Consumentenprijzen in januari 2,2 procent hoger

In januari 2019 waren consumentengoederen en –diensten 2,2 procent duurder dan een jaar eerder. Dit is de grootste prijsstijging na september 2013 blijkt uit cijfers van het CBS. De consumentenprijzen in december 2018 waren 2,0 procent hoger.

De consumentenprijsindex (CPI) is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en –diensten, want bijvoorbeeld ook koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud veranderen van prijs.

De CPI is één van de inflatie-indicatoren die is opgenomen in het prijzendashboard. Hierin staan ook andere inflatie-indicatoren zoals de prijsindex bestaande koopwoningen en de in- en uitvoerprijzen van de industrie.

Consumentenprijzenindex (CPI) (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
 mutatie
2014 januari1,4
2014 februari1,1
2014 maart0,8
2014 april1,2
2014 mei0,8
2014 juni0,9
2014 juli0,9
2014 augustus1
2014 september0,9
2014 oktober1,1
2014 november1
2014 december0,7
2015 januari0
2015 februari0,2
2015 maart0,4
2015 april0,6
2015 mei1,1
2015 juni1
2015 juli1
2015 augustus0,8
2015 september0,6
2015 oktober0,6
2015 november0,7
2015 december0,7
2016 januari0,6
2016 februari0,6
2016 maart0,6
2016 april0
2016 mei0
2016 juni0
2016 juli-0,2
2016 augustus0,2
2016 september0,1
2016 oktober0,4
2016 november0,6
2016 december1
2017 januari1,7
2017 februari1,8
2017 maart1,1
2017 april1,6
2017 mei1,1
2017 juni1,1
2017 juli1,3
2017 augustus1,4
2017 september1,5
2017 oktober1,3
2017 november1,5
2017 december1,3
2018 januari1,5
2018 februari1,2
2018 maart1
2018 april1,1
2018 mei1,7
2018 juni1,7
2018 juli2,1
2018 augustus2,1
2018 september1,9
2018 oktober2,1
2018 november2
2018 december2
2019 januari2,2

Belastingen verhoogd

Op 1 januari 2019 is het lage btw-tarief verhoogd van 6 naar 9 procent. Van alle consumentengoederen en -diensten valt 22,5 procent onder het lage btw-tarief. De belastingwijziging had een opwaartse druk op de prijzen van onder meer voeding, boeken en openbaar vervoer. Ten opzichte van een jaar eerder waren voedingsmiddelen in januari 3,3 procent duurder, in december was dit 1,2 procent. De prijsontwikkeling van voedingsmiddelen had hierdoor een opwaarts effect op de stijging van de consumentenprijzen.

Ook de hogere belasting op en de hogere leveringskosten van gas en elektriciteit hadden een opwaartse druk op de consumentenprijzen. In januari was energie 17,4 procent duurder dan een jaar eerder, in december was dit 13,5 procent.

Thuiszorg goedkoper

De prijsontwikkeling van thuiszorg had een verlagend effect op de prijsstijging van de consumentenprijzen. Dat komt onder meer doordat de eigen bijdrage van de thuiszorg is verlaagd. Ook de prijsontwikkelingen van vliegtickets en het verblijf in een bungalowpark hadden een drukkend effect op de ontwikkeling van consumentenprijzen in januari.

CPI; belangrijkste bijdragen aan de jaarmutatie (%-punt)
 JanuariDecember
Totaal2,22
Huisvesting, water
en energie
1,140,95
Voedingsmiddelen en
alcoholvrije dranken
0,350,12
Horeca0,20,23
Diverse goederen en
diensten
0,170,22
Kleding en schoeisel0,150,19
Consumptie in
het buitenland
0,140,2
Alcoholhoudende dranken en
tabak
0,080,08
Stoffering, huishoudelijke apparaten en
dagelijks onderhoud van de woning
0,060,04
Gezondheid0,050,03

Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex 2,0 procent hoger

Naast de consumentenprijsindex (CPI) berekent het CBS ook de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

In januari waren goederen en diensten in Nederland volgens de HICP 2,0 procent duurder dan een jaar eerder. Het cijfer in december is bijgesteld van 1,9 naar 1,8 procent. De prijsstijging in de eurozone was 1,4 procent in januari.

Geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
 NederlandEurozone
2014 januari0,80,8
2014 februari0,40,7
2014 maart0,10,5
2014 april0,60,7
2014 mei0,10,5
2014 juni0,30,5
2014 juli0,30,4
2014 augustus0,40,4
2014 september0,30,3
2014 oktober0,40,4
2014 november0,30,3
2014 december-0,1-0,2
2015 januari-0,7-0,6
2015 februari-0,5-0,3
2015 maart-0,3-0,1
2015 april00
2015 mei0,70,3
2015 juni0,50,2
2015 juli0,80,2
2015 augustus0,40,1
2015 september0,3-0,1
2015 oktober0,40,1
2015 november0,40,1
2015 december0,50,2
2016 januari0,20,3
2016 februari0,3-0,2
2016 maart0,50
2016 april-0,2-0,2
2016 mei-0,2-0,1
2016 juni-0,20,1
2016 juli-0,60,2
2016 augustus0,10,2
2016 september-0,10,4
2016 oktober0,30,5
2016 november0,40,6
2016 december0,71,1
2017 januari1,61,8
2017 februari1,72
2017 maart0,61,5
2017 april1,41,9
2017 mei0,71,4
2017 juni11,3
2017 juli1,51,3
2017 augustus1,51,5
2017 september1,41,5
2017 oktober1,31,4
2017 november1,51,5
2017 december1,21,4
2018 januari1,51,3
2018 februari1,31,1
2018 maart11,3
2018 april11,3
2018 mei1,91,9
2018 juni1,72
2018 juli1,92,1
2018 augustus1,92
2018 september1,62,1
2018 oktober1,92,2
2018 november1,81,9
2018 december1,81,6
2019 januari21,4

De HICP wordt volgens de Europees geharmoniseerde methode berekend zodat deze kan worden vergeleken met andere lidstaten van de Europese Unie. De prijsindexcijfers voor de eurozone en de Europese Unie als geheel worden berekend uit de HICP’s van de afzonderlijke lidstaten. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers voor het monetaire beleid.

De HICP houdt in tegenstelling tot de CPI geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.