Onderwijssector SOI

De sector van de samenleving of het wetenschapsgebied waarop de opleiding gericht is in die zin dat zij daarop een voorbereiding geeft.

De SOI 2006 onderscheidt in eerste instantie tien richtingsgroepen, die aangeduid worden als sectorgroepen, namelijk: algemeen; leraren; humaniora, sociale wetenschappen, communicatie en kunst; economie, commercieel, management en administratie; juridisch, bestuurlijk, openbare orde en veiligheid; wiskunde, natuurwetenschappen en informatica; techniek; agrarisch en milieu; gezondheidszorg, sociale dienstverlening en verzorging; horeca, toerisme, vrijetijdsbesteding, transport en logistiek.
Deze sectorgroepen zijn opgebouwd uit sectoren of bij zeer grote sectoren rechtstreeks uit subsectoren. De sectorgroep is het hoogste (4e) aggregatieniveau van de indeling naar richting.
De onderwijssectoren die worden onderscheiden vinden hun oorsprong in de geledingen binnen het maatschappelijk bestel. De geleidelijke ontwikkeling van dit bestel, van primaire tot en met kwartaire sector, heeft hierbij zeker een belangrijke rol gespeeld. Heel lang is de algemene vorming de belangrijkste geïnstitutionaliseerde vorm van onderwijs geweest. De beroepsopleiding werd overgelaten aan het gildewezen. Door de economische ontwikkelingen kregen de primaire sector (agrarisch) en de secundaire (industrie en nijverheid) gaandeweg steeds grotere behoefte aan beroepsbeoefenaren met een specifieke scholing. Er ontstond daardoor een vraag naar andere opleidingen Zo kwamen naast het algemeen onderwijs het agrarisch onderwijs en het technisch onderwijs tot ontwikkeling. Enzovoort. Sinds de SOI2006 zijn o.a. Informatica en Communicatie en informatie afzonderlijke sectoren.