Wat behelst het onderzoek?
Doel
Het verschaffen van inzicht in het geheel aan energiestromen in ons land. De Nederlandse energiehuishouding (NEH) betreft enerzijds de winning, de invoer en de uitvoer en anderzijds het binnenlands verbruik van energie.
Domeinbeschrijving
Energie wordt veelal in een andere vorm gewonnen of geïmporteerd dan het wordt verbruikt. Er vinden energieomzettingen plaats, zoals de raffinage van ruwe aardolie tot aardolieproducten, en de productie (opwekking) van elektriciteit uit onder meer aardgas en steenkool. De uitkomsten van de NEH betreffen de winning, invoer, uitvoer, inzet ten behoeve van omzettingen, productie uit omzettingen en het finale verbruik.
Er is een indeling enerzijds in energiedragers, te weten aardoliegrondstoffen en –producten, steenkool en steenkoolproducten, aardgas, elektriciteit, kernenergie, warmte, biomassa en afval, en anderzijds naar bedrijfstak. De NEH wordt alleen op nationaal niveau opgesteld. Er is geen regionale indeling.
Aanvang onderzoek
Er is een reeks van kerncijfers die terug gaat terug tot 1946. De complete energiebalans, met uitsplitsingen naar een groot aantal sectoren en energiedragers is beschikbaar vanaf 1995.
Frequentie
Jaar. Daarnaast worden per kwartaal de belangrijkste kengetallen gepubliceerd in de Statlinetabel ‘Energiebalans kerncijfers’.
Publicatiestrategie
- voorlopige uitkomsten: in maart worden de voorlopige uitkomsten over het voorafgaande kalenderjaar gepubliceerd. Deze voorlopige gegevens zijn gebaseerd op de balansen van aardgas, elektriciteit en aardolie, aangevuld met schattingen over het energieverbruik. Deze uitkomsten zijn beperkt tot de belangrijkste kengetallen en worden alleen gepubliceerd in de Statlinetabel: 'Energiebalans kerncijfers'.
- nader voorlopige uitkomsten: in juni/juli worden de uitkomsten van de volledige Nederlandse energiehuishouding (NEH) gepubliceerd. Deze moeten als 'nader voorlopig' worden gezien.
- definitieve uitkomsten: oktober/november worden definitieve cijfers gepubliceerd. Deze kunnen kleine bijstellingen vertonen ten opzichte van de eerder gepubliceerde gegevens.
Hoe wordt het uitgevoerd?
Belangrijkste bronnen
Enquêtes:
- Winning, omzetting en verbruik van energie, uitgebreide maandenquête
- Winning, omzetting en verbruik van energie, uitgebreide kwartaalenquête
- Winning, omzetting en verbruik van energie, beknopte kwartaalenquête
- Energieverbruik in de industrie, beknopte kwartaalenquête
- Aardoliegrondstoffen en –producten, uitgebreide maandenquête
Registraties (met geaggregeerde gegevens) afkomstig van:
- Landbouweconomisch Instituut: energieverbruik in de landbouw
- Tennet: in- en uitvoer van elektriciteit
- NITG/TNO: winning van aardgas
- GasUnie Transport Services (GTS): winning, invoer en uitvoer van aardgas
- Zebra: invoer van aardgas
- CBS-Internationale handel: in- en uitvoer van energiedragers
- EnergieNed: energieverbruik van huishoudens
- CBS-Duurzame energie: winning, productie en verbruik van duurzame energie
Globale structuur integratiekader
Het energieverbruik van een verbruiker, zoals waargenomen in bovengenoemde enquêtes, is gelijk aan de hoeveelheid energie die de verbruiker aanvoert, plus eventuele winning en voorraadonttrekking minus de hoeveelheid die wordt afgeleverd.
aanvoer + winning + voorraadonttrekking = verbruik + afleveringen
Het aldus berekende verbruik wordt in de energiebalans het verbruikssaldo genoemd.
Het verbruikssaldo is dus opgebouwd uit de winning, het verschil tussen aanvoer en aflevering, en de onttrekkingen uit de voorraad. Hierdoor zijn alle verbruikssaldi van de afzonderlijke verbruikers (bedrijven, instellingen en huishoudens) optelbaar tot het verbruikssaldo op landelijk niveau.
Het landelijk energieverbruik berekend vanuit de individuele verbruikssaldi kan worden opgevat als de 'vraagzijde' van de energiemarkt. Het verbruik voor het gehele land is ook te bepalen uit de hoeveelheid energie die in het land wordt aangevoerd (invoer plus winning en voorraadonttrekking) minus de hoeveelheid die het land verlaat (uitvoer plus bunkering voor internationaal transport). Deze benaderingswijze kan worden opgevat als het bepalen van het landelijk 'energieaanbod'.
Tussen het verbruik bepaald volgens de bottom-up methode (vraagzijde) en het verbruik volgens de top-down methode (aanbodzijde) mag theoretisch geen verschil bestaan, maar in de praktijk blijkt dat wel het geval te zijn. In de uitkomsten van de NEH is dit verschil weggewerkt door een extra verbruik te schatten en dit afhankelijk van de energiedrager toe te wijzen aan een bedrijfstak.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
De cijfers zijn, behoudens de hieronder genoemde trendbreuk, wat definities betreft onderling vergelijkbaar.
Trendbreuk in uitkomsten Energiebalans verslagjaar 2007
Bij de uitkomsten van de energiebalans treedt in 2007 een trendbreuk op als gevolg van twee wijzigingen in de definities.
Revisies
In 2005 zijn de uitkomsten van 1990 en 1995 t/m 2003 herzien vanwege een aantal inconsistenties die aan het licht kwamen bij de berekening van de CO2-emissies en doordat de waarneming van duurzame energie sterk was verbeterd. De correcties hebben geleid tot een gereviseerde reeks 1995 t/m 2003 in de StatLinepublicatie Energiebalans. In juli 2008 is deze revisie teruggelegd tot 1946 voor de kerncijfers. Meer informatie over de revisie is te vinden in de artikelen: Revisie Nederlandse energiehuishouding 1995-2003 en Revisie tijdreeksen.