. Met zo’n revisie wordt de volgtijdelijke vergelijkbaarheid gewaarborgd. De gepubliceerde cijfers zijn consistent met die uit de landelijke Emissieregistratie. De resultaten vormen een onderdeel van de volgende drie StatLine-tabellen:
1. De emissies van zowel broeikasgassen als verzurende gassen, namelijk CO2, CH4, N2O, CO, NMVOS, NH3, NOx, SO2 en PM10, worden gepubliceerd in de StatLinetabel: Emissies naar lucht; alle bronnen.
2. De emissies van de broeikasgassen (CO2, CH4 en N2O), berekend volgens de richtlijnen van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), zijn opgenomen in de StatLine tabel IPCC-emissies naar lucht; alle bronnen.
3. In de StatLine tabel NEC-emissies naar lucht; alle bronnen zijn emissies opgenomen van verzurende gassen (NMVOS, NH3, NOx, SO2) en PM10, berekend volgens de NEC-richtlijn (National Emission Ceilings).
Verder worden de uitkomsten op een groter detailniveau gepubliceerd via de website van de Emissieregistratie en in het Compendium voor de Leefomgeving.
Verder worden de uitkomsten gepubliceerd via de website van de Emissieregistratie en in het Compendium voor de Leefomgeving. Emissies volgens berekeningen op grond van IPCC- of NEC-richtlijn sluiten sommige emissies of bronnen uit. Zo worden volgens de IPCC-richtlijnen CO2-emissies vanuit biomassa niet meegenomen.
Hoe wordt het uitgevoerd
Soort onderzoek
In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van milieujaarverslagen en van CBS-gegevens. Het onderzoek vindt plaats in het kader van het samenwerkingsverband van de Emissieregistratie (ER). Naast het CBS participeren in dit samenwerkingsverband de volgende instituten: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Landbouw-Economisch Instituut (LEI) en Alterra (beide onderdelen van Wageningen Universiteit en Researchcentrum), Rijkswaterstaat-Waterdienst (voorheen RIZA), AgentschapNL en TNO.
Waarnemingsmethode
- De emissies van broeikasgassen (CO2, CH4, N2O) uit stationaire bronnen worden berekend uit het brandstofverbruik volgens de Energiestatistieken van het CBS. De omvang van de emissies wordt bepaald door vermenigvuldiging van het brandstofverbruik met emissiefactoren. Voor de emissiefactoren wordt voor CO2 gebruik gemaakt van de nationale brandstoffenlijst of van bedrijfsspecifieke data. Deze gegevens zijn bijvoorbeeld afkomstig uit de milieujaarverslagen. De emissiefactoren per brandstofsoort voor methaan en distikstofoxide worden ontleend aan het Nationaal Systeem voor monitoring en rapportage van broeikasgasemissies.
- Basis voor de emissies van de overige stoffen (CO, VOS excl. methaan, NH3, NOx, SO2 en PM10) zijn de gegevens uit de milieujaarverslagen. Ophoging naar nationale totalen gebeurt met behulp van energiegegevens (van het CBS) en emissiefactoren. Deze emissiefactoren zijn afgeleid uit de milieujaarverslagen of uit literatuur (European Monitoring and Evaluation Programme, TNO).
Berichtgevers
Niet van toepassing.
Steekproefomvang
De registratie van de milieujaarverslagen omvat een bestand van circa 800 bedrijven. Deze bedrijven zijn op grond van aard en omvang van hun emissies wettelijk verplicht een milieujaarverslag in te dienen bij het bevoegde gezag. De waarneming op grond van milieujaarverslagen is daardoor geen aselecte steekproef uit de populatie van alle bedrijven.
Controle- en correctiemethoden
Controle vindt plaats door een trendanalyse op de basisgegevens (brandstofverbruik en emissies) van de individuele bedrijven uit de milieujaarverslagen. Na de berekeningen vindt in het kader van de Emissieregistratie een gezamenlijke trendanalyse plaats waarbij de emissies per stof door de verschillende partijen in de Emissieregistratie worden beoordeeld op plausibiliteit en consistentie.
Weging
De emissies van broeikasgassen worden berekend uit het brandstofverbruik van de Energiestatistieken van het CBS. Dit verbruik omvat de gehele Nederlandse economie. Voor de berekening van de emissies van broeikasgassen uit brandstofverbruik is derhalve geen ophoging of weging nodig.
Voor de berekening van de totale emissies van niet-broeikasgassen wordt op SBI-niveau opgehoogd op basis van energiegegevens van het CBS.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten
Nauwkeurigheid
- De emissies van CO2worden berekend uit bronnen met een grote nauwkeurigheid, te weten energiegegevens van de Nederlandse Energiehuishouding (van zowel bedrijven als huishoudens) en emissiefactoren van IPCC. Hierdoor is de kwaliteit van deze gegevens hoog.
- Bij de overige stoffen wordt uitgegaan van de gegevens die het betreffende bedrijf opgeeft in het milieujaarverslag. Indien een milieujaarverslag niet voldoet aan de kwaliteitscriteria van de ER worden de gegevens daaruit niet meegenomen. Op deze manier blijft de kwaliteit gewaarborgd.
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
- De methode van berekening van de emissies is veranderd vanaf het verslagjaar 1999 door de invoering van het milieujaarverslag als basis voor de gegevensverzameling. Voor de stoffen (CO2, CH4, N2O, CO, VOS, excl. metaan, NH3, NOx, SO2 en PM10) heeft deze verandering geen methodebreuken opgeleverd.
- Voor de berekening van de broeikasgasemissies wordt sinds het verslagjaar 2004 een nieuwe methodiek gebruikt. Deze berekening is niet meer gebaseerd op de milieujaarverslagen maar voornamelijk op de energiestatistieken van het CBS. Om CO2-emissies te kunnen berekenen op basis van de energiestatistieken is in 2004 onderzoek gedaan naar de bruikbaarheid en consistentie van deze cijfers. Alle verslagjaren vanaf 1990 zijn volgens deze nieuwe methode herberekend waardoor er geen methodebreuk bestaat.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
Plausibiliteitscontrole door middel van trendanalyse. De vaststelling van de emissies, inclusief het doorvoeren van nieuwe (berekenings)methoden, vindt plaats binnen het samenwerkingsverband van de Emissieregistratie.
Voor meer informatie, zie het webartikel Berekening van emissies stationaire bronnen door brandstofverbruik.