Continu Vakantie Onderzoek (CVO)

Wat behelst het onderzoek? 

Doel

Het doel van het Continu Vakantie Onderzoek (CVO) is het verzamelen van informatie over korte en lange binnenlandse en buitenlandse vakanties met betrekking tot bestemmingen, duur en uitgaven, logiesvormen en vervoerswijze.

Doelpopulatie

Inwoners van Nederland met de Nederlandse nationaliteit, exclusief de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.

Statistische eenheid

Personen.

Aanvang onderzoek

Het onderzoek is gestart in 1992.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Jaarlijks worden de definitieve cijfers gepresenteerd in diverse StatLine-tabellen.

Hoe wordt het uitgevoerd?

Soort onderzoek

Het onderzoek is een panelonderzoek waarvoor personen uit de NIPO Capi@Home database worden getrokken. In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van de Landelijke R&T Standaard.

Waarnemingsmethode

Uit dit steekproefkader wordt aselect een aantal personen getrokken die via hun eigen pc een aantal keer per jaar elektronische vragenlijsten invullen. Voor het CVO krijgt een vaste groep respondenten vier keer per jaar een vragenlijst toegezonden: in de maanden januari, april, juli en oktober wordt aan deze panelleden gevraagd informatie te verstrekken over hun vakantie(s) in de drie voorafgaande maanden. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat vakanties vergeten worden, is respondenten gevraagd om een aantal kerngegevens direct na afloop van iedere vakantie in een speciaal elektronisch schema te noteren. De kans op onderschatting van het werkelijk aantal doorgebrachte vakanties is daardoor verkleind.

Berichtgevers

De gegevens zijn afkomstig van het CVO dat wordt uitgevoerd door de BV Nederlands Vakantie en Vrijetijdsonderzoek. Dit is een samenwerkingsverband van TNS NIPO en het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC).

Steekproefomvang

Vanaf 2002 wordt het CVO jaarlijks gehouden onder een steekproef van netto circa 6 duizend personen. Ten opzichte van voorgaande CVO's betekent dit bijna een verdubbeling. In het algemeen geldt dat uitkomsten betrouwbaarder zijn naarmate ze op meer waarnemingen (van verschillende respondenten) berusten, hetgeen in de uitkomsten tot uitdrukking komt in de bijbehorende lagere standaardfouten.

Controle- en correctiemethoden

Ontbrekende waarden worden geïmputeerd.

Weging

De steekproef wordt herwogen naar een aantal bekende populatiekenmerken uit de Nederlandse bevolking, exclusief de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen en personen met de niet-Nederlandse nationaliteit.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?

Nauwkeurigheid

Bij de interpretatie van de uitkomsten moet men er rekening mee houden dat een steekproef niet altijd exacte uitkomsten oplevert, maar dat er statistische (on)betrouwbaarheidsmarges rond die uitkomsten zijn. De grootte daarvan is mede afhankelijk van het aantal personen of vakanties in de onderscheiden categorieën waar de uitkomsten betrekking op hebben.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De reeks van de verslagperiode is vanaf 2002 vergelijkbaar.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Op de resultaten wordt een aantal controles uitgevoerd die onlogische antwoorden uitsluiten. Ontbrekende waarden worden bijgeschat volgens een standaardprocedure. Specifieke vakantiepatronen van sommige respondenten kunnen van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de uitkomsten. Voor het onderwerp van deze publicatie is immers geen steekproef uit alle door Nederlanders doorgebrachte vakanties getrokken, maar betreft het een personensteekproef uit het steekproefkader Capi@Home. Daarbij verstrekken aselect getrokken personen informatie over hun vakantiegedrag. Wanneer een respondent nu bijvoorbeeld in de weekenden zeer vaak naar zijn stacaravan gaat, kan dat het aantal korte vakanties in de categorieën waartoe deze respondent behoort aanzienlijk beïnvloeden. In een aantal gevallen kan dit 'clustereffect' eerder afbreuk doen aan de uitkomsten dan dat het bijdraagt aan een grotere betrouwbaarheid.