Opbrengst btw groeit in 50 jaar tot meer dan 50 miljard

© Hollandse Hoogte
Op 1 januari 2019 was het vijftig jaar geleden dat de btw in Nederland werd ingevoerd. In deze periode steeg de opbrengst van 2,6 miljard euro tot ongeveer 53 miljard euro per jaar. Na de loon- en inkomstenheffing is de btw de belangrijkste inkomstenbron voor de overheid. Dat meldt het CBS op basis van cijfers over de btw vanaf 1969.

Opbrengst btw (mld euro)
 Opbrengst btw
19692,6
19703,2
19714
19724,6
19735,2
19745,6
19756,4
19767,6
19779
19789,8
197910,4
198011,1
198111,2
198211,6
198311,9
198413,1
198514
198614,8
198715,8
198816,5
198916
199016,8
199118,3
199217,8
199319,2
199418,5
199519,8
199621,3
199722,4
199824,1
199926,9
200028,4
200132
200233,6
200334,8
200435,6
200537
200639,9
200742
200843,3
200941,3
201041,8
201141,9
201241,8
201342,4
201443
201544,7
201647,8
2017*49,9
2018*52,9
*voorlopige cijfers 2018: raming ministerie van Financiën

De belasting op de toegevoegde waarde (btw) bestaat in Nederland sinds 1 januari 1969. In het eerste jaar leverde de btw de schatkist 2,6 miljard euro op. Sindsdien steeg de opbrengst gemiddeld met ruim 6 procent per jaar tot ongeveer 53 miljard euro in 2018 (raming ministerie van Financiën, Najaarsnota 2018). In deze halve eeuw zijn er vijf jaren geweest waarin de inkomsten uit btw afnamen. Uitgedrukt als percentage van het bbp schommelt de opbrengt sinds eind jaren zeventig rond de 6,5 procent.

Tarieven meerdere keren gewijzigd

De ontwikkelingen in de btw-opbrengst zijn deels het gevolg van tariefwijzigingen. De opbrengst van de btw steeg in de eerste jaren relatief snel, onder andere doordat de tarieven flink werden verhoogd. Bij de introductie in 1969 waren het lage en hoge tarief respectievelijk 4 en 12 procent, tegen het einde van 1986 waren ze 6 en 20 procent. Daarna volgde echter een periode waarin het hoge tarief geleidelijk werd verlaagd, naar 17,5 procent in 1992. In de 21e eeuw is het hoge tarief daarentegen weer stapsgewijs verhoogd naar 21 procent. Het lage tarief is minder vaak aangepast en lag tussen eind 1986 en 2018 constant op 6 procent. Per 1 januari 2019 geldt echter een laag tarief van 9 procent. Niet eerder waren de btw-tarieven zo hoog. Dit hangt samen met het kabinetsbeleid om de belasting op consumptie te verhogen ten faveure van een lagere belasting op arbeid. Zo zijn per 1 januari 2019 de tarieven voor de loon- en inkomstenheffing juist verlaagd.

Btw-tarieven (%)
 Laag tariefHoog tarief
1969 1e kwartaal412
1969 2e kwartaal412
1969 3e kwartaal412
1969 4e kwartaal412
1970 1e kwartaal412
1970 2e kwartaal412
1970 3e kwartaal412
1970 4e kwartaal412
1971 1e kwartaal414
1971 2e kwartaal414
1971 3e kwartaal414
1971 4e kwartaal414
1972 1e kwartaal414
1972 2e kwartaal414
1972 3e kwartaal414
1972 4e kwartaal414
1973 1e kwartaal416
1973 2e kwartaal416
1973 3e kwartaal416
1973 4e kwartaal416
1974 1e kwartaal416
1974 2e kwartaal416
1974 3e kwartaal416
1974 4e kwartaal416
1975 1e kwartaal416
1975 2e kwartaal416
1975 3e kwartaal416
1975 4e kwartaal416
1976 1e kwartaal416
1976 2e kwartaal416
1976 3e kwartaal416
1976 4e kwartaal418
1977 1e kwartaal418
1977 2e kwartaal418
1977 3e kwartaal418
1977 4e kwartaal418
1978 1e kwartaal418
1978 2e kwartaal418
1978 3e kwartaal418
1978 4e kwartaal418
1979 1e kwartaal418
1979 2e kwartaal418
1979 3e kwartaal418
1979 4e kwartaal418
1980 1e kwartaal418
1980 2e kwartaal418
1980 3e kwartaal418
1980 4e kwartaal418
1981 1e kwartaal418
1981 2e kwartaal418
1981 3e kwartaal418
1981 4e kwartaal418
1982 1e kwartaal418
1982 2e kwartaal418
1982 3e kwartaal418
1982 4e kwartaal418
1983 1e kwartaal418
1983 2e kwartaal418
1983 3e kwartaal418
1983 4e kwartaal418
1984 1e kwartaal519
1984 2e kwartaal519
1984 3e kwartaal519
1984 4e kwartaal519
1985 1e kwartaal519
1985 2e kwartaal519
1985 3e kwartaal519
1985 4e kwartaal519
1986 1e kwartaal519
1986 2e kwartaal519
1986 3e kwartaal519
1986 4e kwartaal620
1987 1e kwartaal620
1987 2e kwartaal620
1987 3e kwartaal620
1987 4e kwartaal620
1988 1e kwartaal620
1988 2e kwartaal620
1988 3e kwartaal620
1988 4e kwartaal620
1989 1e kwartaal618,5
1989 2e kwartaal618,5
1989 3e kwartaal618,5
1989 4e kwartaal618,5
1990 1e kwartaal618,5
1990 2e kwartaal618,5
1990 3e kwartaal618,5
1990 4e kwartaal618,5
1991 1e kwartaal618,5
1991 2e kwartaal618,5
1991 3e kwartaal618,5
1991 4e kwartaal618,5
1992 1e kwartaal618,5
1992 2e kwartaal618,5
1992 3e kwartaal618,5
1992 4e kwartaal617,5
1993 1e kwartaal617,5
1993 2e kwartaal617,5
1993 3e kwartaal617,5
1993 4e kwartaal617,5
1994 1e kwartaal617,5
1994 2e kwartaal617,5
1994 3e kwartaal617,5
1994 4e kwartaal617,5
1995 1e kwartaal617,5
1995 2e kwartaal617,5
1995 3e kwartaal617,5
1995 4e kwartaal617,5
1996 1e kwartaal617,5
1996 2e kwartaal617,5
1996 3e kwartaal617,5
1996 4e kwartaal617,5
1997 1e kwartaal617,5
1997 2e kwartaal617,5
1997 3e kwartaal617,5
1997 4e kwartaal617,5
1998 1e kwartaal617,5
1998 2e kwartaal617,5
1998 3e kwartaal617,5
1998 4e kwartaal617,5
1999 1e kwartaal617,5
1999 2e kwartaal617,5
1999 3e kwartaal617,5
1999 4e kwartaal617,5
2000 1e kwartaal617,5
2000 2e kwartaal617,5
2000 3e kwartaal617,5
2000 4e kwartaal617,5
2001 1e kwartaal619
2001 2e kwartaal619
2001 3e kwartaal619
2001 4e kwartaal619
2002 1e kwartaal619
2002 2e kwartaal619
2002 3e kwartaal619
2002 4e kwartaal619
2003 1e kwartaal619
2003 2e kwartaal619
2003 3e kwartaal619
2003 4e kwartaal619
2004 1e kwartaal619
2004 2e kwartaal619
2004 3e kwartaal619
2004 4e kwartaal619
2005 1e kwartaal619
2005 2e kwartaal619
2005 3e kwartaal619
2005 4e kwartaal619
2006 1e kwartaal619
2006 2e kwartaal619
2006 3e kwartaal619
2006 4e kwartaal619
2007 1e kwartaal619
2007 2e kwartaal619
2007 3e kwartaal619
2007 4e kwartaal619
2008 1e kwartaal619
2008 2e kwartaal619
2008 3e kwartaal619
2008 4e kwartaal619
2009 1e kwartaal619
2009 2e kwartaal619
2009 3e kwartaal619
2009 4e kwartaal619
2010 1e kwartaal619
2010 2e kwartaal619
2010 3e kwartaal619
2010 4e kwartaal619
2011 1e kwartaal619
2011 2e kwartaal619
2011 3e kwartaal619
2011 4e kwartaal619
2012 1e kwartaal619
2012 2e kwartaal619
2012 3e kwartaal619
2012 4e kwartaal621
2013 1e kwartaal621
2013 2e kwartaal621
2013 3e kwartaal621
2013 4e kwartaal621
2014 1e kwartaal621
2014 2e kwartaal621
2014 3e kwartaal621
2014 4e kwartaal621
2015 1e kwartaal621
2015 2e kwartaal621
2015 3e kwartaal621
2015 4e kwartaal621
2016 1e kwartaal621
2016 2e kwartaal621
2016 3e kwartaal621
2016 4e kwartaal621
2017 1e kwartaal621
2017 2e kwartaal621
2017 3e kwartaal621
2017 4e kwartaal621
2018 1e kwartaal621
2018 2e kwartaal621
2018 3e kwartaal621
2018 4e kwartaal621
2019 1e kwartaal921
2019 2e kwartaal921
2019 3e kwartaal921
2019 4e kwartaal921

Huishoudens betalen gemiddeld bijna 9 procent btw

Door de combinatie van tarieven bedroeg in 2018 de gemiddelde btw-heffing op de consumptie van huishoudens 8,7 procent. Dit gemiddelde wordt gedrukt doordat bepaalde goederen en diensten zijn vrijgesteld van btw, zoals vliegtickets, kinderopvang en de huur van een woning. Deze vrijgestelde aankopen waren in 2018 goed voor 37 procent van de totale consumptie door huishoudens. Bijna een kwart van de aankopen was belast met het lage tarief. Onder dit tarief vallen onder andere voedings- en geneesmiddelen. De resterende 38 procent van de door huishoudens aangekochte goederen en diensten, bijvoorbeeld kleding en auto’s, vallen onder het hoge tarief.

Economische crisis zorgt voor daling btw-opbrengst

Naast tariefwijzigingen wordt de omvang van de btw-opbrengst bepaald door economische ontwikkelingen, zoals de groei van consumptie en inflatie. Zo zorgde de economische crisis ervoor dat in 2009 de opbrengst van de btw met bijna 5 procent afnam, de grootste daling van de afgelopen vijftig jaar. Ook in 2012 leidde de economische laagconjunctuur tot een daling van de inkomsten uit btw.

Aandeel btw in belasting- en premieinkomsten (%)
 Aandeel btw in belasting- en premieinkomsten
196914,6
197016
197116,8
197216,5
197315,8
197414,8
197514,9
197615,6
197716,6
197816,6
197916,3
198016,3
198115,9
198215,5
198315
198416,3
198516,8
198617
198717,1
198817,1
198916,8
199016,7
199116,3
199215,5
199315,7
199415,2
199516,4
199616,8
199716,8
199817,1
199917,5
200017,2
200118,8
200219,3
200319,6
200419,5
200519,3
200619,1
200719,2
200818,8
200919
201018,6
201118,3
201218,1
201317,9
201417,4
201517,8
201617,8
2017*17,7
*voorlopige cijfers

Btw op een na grootste inkomstenbron voor de schatkist

De btw is de laatste jaren goed voor ongeveer 18 procent van de totale belasting- en premie-inkomsten van de overheid. Nadat het aandeel van de btw in de belasting- en premieopbrengsten jarenlang rond de 16 procent schommelde, steeg dit vanaf het begin van de jaren negentig tot bijna 20 procent aan het begin van deze eeuw. Daarna nam het aandeel langzaam weer af. Hiermee is de btw een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor de Staat. Alleen de loon- en inkomstenheffing (loon- en inkomstenbelasting plus premies volksverzekeringen) levert met een opbrengst van ruim 100 miljard euro de schatkist meer op. Na de loon- en inkomstenheffing en de btw zijn de premies voor het Zorgverzekeringsfonds en de vennootschapsbelasting de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de overheid.

Belastingen en premies, 2017
 Opbrengst 2017
Loon- en inkomstenheffing101,2
Btw49,9
Premies Zorgverzekeringsfonds38
Vennootschapsbelasting21,4
Overige belastingen en premies72