Minder bijstandsontvangers in alle leeftijdsgroepen

Muntgeld
© CBS / Nikki van Toorn
Eind september 2018 telde Nederland 439 duizend bijstandsgerechtigden tot de AOW-leeftijd, 21 duizend minder dan een jaar eerder. Voor het eerst sinds jaren deed zich in alle leeftijdsgroepen een daling voor. Ook onder personen met een niet-westerse achtergrond houdt de daling aan. De instroom van Syriërs in de bijstand is sterk afgenomen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Personen tot de AOW-leeftijd met een bijstandsuitkering (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
 Tot de AOW-leeftijd
2014 1e kwartaal30
2014 2e kwartaal28
2014 3e kwartaal24
2014 4e kwartaal21
2015 1e kwartaal17
2015 2e kwartaal13
2015 3e kwartaal13
2015 4e kwartaal15
2016 1e kwartaal17
2016 2e kwartaal18
2016 3e kwartaal18
2016 4e kwartaal16
2017 1e kwartaal13
2017 2e kwartaal8
2017 3e kwartaal1
2017 4e kwartaal-8
2018 1e kwartaal-16
2018 2e kwartaal-20
2018 3e kwartaal-21

Ook daling bij 45-plussers

Voor het eerst in bijna tien jaar zijn er minder 45-plussers in de bijstand dan een jaar eerder. Het gaat om een lichte daling: duizend personen. Eind september 2018 kwam het aantal bijstandsontvangers van 45 jaar of ouder hiermee uit op 233 duizend. Bij de jongere leeftijdsgroepen is al langer een daling zichtbaar. Het aantal jongeren onder de 27 jaar in de bijstand nam voor het vierde kwartaal op rij af, het aantal 27- tot 45-jarigen voor het zevende kwartaal.

De jaarlijkse verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd remt de uitstroom van 45-plussers. Bijstandsontvangers moeten langer wachten voordat zij de bijstand kunnen verlaten voor pensioen. In 2018 is de AOW-gerechtigde leeftijd met drie maanden verhoogd tot precies 66 jaar.

Personen met een bijstandsuitkering naar leeftijd (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
 45 jaar tot AOW-leeftijd27 tot 45 jaarJonger dan 27 jaar
2014 1e kwartaal12,515,12,4
2014 2e kwartaal12,813,41,5
2014 3e kwartaal12,510,80,7
2014 4e kwartaal128,50,2
2015 1e kwartaal11,84,9-0,2
2015 2e kwartaal10,52,2-0,2
2015 3e kwartaal10,20,82,3
2015 4e kwartaal10,30,93,8
2016 1e kwartaal111,54,1
2016 2e kwartaal10,91,55,2
2016 3e kwartaal10,41,76,2
2016 4e kwartaal9,40,36,1
2017 1e kwartaal8,7-15,4
2017 2e kwartaal7,2-3,13,8
2017 3e kwartaal5,8-6,11,3
2017 4e kwartaal3,6-9,6-1,7
2018 1e kwartaal1,6-13,2-4,6
2018 2e kwartaal0,1-14,7-5,6
2018 3e kwartaal-0,8-14,5-5,5
 

Aanhoudende daling zowel bij Nederlandse als migratieachtergrond

Voor het derde kwartaal achtereen zijn er, vergeleken met een jaar eerder, zowel minder bijstandsgerechtigden met een Nederlandse achtergrond als met een migratieachtergrond. Het aantal bijstandsontvangers met een niet-westerse achtergrond daalt sinds drie kwartalen. Onder degenen met een Nederlandse of westerse achtergrond daalt het aantal al langer.

De instroom in de bijstand van immigranten met een vluchtelingenstatus heeft de ontwikkeling de afgelopen jaren sterk beïnvloed. Deze instroom is sterk afgenomen. In de eerste helft van 2018 zijn bijvoorbeeld 3 800 Syriërs de bijstand ingestroomd, terwijl er in dezelfde periode 3 600 de uitkering verlieten. In de eerste helft van 2017 ging het nog om een instroom van ruim 13 duizend tegen een uitstroom van 5 500.

Personen1 met een bijstandsuitkering naar migratieachtergrond (verandering t.o.v. een jaar eerder (x 1 000))
 Nederlandse achtergrondWesterse migratieachtergrondNiet-westerse migratieachtergrond
2014 1e kwartaal13,63,513
2014 2e kwartaal11,7313
2014 3e kwartaal9,42,412,2
2014 4e kwartaal71,812
2015 1e kwartaal3,9111,6
2015 2e kwartaal1,60,410,6
2015 3e kwartaal0,90,312
2015 4e kwartaal0,60,114,2
2016 1e kwartaal1-0,115,6
2016 2e kwartaal0,5-0,217,4
2016 3e kwartaal0,1-0,518,7
2016 4e kwartaal-1,7-0,918,5
2017 1e kwartaal-3,2-1,417,7
2017 2e kwartaal-4,4-1,714
2017 3e kwartaal-5,8-1,98,9
2017 4e kwartaal-7,9-2,42,7
2018 1e kwartaal-10,1-2,9-3,2
2018 2e kwartaal-11,1-2,9-6,4
2018 3e kwartaal-10,7-2,7-7,5
1 Tot de AOW-leeftijd

Bijna de helft bijstandsverlaters stroomt door naar baan

In de eerste helft van 2018 verlieten 54 duizend personen de bijstand. Dit aantal is exclusief de uitstroom vanwege emigratie of overlijden. Van de uitstromers vond 48 procent een baan. Het aandeel personen dat de bijstand verlaat voor een baan verschilt per arbeidsmarktregio. In Drenthe was de uitstroom naar werk met 54 procent naar verhouding het grootst. Gorinchem en Noord-Holland Noord volgden met 52 procent. De uitstroom naar een baan kwam naar verhouding het minst voor in de arbeidsmarktregio’s Midden-Holland, Noordoost-Brabant en Zuid-Limburg. De aandelen kwamen daar uit op 43 procent en tweemaal 44 procent. Naast werk zijn er andere redenen om de bijstand te verlaten, bijvoorbeeld het beginnen aan een studie of het vinden van een partner met een eigen inkomen of vermogen.

Aandeel bijstandsverlaters die een baan hebben gevonden, 1e helft 2018 (%)
 Uitstroom naar baan
Groningen50
Friesland50
Drenthe54
Twente45
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe48
Midden-Gelderland46
Rijk van Nijmegen50
Achterhoek48
Rivierenland47
Flevoland48
Gooi en Vechtstreek45
Midden-Utrecht47
AMersfoort47
Noord-Holland Noord52
Zaanstreek/Waterland47
Groot AMsterdAM48
Holland Rijnland48
Midden-Holland43
Haaglanden49
Rijnmond47
Drechtsteden48
Zeeland49
West-Brabant45
Midden-Brabant49
Noordoost-Brabant44
Zuidoost-Brabant48
Noord-Limburg51
Zuid-Limburg44
Helmond-De Peel49
Midden-Limburg45
Zuid-Holland Centraal50
Gorinchem52
Regio Zwolle51
Zuid-Kennemerland en IJmond48
FoodValley47

 

De cijfers in dit nieuwsbericht kunnen afwijken van de tabellen op StatLine waarnaar wordt verwezen. Bewerkingen en berekeningen in dit nieuwsbericht zijn gedaan op basis van niet-afgeronde cijfers. Op StatLine worden afgeronde cijfers gepubliceerd.