Verschil statistieken AWBZ-zorggebruikers en institutionele huishoudens

Zowel de statistieken over institutionele huishoudens van het thema Bevolking als de statistieken over AWBZ-zorggebruikers van het thema Gezondheid en Welzijn geven cijfers over het aantal personen dat in instellingen woont. Op het eerste gezicht hebben beide statistieken veel met elkaar gemeen, maar door verschil in achtergrond en definitie, hebben ze een andere betekenis en inhoud.

Het belangrijkste verschil is dat de cijfers over AWBZ-zorggebruikers de feitelijke bevolking van instellingen beschrijven, terwijl de cijfers over institutionele huishoudens weergeven hoeveel personen in de GBA staan ingeschreven op het adres van de instelling. Personen die slechts kort (minder dan 4 maanden) in een zorginstelling verblijven en personen die wel in een zorginstelling verblijven maar in de GBA zijn ingeschreven op een ander adres, tellen wel mee als AWBZ-zorggebruiker maar maken geen deel uit van de institutionele bevolking. Dit geldt bijvoorbeeld voor een nog thuiswonende partner, kinderen of een postadres.

Omgekeerd zijn er ook personen die wel tot de institutionele bevolking behoren, maar geen zorg ontvangen die door de AWBZ gefinancierd wordt en waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bewoners van particuliere verzorgingshuizen of verslavingsklinieken.

Daarnaast ontbreken minderjarige gehandicapten in de cijfers over AWBZ-zorggebruikers omdat minderjarigen geen eigen bijdrage hoeven te betalen.

Tenslotte bieden steeds meer verzorgingshuizen woonruimte aan die het karakter heeft van een aanleunwoning, maar die inpandig is en dus hetzelfde adres heeft als het verzorgingshuis (dit soort voorzieningen worden ook wel inleunwoningen genoemd). Bewoners van deze woningen worden meegeteld bij de institutionele bevolking, maar ontvangen geen AWBZ-gefinancierde Zorg met Verblijf.