Arbeidsparticipatie naar migratieachtergrond

De nettoarbeidsparticipatie kwam in het derde kwartaal van 2019 uit op 69,0 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het aandeel 0,7 procentpunt lager, namelijk 68,3 procent. Mensen met een Nederlandse achtergrond werken het vaakst, gevolgd door degenen met een westerse migratieachtergrond. Mensen met een niet-westerse achtergrond werken verhoudingsgewijs het minst. De arbeidsdeelname is het afgelopen jaar het meest toegenomen bij personen met een westerse migratieachtergrond.

Laagste arbeidsparticipatie bij niet-westerse migratieachtergrond

De nettoarbeidsparticipatie van mensen met een Nederlandse achtergrond was 70,2 procent in het derde kwartaal van 2019. Dat is hoger dan bij degenen met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond. Hun arbeidsdeelname bedroeg respectievelijk 68,4 procent en 62,1 procent.

Arbeidsparticipatie mensen met Nederlandse achtergrond in afgelopen jaar meest toegenomen

Tussen het derde kwartaal van 2018 en het derde kwartaal van 2019 nam de nettoarbeidsparticipatie het meest toe onder mensen met een westerse achtergrond, van 67,4 naar 68,4 procent (+1,0 procentpunt). De toename was iets minder sterk bij mensen met een niet-westerse of Nederlandse achtergrond.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

Tijdens crisis relatief grote afname arbeidsparticipatie niet-westerse personen

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de arbeidsdeelname tussen personen met én zonder migratieachtergrond. In de afgelopen tien jaar was de arbeidsdeelname het hoogst onder mensen met een Nederlandse achtergrond en het laagst bij degenen met een niet-westerse achtergrond.

De arbeidsdeelname kende een hoogtepunt in 2008 en een dieptepunt in 2014. De nettoarbeidsparticipatie van mensen met een niet-westerse achtergrond nam in die periode het meest af (-5,9 procentpunt). Bij personen met een Nederlandse of westerse achtergrond was de daling kleiner, respectievelijk -2,5 en -2,6 procentpunt. Na 2014 nam het percentage werkenden weer gestaag toe voor alle groepen, maar het meest bij mensen met een niet-westerse achtergrond (+5,7 procentpunt). Het verschil in arbeidsparticipatie tussen personen met een Nederlandse achtergrond en niet-westerse migratieachtergrond is nu weer bijna gelijk aan tien jaar geleden.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond