Arbeid en vrije tijd

Vanaf begin 2014 tot begin 2020 groeide de werkzame beroepsbevolking vrijwel ononderbroken, vanaf midden 2016 in een tamelijk constant tempo. In de periode februari-maart 2020 begon de groei te haperen. In april 2020 kromp de werkzame beroepsbevolking met 160 duizend personen ten opzichte van een maand eerder. In mei 2020 daalde de werkzame beroepsbevolking verder. Sindsdien steeg het aantal werkenden weer bijna elke maand en zijn er vanaf januari 2021 weer iets meer dan 9,0 miljoen werkenden. In juni 2021 waren er bijna 9,1 miljoen werkenden. Het aantal werkenden steeg over de over de afgelopen drie maanden met gemiddeld 21 duizend per maand. Ten opzichte van juni 2020 was de omvang van de werkzame beroepsbevolking 164 duizend groter.

Werkloosheid in juni gedaald

De groei van de werkzame beroepsbevolking van de afgelopen jaren ging gepaard met een daling van de werkloze beroepsbevolking. Alleen in 2019 nam de werkloosheid een tijdje licht toe. Eind 2019 daalde de werkloosheid verder tot hieraan in april 2020 een abrupt einde kwam. Tot en met augustus steeg de werkloosheid, maar vanaf september is de werkloosheid weer gedaald. In juni 2021 waren 297 duizend mensen werkloos. Gemiddeld over de afgelopen drie maanden daalde het aantal werklozen met 10 duizend per maand. Ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder waren er 101 duizend minder mensen werkloos.

Eerst minder maar in de zomer juist meer Nederlandse gasten in toeristische accommodaties

De coronacrisis had ook effect op de verblijfsrecreatie in Nederland. Op sommige plekken, zoals in Zeeland, gingen de logiesaccommodaties zelfs voor enige tijd dicht. In het tweede kwartaal van 2020 daalde het aantal Nederlandse gasten in hotels, kampeerterreinen, huisjesterreinen en groepsaccommodaties met 60 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2019, toen nog sprake was van een recordjaar. In april 2020 kwam de sector zelfs bijna geheel tot stilstand met een afname van Nederlandse gasten van iets meer dan 90 procent ten opzichte van april 2019. In mei en juni was er enig herstel, maar ook in juni ontvingen toeristische accommodaties slechts twee derde van het aantal Nederlandse gasten van een jaar eerder.

In de zomer was er een kentering. Nederlanders gingen weer met vakantie, maar veel vaker in eigen land. In juli tot en met september steeg het aantal overnachtingen door Nederlanders in eigen land dan ook juist uit boven die van voorgaande jaren. In de laatste maanden van 2020 was het aantal overnachtingen weer vergelijkbaar met het aantal van vorig jaar. Het aantal overnachtingen laat hetzelfde beeld zien als het aantal gasten. Overigens bleven de buitenlandse gasten grotendeels weg, zodat het voor de Nederlandse toerisme-industrie allesbehalve een goed jaar was. Met name Amsterdam had (heeft) het zwaar met het gebrek aan buitenlandse toeristen. In de eerste twee maanden van 2021 waren er minder overnachtingen dan in dezelfde periode vorig jaar, in maart 2021 was het aantal overnachtingen ongeveer gelijk aan dat in maart 2020.