Landelijk Meetnet Libellen

Het meetprogramma libellen bestaat uit twee onderdelen: aantalsmonitoring en verspreidingsonderzoek. De coördinatie voor beide onderdelen wordt verzorgd door De Vlinderstichting, waarbij de waarnemingen worden verzameld door vele vrijwilligers van De Vlinderstichting en terreinbeherende organisaties, CBS controleert en analyseert de gegevens in relatie tot gestelde meetdoelen en geeft advies voor verbeteringen van het meetprogramma op basis van een jaarlijkse kwaliteitsrapportage in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) in opdracht van het ministerie van LNV.

Verspreidingsonderzoek
Veel gegevens over libellen worden verzameld zonder gebruik van een vast meetprotocol, in de vorm van soortenlijsten of losse tellingen van één soort. Deze waarnemingen worden door waarnemers ingevoerd op internetportals landkaartje.vlinderstichting.nl, waarneming.nl en telmee.nl. Al deze waarnemingen worden bij elkaar gebracht in de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) en geanalyseerd door het CBS. Voor het bepalen van de actuele verspreiding en de trend daarin worden zogenaamde occupancy-modellen routinematig toegepast. Deze modellen zijn tevens bruikbaar om te onderzoeken of bepaalde hokken voldoende zijn onderzocht om een soort te vinden als die er zit. Daartoe worden zogenaamde lacunekaarten per soort gemaakt. Daarnaast vindt er ook gericht onderzoek plaats om het actuele en het potentiële verspreidingsgebied compleet te krijgen van een aantal soorten die voorkomen in kwetsbare of ontoegankelijke gebieden.

Aantalsmonitoring
Op vaste routes van gemiddeld 250 meter lang worden negen keer per jaar alle soorten geteld in de vliegtijd met tussenpozen van telkens twee weken. Tevens zijn er routes waarbij alleen tellingen van één bepaalde soort plaatsvinden (soortgerichte routes). Het betreft hier met name soorten die relevant zijn in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en waarvoor beschermde gebieden zijn aangewezen.


Terug naar artikel