Deflatoren voor de internationale handel

Sinds twee jaar publiceert het CBS elke maand deflatoren voor de totale in- en uitvoer van goederen. Deflatoren worden gebruikt om vanuit een waardeontwikkeling een volumeontwikkeling te bepalen. Daarnaast is ook de Producentenprijsindex (PPI) voor de invoer en de buitenlandse afzet te gebruiken als deflator. De twee beschikbare indicatoren voor de prijsontwikkeling van de buitenlandse handel laten vooral bij de uitvoer een verschillend verloop zien. Dit artikel beschrijft in het kort de methoden van beide statistieken en gaat vervolgens nader in op de verschillen. 

Deflatoren internationale handel

Het CBS publiceert op basis van de Maandstatistiek internationale handel de waarde van de in- en uitvoer van goederen, inclusief de wederuitvoer. De waardeontwikkeling bestaat uit een prijs- en volumecomponent. In het stelsel van nationale rekeningen wordt de totale in- en uitvoer van goederen geconfronteerd met de overige vraag en aanbod van goederen. Bij deze confrontatie staat de volumeontwikkeling van goederen en diensten centraal, want die is uit conjunctureel oogpunt het meest relevant. Om van de waarde naar het volume te komen, zijn deflatoren nodig. In de Kwartaalrekeningen worden al sinds jaar en dag deflatoren gepubliceerd. Sinds twee jaar zijn deze echter ook op maandbasis beschikbaar. 

Voor het defleren van maandcijfers internationale handel wordt onder meer gebruik gemaakt van de gemeten prijzen voor de buitenlandse afzet en invoer uit de statistiek Producentenprijsindex (PPI). Voor elke verslagperiode worden de waardes uit de Maandstatistiek internationale handel op gedetailleerd niveau gedefleerd met de prijsontwikkeling van de Producentenprijsindex (PPI). Voor de wederuitvoer worden hiervoor de invoerprijzen gebruikt. De gedetailleerde cijfers worden samengevoegd tot hogere aggregaten ofwel goederengroepen.

Op hun beurt worden de goederengroepen weer samengenomen tot uiteindelijk deflatoren resulteren voor de totale in- en uitvoer. Voor het aggregeren wordt een wegingsschema gebruikt dat is ontleend aan de waardecijfers van de in- en uitvoer van de Maandstatistiek internationale handel en de Kwartaalrekeningen. De wegingen hebben betrekking op de verslagperiode volgens de methode Paasche.

Producentenprijsindex

De Producentenprijsindex (PPI) meet de gemiddelde prijs van in Nederland geproduceerde en ingevoerde goederen. Het doel is onder andere om Nationale rekeningen te voorzien van prijsinformatie voor het defleren van waardebedragen van goederen. Voor het meten van de prijsontwikkeling worden de binnenlandse afzetprijzen en de in- en uitvoerprijzen waargenomen.

De reeks uitvoerprijzen heeft betrekking op de prijsontwikkeling van in Nederland geproduceerde producten die worden verkocht aan buitenlandse afnemers. Hierbij vindt geen prijswaarneming voor de (weder)uitgevoerde handelsgoederen plaats. De reeks invoerprijzen omvat de prijsontwikkeling van alle ingevoerde goederen, ongeacht of die worden ingevoerd door importeurs, handelaren of industriële bedrijven. Goederen die het land zonder enige verdere bewerking weer verlaten blijven hier buiten beschouwing. Dit betekent dat dus niet de totale in- en uitvoer van goederen wordt gedekt. Dat is bij de deflatoren Internationale handel wel zo. Hierdoor is binnen de PPI de invloed van aardolieproducten en aardgas groter dan bij de deflatoren internationale handel. De prijsontwikkeling van deze producten kan sterk fluctueren met als gevolg dat ook de PPI sterk kan fluctueren. 

Het wegingsschema dat bij de PPI wordt gebruikt, is momenteel gebaseerd op de aanbod- en gebruiktabellen uit de Nationale rekeningen 2000. De wegingen staan vast tot een basisverlegging plaatsvindt, doorgaans om de vijf jaar. Het indexcijfer van de PPI is een Laspeyres kettingindex. De uitkomsten van de PPI zijn gedurende vijf maanden voorlopig.

Hieronder wordt een beknopte weergave van de verschillen tussen beide statistieken gegeven.


  Deflatoren Internationale Handel Producentenprijsindex

     
Type index Paasche (actuele verslagperiode) Laspeyres kettingindex (vast basisjaar)
Wederuitvoer Ja Nee
Dekking Alle goederen Industri´┐Żle goederen (nijverheid)
Publicatieniveau Totaalcijfer in- en uitvoer Totaalcijfer met deelreeksen
Aardolie en aardgas Minder sterke invloed Sterke invloed
     

Verschillen tussen beide indicatoren

Wat betreft de invoer laten beide indicatoren voor de prijsontwikkeling van de buitenlandse handel ongeveer hetzelfde prijsverloop zien.

Invoer: Deflator internationale handel en Producentenprijsindex

Invoer: Deflator internationale handel en Producentenprijsindex

Voor de uitvoer geldt dat niet. Hier hebben beide reeksen een duidelijk verschillend verloop. De deflatoren internationale handel hebben een gematigder prijsontwikkeling dan de PPI. Dat komt vooral door de wederuitvoer. Deze omvat relatief veel goederen, zoals kantoormachines en computers, audio, video en telecomapparatuur, waarvan de prijzen slechts een zeer beperkte stijging of zelfs een daling laten zien.

Bij de PPI speelt daarentegen de aardolieprijs een veel grotere rol dan bij de deflatoren internationale handel. Forse mutaties in de prijs van aardolie hebben daarom een grote invloed op de prijsontwikkeling volgens de Producentenprijsindex. Dit was vooral het geval vanaf 2004 tot en met de eerste helft van 2006 toen de prijzen van aardolie sterk stegen. Vanaf de periode juni 2001 tot en met juni 2002 was juist sprake van een sterk dalende olieprijs, waardoor de ontwikkeling van de Producentenprijsindex onder die van de deflatoren uitkwam.

 Uitvoer: Deflator internationale handel en Producentenprijsindex

 Uitvoer: Deflator internationale handel en Producentenprijsindex