Consumentenprijzen in november 2,6 procent hoger

© Hollandse Hoogte / Patricia Rehe
Consumentengoederen en -diensten waren in november 2,6 procent duurder dan een jaar eerder, meldt het CBS. In oktober betaalde de consument 2,7 procent meer dan vorig jaar.

De consumentenprijsindex (CPI) is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en –diensten, want bijvoorbeeld ook koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud veranderen van prijs.

De CPI is één van de inflatie-indicatoren die is opgenomen in het prijzendashboard. Hierin staan ook andere inflatie-indicatoren zoals de prijsindex bestaande koopwoningen en de in- en uitvoerprijzen van de industrie.

Consumentenprijzenindex (CPI) (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
jaarmaandmutatie
2014januari1,4
februari1,1
maart0,8
april1,2
mei0,8
juni0,9
juli0,9
augustus1
september0,9
oktober1,1
november1
december0,7
2015januari0
februari0,2
maart0,4
april0,6
mei1,1
juni1
juli1
augustus0,8
september0,6
oktober0,6
november0,7
december0,7
2016januari0,6
februari0,6
maart0,6
april0
mei0
juni0
juli-0,2
augustus0,2
september0,1
oktober0,4
november0,6
december1
2017januari1,7
februari1,8
maart1,1
april1,6
mei1,1
juni1,1
juli1,3
augustus1,4
september1,5
oktober1,3
november1,5
december1,3
2018januari1,5
februari1,2
maart1
april1,1
mei1,7
juni1,7
juli2,1
augustus2,1
september1,9
oktober2,1
november2
december2
2019januari2,2
februari2,6
maart2,8
april2,9
mei2,4
juni2,7
juli2,5
augustus2,8
september2,6
oktober2,7
november2,6

Neerwaarts effect prijsontwikkeling vliegtickets, voedingsmiddelen en energie

De stijging van de consumentenprijzen ten opzichte van een jaar eerder was in november kleiner dan in oktober. Dit komt onder andere door de prijsontwikkeling van vliegtickets. Die waren in november goedkoper dan een jaar eerder, terwijl ze in oktober duurder waren. Verder was de prijsstijging in november van voedingsmiddelen, zoals brood, vlees en groenten, kleiner dan in oktober. Ook de prijsontwikkeling van elektriciteit en gas had in november een verlagend effect op de consumentenprijzen.

Opwaarts effect benzine

Motorbrandstoffen hadden in november 2019 een opwaarts effect op de consumentenprijzen. In november waren de brandstoffen duurder dan een jaar eerder, terwijl ze in oktober goedkoper waren. De consument betaalde aan de pomp in november voor een liter Euro 95 gemiddeld 1,66 euro. In november van vorig jaar was dat 1,58 euro per liter.

CPI; belangrijkste bijdragen aan de jaarmutatie (%-punt)
 NovemberOktober
Totaal2,62,7
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen0,820,88
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken0,490,55
Recreatie en cultuur0,360,24
Vervoer0,270,31
Restaurants en hotels0,230,25
Diverse goederen en diensten0,210,25
Kleding en schoenen0,080,1
Communicatie-0,13-0,1

Prijsstijging Nederland hoger dan eurozone

Naast de consumentenprijsindex (CPI) berekent het CBS ook de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

Consumentengoederen en -diensten in Nederland waren volgens de HICP in november 2,6 procent duurder dan een jaar eerder, in oktober was dat nog 2,8 procent. De prijsstijging in de eurozone steeg van 0,7 in oktober naar 1,0 procent in november. Dit lag vooral aan prijsstijgingen van diensten. Sinds januari 2019 ligt de HICP van Nederland beduidend hoger dan in de eurozone. Toen zijn in Nederland het lage btw-tarief en de energiebelasting verhoogd.

Geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
jaarmaandNederlandEurozone
2014januari0,80,8
februari0,40,7
maart0,10,5
april0,60,7
mei0,10,5
juni0,30,5
juli0,30,4
augustus0,40,4
september0,30,3
oktober0,40,4
november0,30,3
december-0,1-0,2
2015januari-0,7-0,6
februari-0,5-0,3
maart-0,3-0,1
april00,2
mei0,70,6
juni0,50,5
juli0,80,5
augustus0,40,4
september0,30,2
oktober0,40,4
november0,40,1
december0,50,3
2016januari0,20,3
februari0,3-0,1
maart0,50
april-0,2-0,3
mei-0,2-0,1
juni-0,20
juli-0,60,2
augustus0,10,2
september-0,10,4
oktober0,30,5
november0,40,6
december0,71,1
2017januari1,61,7
februari1,72
maart0,61,5
april1,41,9
mei0,71,4
juni11,3
juli1,51,3
augustus1,51,5
september1,41,6
oktober1,31,4
november1,51,5
december1,21,3
2018januari1,51,3
februari1,31,1
maart11,4
april11,2
mei1,92
juni1,72
juli1,92,2
augustus1,92,1
september1,62,1
oktober1,92,3
november1,81,9
december1,81,5
2019januari21,4
februari2,61,5
maart2,91,4
april31,7
mei2,31,2
juni2,71,3
juli2,51
augustus3,11
september2,70,8
oktober2,80,7
november2,61

De HICP wordt volgens de Europees geharmoniseerde methode berekend zodat deze kan worden vergeleken met andere lidstaten van de Europese Unie. De prijsindexcijfers voor de eurozone en de Europese Unie als geheel worden berekend uit de HICP’s van de afzonderlijke lidstaten. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers voor het monetaire beleid.

De HICP houdt in tegenstelling tot de CPI geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.