Consumptie

Onder de consumptie van huishoudens vallen de meeste bestedingen aan goederen en diensten die huishoudens doen. Denk hierbij aan uitgaven aan eten, kleding, meubels, elektronica, benzine, water, gas en elektriciteit, uitgaven in de horeca, enzovoort. Ook de uitgaven die Nederlanders op vakantie in het buitenland doen worden meegeteld in de consumptie. Sommige uitgaven, zoals de aankoop van een huis, worden niet tot consumptie gerekend, maar gezien als investering.

Het CBS publiceert cijfers over de consumptie per maand, kwartaal en jaar. Om cijfers van verschillende jaren goed te kunnen vergelijken wordt naast de waarde van de consumptie ook het volume bepaald. Bij het volume wordt rekening gehouden met veranderingen in prijs. De prijzen van goederen en diensten kunnen namelijk sterk schommelen.

Voor de ConjunctuurBekerStrijd moet de procentuele verandering worden gegeven van het volume van de consumptie door huishoudens ten opzichte van een jaar eerder. In 2018 groeide de consumptie van huishoudens met 2,3 procent. Dat was de hoogste groei van deze eeuw. Die consumptiegroei was in lijn met het aantrekken van de werkgelegenheid en de ontwikkelingen op de woningmarkt. In 2020 werd echter, met 6,4 procent, de grootste krimp ooit gemeten. Consumenten gaven door de coronamaatregelen vooral veel minder uit aan horeca, recreatie en cultuur, vervoer en kleding. Aan voedingsmiddelen, woninginrichting en elektrische apparaten hebben ze echter meer besteed dan een jaar eerder.

Consumptie door huishoudens (volume)
 %-verandering (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
20050,9
2006-0,2
20071,9
20080,9
2009-1,9
20100,1
20110,1
2012-1,1
2013-1
20140,4
20152
20161,1
20172,1
20182,2
20191,5
2020-6,4