Hoeveel brandstof verbruikt het Nederlandse wegvervoer?


De afzet van benzine voor het wegverkeer was begin 2019 vergeleken met een jaar eerder met 2,2 procent gestegen. Het is voor het vijfde jaar op rij dat er sprake is van een stijging. Hoewel nieuwe benzineauto’s al jaren zuiniger worden, neemt het aantal afgelegde kilometers door benzineauto’s toe. Het dieselverbruik is in 2019 met 2 procent gedaald. Het verbruik van lpg als autobrandstof daalde met 7,3 procent. Sinds de eeuwwisseling loopt de afzet bijna ieder jaar terug. In 2019 bedroeg het verbruik van lpg nog geen 23 procent van dat in 2000. Aan lpg-inbouw kleven nadelen zoals het inleveren van bagageruimte en het vervallen van de fabrieksgarantie wanneer op lpg wordt gereden. Voor zakelijke rijders is diesel bovendien economischer geworden.  

De elektrische auto is sterk in opmars, mede door de fiscale stimulering. Daarnaast is ook rijden op gecomprimeerd aardgas (CNG) in opkomst. Aardgas is goedkoop en heeft een lage CO2 uitstoot. Nadelen zijn de beperkte verkrijgbaarheid en de lage energiedichtheid waardoor een grotere tank nodig is bij gelijke actieradius. Sinds 2015 kan er ook vloeibaar aardgas getankt worden, daarvoor hoeft de aardgastank minder groot te zijn. Het aandeel van elektriciteit en aardgas in de totale afzet bedraagt minder dan 1 procent, maar is in 2019 wel gestegen.

Het verbruik van vloeibare biotransportbrandstoffen voor het wegvervoer is in 2018 met 51 procent gestegen. In 2016 daalde het verbruik van biobrandstoffen nog met ruim 20 procent. Deze ontwikkelingen houden verband met de regelgeving voor biobrandstoffen. In de Nederlandse wetgeving is sinds 2007 de zogenaamde bij-mengverplichting opgenomen. Deze houdt in dat in elke liter die in Nederland wordt getankt voor het wegverkeer, een percentage biobrandstof moet zitten. Dit percentage stijgt per jaar, om in 2020 uit te komen op 10. Eigenlijk ligt dit percentage voor Nederlandse bedrijven nog hoger, omdat biobrandstoffen ook bijdragen aan de algemene doelstelling voor hernieuwbare energie, waar Nederland behoorlijk in achter loopt. Het verbruik van biobrandstoffen voor wegvervoer loopt echter niet gelijk op met de verplichting, onder andere omdat sommige typen biobrandstoffen dubbel meetellen onder de wettelijke verplichting. Ook mogen brandstofleveranciers spaartegoed inzetten uit eerdere jaren om aan de jaarverplichting te voldoen. Ten slotte kan een deel van de verplichting worden ingevuld met inzet van biobrandstoffen in de internationale lucht- en scheepvaart.