‘Met mijn promotieonderzoek nuanceer ik het zwart-wit beeld over flexwerk’

Lucille Mattijssen - statistisch onderzoeker
Lucille Mattijssen, CBS zittend op bank buiten station Leidschenveen
© Sjoerd van der Hucht Fotografie
‘Ik werk bij het CBS sinds 15 mei 2021 als statistisch onderzoeker in het team Sociaal-Economisch Totaalbeeld. In die functie houd ik me onder andere bezig met de Monitor Loonverschillen mannen en vrouwen. Op 2 november van dit jaar ben ik gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) op onderzoek naar loopbanen van flexwerkers. Tijdens mijn bachelor, onderzoeksmaster en het schrijven van mijn scriptie had ik altijd al veel belangstelling voor dit onderwerp vanuit persoonlijke interesse in ongelijkheid.’

Werkzekerheid en inkomenszekerheid

‘Voor mijn promotieonderzoek gebruikte ik gepseudonimiseerde data uit de Polisadministratie van het CBS. Aan de hand van CBS-data volgde ik acht jaar op maandelijkse basis de carrière van iedereen die in 2007 in een flexbaan begon te werken. Hun arbeidsmarktposities en inkomens heb ik in beeld gebracht. In mijn proefschrift maakte ik een onderverdeling van de verschillende soorten carrières die flexwerkers hebben. Die carrières verschillen in werkzekerheid en inkomenszekerheid. De onderverdeling laat zien dat flexwerk als opstap én als val kan voorkomen. Daarnaast blijkt dat flexwerk niet per definitie nadelig is als de inkomenszekerheid groot is. Vast werk is niet altijd even goed als er sprake is van weinig inkomenszekerheid. Op die manier nuanceer ik het zwart-wit beeld dat er bestaat over flexwerk. Doorgaans wordt flexwerk per definitie als slecht beschouwd. Maar als je ook naar de inkomens kijkt, zie je dat niet alle flexwerkers even precair zijn.’

Gerichter beleid

‘In mijn onderzoek onderscheid ik verschillende factoren die van invloed zijn op de carrières van flexwerkers. Ik heb gekeken naar de invloed van opleiding, beroep en de strategie van de werkgever. Zo verbetert het volgen van een specifieke opleiding de kans op een goede carrière. Dat geldt met name voor het beroepsonderwijs. Aan de universiteit kun je net zo goed een algemenere opleiding kiezen. Verder is het beter om in je beroep routine-manuele taken zoals lopende bandwerk te vermijden, want dat vergroot de kans op een precaire carrière. Ik heb ook de invloed van de werkgever op de carrière van de flexwerker onderzocht. Dat was nog niet eerder gedaan. Met dit onderzoek wil ik er op wijzen dat als flexwerk op de juiste manier wordt ingezet, het niet per se nadelig hoeft te zijn voor werknemers. Hopelijk kunnen beleidsmakers door mijn onderzoek beter inzicht krijgen in voor wie flexwerk een risico vormt en voor wie niet en kunnen ze daar gerichter beleid op formuleren.’