Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeThema'sBouwen en wonenMethodenDataverzamelingKorte onderzoeksbeschrijvingen > WoningOnderzoek Nederland (WoON)

Artikel, maandag 22 maart 2010 9:30

WoningOnderzoek Nederland (WoON)

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het verzamelen van statistische informatie over de huidige, vorige en gewenste huisvestingssituatie (woning en woonomgeving) van huishoudens en personen inclusief de woonuitgaven.

Doelpopulatie

De bevolking woonachtig in Nederland in particuliere huishoudens. De bevolking in institutionele huishoudens (instellingen, inrichtingen en tehuizen) is niet inbegrepen in de uitkomsten van het WoON.  

Statistische eenheid

Personen, huishoudens, potentiële huishoudens en bewoonde woonverblijven. De niet bewoonde woningen zijn in dit onderzoek niet opgenomen omdat ze niet er geen personen wonen.

Aanvang onderzoek

Het WoOn wordt uitgevoerd sinds 2006. Het volgde toen het Woningbehoefteonderzoek op, dat sinds 1981 werd uitgevoerd.

Frequentie

Driejaarlijks. Het onderzoek van 2006 is in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uitgevoerd door ABF Research. In 2009 en 2012 is het onderzoek weer uitgevoerd door het CBS.

Vanaf 2012 vindt het onderzoek om de vier jaar plaats.

Publicatiestrategie

Definitieve cijfers.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd

Soort onderzoek

De steekproef van het WoON wordt getrokken uit de Nederlandse bevolking van personen van 18 jaar of ouder. Het kader waaruit de steekproef voor het WoON wordt getrokken is de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De steekproef is een gestratificeerde steekproef met landelijke dekking van gemeenten. Ook worden gegevens uit registers gebruikt.

Waarnemingsmethode

Het WoON is afgenomen aan de hand van persoonlijke interviews (CAPI), telefonische interviews (CATI) en via internet (CAWI). WoON 2009 en 2012 is modulair van opzet. Het CBS voerde de basismodule woningmarkt uit. Gelijktijdig met de basismodule liep de oversampling. In de oversampling kon op verzoek van lagere overheden de steekproef op een laag schaalniveau worden vergroot.

Berichtgevers

Externe bronnen:

  • GBA-bestand
  • De Belastingdienst
  • Het Kadaster
  • Energiegegevens. Het gas- en elektriciteitsverbruik is bepaald op basis van de gegevens van Netbedrijven. Daarnaast zijn de verwarmingsgegevens gebaseerd op ISTA-gegevens

Steekproefomvang

Minimaal 60 duizend respondenten. Het onderzoek is gericht op het leveren van betrouwbare informatie voor COROP-gebieden of soortgelijke laagregionale gebiedsindelingen.

Controle- en correctiemethoden

Ontbrekende waarden worden geïmputeerd.

Weging

Personen in grote huishoudens worden met een kleinere insluitkans getrokken dan personen in kleine huishoudens. Groepen die bekend staan om hun lage respons krijgen ook een grotere insluitkans. Daarnaast kunnen gemeenten betalen voor oversampling om uitspraken op lokaal niveau te kunnen doen. Hierdoor hebben personen in oversamplede strata een grotere insluitkans (en een kleiner insluitgewicht) dan personen in overige strata. Door selectieve non-respons en oversampling zijn niet alle respondenten even representatief voor de doelpopulatie, wat leidt tot vertekeningen in de schattingen. Een manier om hiervoor te corrigeren is door de waarnemingen te wegen, waarbij rekening wordt gehouden met ongelijke insluitkansen van personen en waarbij hulpinformatie over de doelpopulatie wordt gebruikt. De uiteindelijke weging houdt rekening met regionale verschillen (gemeente, COROP, provincie en oversampling) en leeftijd, geslacht en herkomst van de respondent. Daarnaast is gebruik gemaakt van inkomensgegevens en registerdata (huur-koop verhouding, WOZ-waarden). Om dit consistent te maken met de huishoudensstatistiek (7,31 miljoen huishoudens), zijn tot slot de huishoudensgewichten herwogen naar het aantal huishoudens per gemeente volgens Statline, waarbij reguliere gemeenten buiten de 31 grootste gemeenten zijn samengevoegd.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Bij gebruik van het geleverde weegmodel moet een aantal punten in acht worden genomen:

· Het wegen is gebaseerd op de aanname dat doelvariabelen met hulpvariabelen correleren. Niet alle doelvariabelen zullen echter even sterk correleren met alle hulpvariabelen, waardoor het beste weegmodel afhankelijk kan zijn van de doelvariabele

· Het beste weegmodel is niet te bepalen omdat er geen objectief criterium voor is en omdat het aantal theoretisch mogelijke weegmodellen exponentieel toeneemt met het aantal hulpvariabelen

· In WoON2012 is voor het eerst gebruik gemaakt van een register met het kenmerk ‘corporatie versus overige verhuur’. Hierdoor zijn de uitkomsten niet helemaal vergelijkbaar met het WoON2009. Vergeleken met WoON2009 is het aandeel huishoudens in een sociale huurwoning gedaald en is het aandeel particuliere huurwoningen gestegen. Het register is pas vanaf 2011 beschikbaar waardoor het niet mogelijk is om de voorgaande edities van het woononderzoek te corrigeren.

· De woonlasten in WoON2006 en WoON2009 zijn aangepast. De woonlasten van de diverse Woononderzoeken zijn dus wel goed te vergelijken. Een belangrijke wijziging is de verwerking van de heffingskorting van de energiebelasting. Deze korting was niet verwerkt in de energielasten waardoor de woonlasten in de WoON onderzoeken te hoog waren.

· De benaderstrategie in WoON2012 is als volgt: alle steekproefpersonen in eerste instantie uitgenodigd om via Internet (CAWI) deel te nemen aan het onderzoek. Als steekproefpersonen niet gereageerd hebben op dit verzoek zijn ze nog eens via de telefoon (CATI) of via een bezoek (CAPI) uitgenodigd om deel te nemen.

· Benaderstrategie

· Er is voor gekozen om één weegmodel te ontwikkelen voor het gehele responsbestand inclusief oversampling. Dit heeft als voordeel dat lokale cijfers optellen tot landelijke cijfers. Nadeel is dat het weegmodel suboptimaal kan zijn voor de afzonderlijke oversampelde gebieden

· Omdat het WoON zowel landelijk als lokaal een steekproefonderzoek is, hebben de gepubliceerde cijfers onnauwkeurigheidsmarges

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De uitkomsten zijn volgtijdelijk vergelijkbaar.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Op de resultaten worden controles uitgevoerd die onlogische antwoorden uitsluiten. Ontbrekende waarden worden geïmputeerd volgens een standaardprocedure.

Waardeer deze pagina:
Deel op Twitter Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op Hyves