Centraal Bureau voor de Statistiek, Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

HomeMethodenDataverzameling > Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid

Bestrijdingsmiddelengebruik door de overheid

A. Wat behelst het onderzoek

Doel

Het verkrijgen van gegevens over vooral (curatieve) chemische, fysische en thermische methoden van onkruidbestrijding door overheidsinstellingen. Er is ook aandacht voor (preventieve) bodembedekkende methoden.

Doelpopulatie 

Onkruidbestrijdingsmethoden binnen overheidsinstellingen. Het onderzoek levert gegevens over het aantal overheidsinstellingen en de oppervlakte met gebruik van een methode of middel en over de hoeveelheden bestrijdingsmiddelen per jaar, werkzame stof en toepassingssector.

Statistische eenheid 

Type overheidsinstelling.

Aanvang onderzoek 

1976.

Frequentie

Onregelmatig; herhaling binnen zes jaar. Er zijn gegevens beschikbaar van 1976, 1978, 1980, 1986, 1992, 1995 en 2001.

Publicatiestrategie

Voorlopige cijfers zijn twaalf maanden na het verslagjaar beschikbaar. Voor publicatie wordt deskundigen om commentaar op de voorlopige cijfers gevraagd. Definitieve cijfers worden gepubliceerd in twee StatLinetabellen en enkele webmagazine-artikelen. Tevens worden uitkomsten gepubliceerd in het Milieu- en Natuurcompendium.

De versies van 1976 tot en met 1986 zijn uitsluitend beschikbaar als papieren publicatie. De versies van 1992 en 1995 zijn zowel op papier als elektronisch via StatLine verkrijgbaar.

B. Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek 

Integrale waarneming.

Waarnemingsmethode

  • De instellingen worden schriftelijk geënquêteerd naar de onkruidbestrijding in het afgelopen jaar. Diverse gemeenten ontvangen meerdere formulieren waarbij de diensten Sport, respectievelijk Beheer openbare ruimte apart worden benaderd. De overige instellingen ontvangen één formulier.
  • De codering van de bestrijdingsmiddelen gebeurt met de toelatingsnummers van de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen. Hiermee is de hoeveelheid werkzame stof in het bestrijdingsmiddel bepaald.
  • De bestemming van de bestrijding (toepassingssectoren als stedelijke beplantingen, sportvelden en verhardingen) geven de ambtenaren op het formulier zelf aan.

Berichtgevers

Overheidsinstellingen met (voorheen) substantieel gebruik: gemeenten, waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat, ProRail, Ministerie van Defensie.

Steekproefomvang 

Ongeveer 700 overheidsinstellingen.

Controle- en correctiemethoden

  • Waargenomen en berekende doseringen worden vergeleken met adviesdoseringen. Extremen worden gecontroleerd op juistheid.
  • Compleetheid opgave wordt nagegaan met internetsites overheidsinstellingen.
  • De non-respons bij gemeenten wordt bijgeschat met een gebruik per gemeentegrootte-groep naar inwonertal.

Weging 

Niet van toepassing.

C. Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid 

Vooral bij het onderwerp ‘alternatief beheer’ is de nauwkeurigheid minder groot door een hogere non-respons.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De volgtijdelijke vergelijkbaarheid wordt vooral beïnvloed door wijzigingen die zich in de praktijk voordoen, zoals:

  • De areaalverdeling binnen de toepassingsectoren varieert per inventarisatie (omvorming van plantsoenen naar gras, omvorming van gras naar kunstgras, omvorming tegelverhardingen naar asfalt) en dit beïnvloedt het gebruik. 
  • Privatisering van sportterreinen betekent dat dit beheer niet langer waargenomen wordt.
  • Definities van bestrijdingsmiddelen (gewasbeschermingsmiddelen, biociden) en de registratie daarvan variëren in de tijd enigszins en daarmee de inventarisatie van het gebruik. De regelgeving wordt zoveel mogelijk gevolgd.
  • Bestrijdingsmiddelen worden steeds meer pleksgewijs toegepast.

Beschrijving kwaliteitsstrategie 

  • Vooraankondiging van de enquête bij de berichtgevers om na te gaan of de adressering moet worden aangepast.
  • Actualisering vragenlijst door deskundigen.
  • Algemene vooraankondiging in relevante nieuwsbrief.
  • Vergelijking met publicaties door de overheidsinstellingen zelf zoals beleidsdocumenten en internetsites.
  • Vergelijking met lijsten van overheidsinstellingen met geen gebruik.
  • Vergelijking met openbare literatuur zoals gebruiksinventarisaties per provincie (monitoring diffuse bronnen).
Waardeer deze pagina: