Loonkosten

Ontwikkeling lonen en loonkosten per gewerkt uur (kwartaalcijfers) (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
 Lonen per gewerkt uurLoonkosten per gewerkt uur
2008 1e kwartaal4,55,8
2008 2e kwartaal2,33,4
2008 3e kwartaal1,32,5
2008 4e kwartaal2,23,5
2009 1e kwartaal2,82,7
2009 2e kwartaal5,45,1
2009 3e kwartaal2,32,2
2009 4e kwartaal1,71,4
2010 1e kwartaal3,12,6
2010 2e kwartaal2,52,4
2010 3e kwartaal-0,7-1,4
2010 4e kwartaal1,20,5
2011 1e kwartaal0,20,8
2011 2e kwartaal-0,7-0,2
2011 3e kwartaal1,11,8
2011 4e kwartaal4,75,2
2012 1e kwartaal-0,20,5
2012 2e kwartaal0,71,8
2012 3e kwartaal3,94,7
2012 4e kwartaal3,54,3
2013 1e kwartaal4,65,7
2013 2e kwartaal0,40,8
2013 3e kwartaal0,31
2013 4e kwartaal0,9-0,2
2014 1e kwartaal-0,50,1
2014 2e kwartaal0,21,3
2014 3e kwartaal-0,90
2014 4e kwartaal0,23
2015 1e kwartaal2,40,7
2015 2e kwartaal2,61
2015 3e kwartaal3,41,4
2015 4e kwartaal-1-2,6
2016 1e kwartaal1,81,6
2016 2e kwartaal-3-3,2
2016 3e kwartaal1,91,7
2016 4e kwartaal2,62,5
2017 1e kwartaal-2,4-2,3
2017 2e kwartaal2,42,6
2017 3e kwartaal1,82
2017 4e kwartaal3,13,1
2018 1e kwartaal2,73,9
2018 2e kwartaal0,61,1
2018 3e kwartaal1,92,2

De brutolonen van werknemers per gewerkt uur stegen in het derde kwartaal van 2018 met 1,9 procent. De loonkosten per gewerkt uur stegen met 2,2 procent. De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De premies van de zorgverzekering, arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid zijn gestegen. In deze cijfers is ook de loonontwikkeling begrepen van werknemers die niet onder een cao vallen. Alle looncijfers hebben alleen betrekking op werknemers; het inkomen van zelfstandigen wordt niet gezien als loon, maar als gemengd inkomen uit arbeid, waartoe ook de winst uit bedrijfsvoering behoort.

Ontwikkeling lonen en loonkosten per gewerkt uur naar bedrijfstak, 3e kwartaal 2018 t.o.v. 3e kwartaal 2017 (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
 Lonen per gewerkt uurLoonkosten per gewerkt uur
Onderwijs3,43,9
Informatie en communicatie3,43,7
Openbaar bestuur2,93,7
Uitzendbureaus2,52,5
Cultuur, recreatie, overige diensten2,32,4
Bouwnijverheid2,12,6
Verhuur en handel van onroerend goed2,13,3
Financiële dienstverlening20,8
Industrie22,5
Landbouw en visserij22,9
Handel, vervoer en horeca1,82
Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus)1,72
Zorg1,41,9

De stijging van de lonen en loonkosten per gewerkt uur verschilt sterk per bedrijfstak. In het derde kwartaal van 2018 stegen de lonen per gewerkt uur met 3,4 procent het meest in het onderwijs en in de informatie en communicatie. In de zorg was de stijging het minst met 1,4 procent.

Lonen en loonkosten naar bedrijfstak, 3e kwartaal 2018 (mld euro)
 LonenSociale premies ten laste van werkgevers plus eindheffingen minus loonkostensubsidies
Handel, vervoer en horeca13,83,6
Zorg8,82,6
Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus)8,72,1
Industrie7,62,1
Openbaar bestuur5,32,1
Onderwijs4,41,5
Uitzendbureaus4,31,1
Informatie en communicatie3,60,8
Bouwnijverheid3,31
Financiële dienstverlening30,9
Cultuur, recreatie, overige diensten1,90,5
Verhuur en handel van onroerend goed0,70,2
Landbouw en visserij0,70,2

In het derde kwartaal van 2018 zijn de loonkosten het hoogst in de handel, vervoer en horeca met 17,4 miljard euro. Ruim 20 procent van de totale loonkosten gaat in deze bedrijfstak om. In deze bedrijfstak zijn ook de meeste werknemers werkzaam. In de bedrijfstakken landbouw en visserij en verhuur en handel van onroerend goed zijn de loonkosten nog geen miljard euro.

Ontwikkeling lonen en loonkosten per gewerkt uur (jaarcijfers) (% verandering t.o.v. jaar eerder)
 Lonen per gewerkt uurLoonkosten per gewerkt uur
'973,82,8
'98-2,13,6
'9944,2
'005,76,7
'014,83,2
'024,15,1
'0333,8
'041,31,5
'052,92,8
'063,32,1
'073,43,1
'082,63,9
'093,12,8
'101,51
'111,42
'121,92,8
'131,61,8
'14-0,31,1
'151,80
'160,90,7
'171,21,3

In 2017 stegen de lonen per gewerkt uur met 1,2 procent en de loonkosten per gewerkt uur stegen met 1,3 procent.

Lonen en loonkosten (mld euro)
 LonenSociale premies ten laste van werkgevers plus eindheffingen minus loonkostensubsidies
'97153,826,3
'98155,337,2
'9916740,4
'0017945,5
'01191,745
'02199,349,2
'03203,452,2
'04205,553,2
'05209,554,2
'06219,153,5
'07232,456
'08243,262,2
'09246,662,4
'10247,661,1
'11252,964,3
'12254,467,4
'13255,368,5
'14254,972,9
'15260,768,8
'16268,870,4
'17278,373,3


De totale loonkosten bedroegen in 2017 bijna 352 miljard euro. Dat is de optelsom van 278 miljard euro aan brutolonen, 75 miljard euro aan sociale premies ten laste van werkgevers en 0,5 miljard euro aan eindheffingen, verminderd met 2,2 miljard euro aan loonkostensubsidies. De loonkosten stegen in 2017 met 12,4 miljard euro (3,7 procent). Dit cijfer is opgebouwd uit een stijging van de lonen (9,5 miljard euro), een toename van de sociale premies ten laste van werkgevers (3,2 miljard euro) en een stijging van de loonkostensubsidies (0,3 miljard euro) en vrijwel gelijkblijvende eindheffingen.

Cijfers op StatLine: Beloning en arbeidsvolume van werknemers volgens Nationale rekeningen en  Beloning en arbeidsvolume van werknemers naar bedrijfstak volgens Nationale rekeningen

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

  • de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.
  • de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.
  • de ontwikkeling op basis van cao-informatie structuurvrij is, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.