Wat behelst het onderzoek?
Doel
Beschrijving van de structuur van de Nederlandse agrarische sector (gegevens over bedrijven , veestapel, gewassen en speciale onderwerpen). De gegevens worden gebruikt voor onderzoek en door de politiek (nationaal en internationaal).
Doelpopulatie
Agrarische bedrijven met een economische omvang van 3000 SO of meer.
SO (Standaard Opbrengst) is een economische maat voor de omvang van een agrarisch bedrijf. SO is gebaseerd op de opbrengst die gemiddeld op jaarbasis per gewas of diercategorie wordt behaald en wordt uitgedrukt in euro. Bedrijven kleiner dan 3000 SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
Tot en met 2009 werd als maat voor de omvang van een agrarisch bedrijf gebruik gemaakt van NGE (Nederlandse Grootte-eenheid); de drempelwaarde voor de Landbouwtelling bedroeg toen 3 nge. De wijziging van de drempelwaarde heeft vrijwel geen invloed op de omvang van de populatie.
Statistische eenheid
Agrarische bedrijven. Onder agrarische bedrijven wordt verstaan bedrijven die gewassen telen of dieren houden met als doel deze, of de producten die daaruit voortkomen, te verkopen.
Aanvang onderzoek
Landbouwstructuurenquêtes worden al meer dan 100 jaar gehouden; vanaf de Tweede Wereldoorlog jaarlijks. Oorspronkelijk was de Landbouwtelling een CBS enquête, later een gezamenlijke enquête van het CBS en het landbouwministerie. Sinds 2002 is het een onderdeel van de zogeheten gecombineerde data inwinning (GDI), die door Dienst Regelingen (onderdeel van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie) wordt uitgevoerd. Daarbij wordt de gegevensverzameling voor de landbouwtelling gecombineerd met de inwinning van gegevens voor diverse administratieve regelingen.
Frequentie
Jaarlijks
Publicatiestrategie
Zodra de gegevens op plausibiliteit zijn gecontroleerd, en zo nodig gecorrigeerd, worden deze op Statline geplaatst. Voorlopige cijfers zijn voorzien aan het eind van het verslagjaar, definitieve cijfers volgen circa 3 maanden later.
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Soort onderzoek
De Landbouwtelling is een integrale waarneming. De vragen in de Landbouwtelling worden jaarlijks vastgesteld in een werkgroep, waarin nagenoeg alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn.
Waarnemingsmethode
Dataverzameling vindt grotendeels elektronisch, via een internettoepassing, plaats. De verzamelde gegevens worden door Dienst Regelingen aan het CBS geleverd.
Berichtgevers
De berichtgevers zijn agrarische bedrijven.
Steekproefomvang
Niet van toepassing.
Controle- en correctiemethoden
De gegevens worden bij ontvangst door Dienst Regelingen op microniveau gecontroleerd op harde fouten en gecorrigeerd. Bij analyse door het CBS wordt op plausibiliteit (waarschijnlijkheid) gecontroleerd, onder andere door relatiecontroles en vergelijkingen met vorig jaar. Zo nodig wordt navraag gedaan bij Dienst Regelingen, maar nooit bij de bedrijven zelf. Plausibiliteitscontroles vinden op macro- en mesoniveau plaats, correcties op microniveau.
Weging
niet van toepassing
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?
Nauwkeurigheid
De telling is integraal; het responspercentage bedraagt ruim 96 procent. De statistische betrouwbaarheid is zodoende praktisch 100 procent. Opgave voor de Landbouwtelling is wettelijk verplicht. Omdat de gegevens worden gebruikt voor de uitvoering van diverse administratieve regelingen (subsidies, Meststoffenwet), is van meetfouten eigenlijk geen sprake.
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
De cijfers op nationaal niveau zijn in de tijd vergelijkbaar. Regionale cijfers zijn gebaseerd op vestigingsgemeente. Jaarlijks komen wijzigingen van gemeenten voor. Gemeenten kunnen worden opgeheven, of nieuw gevormd. Daarnaast vinden er veelvuldig grenscorrecties plaats. Bij regionale cijfers is uitgegaan van de situatie zoals die in het betreffende verslagjaar gold.
Wanneer er ingrijpende inhoudelijke wijzigingen zijn opgetreden wordt een aantal jaren herberekend (teruglegging). Het laatste jaar van de teruglegging wordt dan volgens beide werkwijzen gepubliceerd.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
zie Controle- en correctiemethoden. Daarnaast worden de cijfers geconfronteerd met gegevens uit andere bronnen (bijvoorbeeld afgeleide onderzoeken), trends en informatie van externe expertgroepen.