Werkloosheid naar leeftijd en geslacht

In het vierde kwartaal van 2018 was 3,5 procent (niet-seizoengecorrigeerd) van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dat in het vierde kwartaal van 2017 nog 4,3 procent. In het afgelopen jaar daalde de werkloosheid het meest onder vrouwen van 25 tot 35.

Vrouwen jonger dan 35 minder vaak werkloos dan mannen

Mannen in de beroepsbevolking waren het afgelopen kwartaal iets minder vaak werkloos dan vrouwen. In het vierde kwartaal van 2018 was het werkloosheidspercentage voor mannen 3,4 en voor vrouwen 3,6. Wel verschilt de werkloosheid tussen mannen en vrouwen naar leeftijd. Tot 35 jaar waren mannen vaker werkloos dan vrouwen. Van 35 tot 65 jaar is dit andersom en waren vrouwen juist vaker werkloos.

Werkloosheid vooral gedaald onder vrouwen jonger dan 35 jaar

Tussen het derde kwartaal van 2017 en het vierde kwartaal van 2018 nam het werkloosheidspercentage bij vrouwen meer af dan bij mannen, respectievelijk met -1,0 en -0,7 procentpunt. De daling was het sterkst voor vrouwen van 25 tot 35 jaar (-1,6 procentpunt). Ook de werkloosheid onder de kleine groep vrouwen van 65 tot 75 jaar in de beroepsbevolking liet een relatief sterke afname zien.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

 Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Ontwikkeling afgelopen tien jaar

In de afgelopen tien jaar waren er ook verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de ontwikkeling van de werkloosheid per leeftijdsgroep. Tot 25 jaar nam de werkloosheid af bij zowel mannen als vrouwen. Bij mannen boven 25 jaar was de werkloosheid in 2018 nog hoger dan die in 2008, het jaar voor de crisis. Bij vrouwen van 25 tot 45 jaar nam de werkloosheid af, net als bij de jongere vrouwen tot 25 jaar. De werkloosheid onder vrouwen was in 2018 0,5 procent lager dan in 2008. De werkloosheid onder mannen was in 2018 nog 0,7 procent hoger dan in 2008.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers