Wat behelst het onderzoek
Doel
De prognoses hebben tot doel de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse bevolking te beschrijven. Er worden twee langetermijnprognoses gemaakt: de bevolkingsprognose en de huishoudensprognose. In samenwerking met het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) maakt het CBS daarnaast een regionale prognose van het aantal inwoners en huishoudens per gemeente voor de middellange termijn.
De bevolkingsprognose betreft de omvang en samenstelling van de Nederlandse bevolking tot 2060. De standcijfers (aantal inwoners naar leeftijd, geslacht en herkomstgroep) hebben betrekking op 1 januari van het prognosejaar. De stroomcijfers (geboorte, sterfte, immigratie, emigratie) hebben betrekking op de ontwikkeling gedurende het prognosejaar. De huishoudensprognose beschrijft de ontwikkeling van het aantal huishoudens naar type (eenpersoonshuishouden, paar, eenoudergezin, etc.) en van het aantal inwoners naar huishoudenspositie (alleenstaande, inwonend kind, etc.). Zowel huishoudens als personen worden verder onderscheiden naar leeftijd en herkomstgroep.
Doelpopulatie
De prognoses beschrijven de ‘de jure’ bevolking van Nederland. Dit zijn de personen die in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) zijn opgenomen.
Statistische eenheid
Personen, huishoudens
Aanvang onderzoek
De eerste bevolkingsprognose verscheen in 1950.
Frequentie
-
Tweejaarlijkse bevolkings-en huishoudensprognose
-
Tweejaarlijkse regionale prognose
-
Tweejaarlijkse bijstelling van de prognose van inwonertal naar leeftijd en geslacht (de kernprognose).
Publicatiestrategie
In december van elk even jaar komt een nieuwe bevolkingsprognose uit. Enkele maanden later volgt de huishoudensprognose.
In december van de tussenliggende oneven jaren komt de kernprognose uit. Dit is een bijstelling van de bevolkingsprognose, waarin de veronderstellingen zijn aangepast op basis van de waargenomen ontwikkelingen in het voorgaande jaar. De kernprognose geeft alleen stand en stroomcijfers voor het aantal inwoners naar leeftijd en geslacht.
In het derde kwartaal van elk oneven jaar komt de regionale prognose uit.
Hoe wordt het uitgevoerd
Soort onderzoek
Prognose. Op basis van analyses van de demografische ontwikkelingen worden veronderstellingen opgesteld over de toekomstige trends rond geboorte, sterfte, migratie en overgangen tussen huishoudensposities (echtscheidingen, uit huis gaan, etc.). De gevolgen van de veronderstellingen worden doorgerekend in een prognosemodel.
Waarnemingsmethode
Niet van toepassing.
Berichtgevers
Niet van toepassing.
Steekproefomvang
Niet van toepassing.
Controle- en correctiemethoden
Prognosecijfers worden gecontroleerd op interne consistentie, op een plausibele ontwikkeling ten opzichte van de waarnemingen en op overeenstemming met de veronderstellingen.
Weging
Niet van toepassing.
Wat is de kwaliteit van de uitkomsten
Nauwkeurigheid
Er worden 95%- en 67%-betrouwbaarheidsintervallen gepubliceerd die een indruk geven van de verwachte nauwkeurigheid van de prognose.
Volgtijdelijke vergelijkbaarheid
Gegevens binnen één prognose zijn volgtijdelijk vergelijkbaar in de zin dat ze op basis van dezelfde veronderstellingen berekend zijn. Gegevens over hetzelfde prognosejaar maar uit verschillende prognoses verschillen doordat de cijfers met verschillende veronderstellingen en op basis van verschillende beschikbare inputgegevens zijn berekend.
Beschrijving kwaliteitsstrategie
Jaarlijks worden de uitkomsten van de laatste prognose getoetst aan de nieuwe ontwikkelingen. Voor elke nieuwe prognose worden de veronderstellingen geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De veronderstellingen worden besproken in een klankbordgroep van onafhankelijke externe deskundigen (het demografieplatform).