Nederlands economie raakt in 2017 op stoom

© Hollandse Hoogte / Peter Hilz
De Nederlandse economie, afgemeten aan het bbp, groeide in 2017 met 3,2 procent. Het is de hoogste groei sinds de crisis meldt het CBS in een kort overzicht van de economie in 2017. De groei leunde sterk op de export, maar de investeringen in vaste activa en de consumptie droegen ook aanzienlijk bij.

De economische groei was voor het eerst na 2007 weer groter dan 3 procent. Opvallend is de grote positieve bijdrage van de wederuitvoer. Die bestaat echter veelal uit eerder ingevoerde kant-en-klare producten, en invoer draagt negatief bij aan de economische groei. Per saldo blijft daardoor van de groeibijdrage van de wederuitvoer niet veel over. De groeibijdrage van de uitvoer van Nederlands product is zo bekeken groter dan die van de wederuitvoer; hier staat veel minder invoer tegenover. De binnenlandse bestedingen droegen ook hun steentje bij aan de groei van het bbp. Overigens gaat ook een gedeelte van de invoer als verbruik naar de consumptie en de investeringen.

Inhaalslag Nederlandse economie

De Nederlandse economie groeide de laatste drie jaren ook harder dan de economieën van de ons omringende landen. Aan de andere kant duurde de terugval die in 2011 begon in Nederland langer en was ook dieper dan in de landen om ons heen.

In 2017 was de Nederlandse economie gemiddeld ruim 11 procent groter dan in 2009. De Duitse economie is in dezelfde periode met 18 procent gegroeid. De economie van de EU groeide met bijna 13 procent ook iets harder. Nederland is Frankrijk en België de afgelopen jaren echter wel voorbij gestreefd in termen van economische groei sinds 2009.

Economische groei* van Nederland en omringende landen (2009=100)
 FrankrijkBelgieNederlandEUVKDuitsland
2008 I103,9103,0104,0105,6106,3106,8
2008 II103,4103,1104,4105,3105,6106,5
2008 III103,1102,6104,1104,5103,9106,1
2008 IV101,6100,5103,2102,6101,6104,1
2009 I99,999,399,999,9100,099,4
2009 II99,799,299,799,699,899,5
2009 III99,9100,3100,099,9100,0100,1
2009 IV100,5101,2100,5100,5100,2101,0
2010 I101,0101,6100,4100,9100,8101,7
2010 II101,6102,7101,0101,9101,7103,8
2010 III102,2103,1101,3102,4102,1104,7
2010 IV102,8103,5102,6103,0102,2105,5
2011 I103,9104,2103,3103,7102,8107,4
2011 II103,9104,5103,2103,8103,0107,6
2011 III104,1104,8103,2104,0103,4108,1
2011 IV104,2104,8102,4103,7103,6108,1
2012 I104,3105,0102,3103,7104,2108,5
2012 II104,2104,8102,3103,4104,1108,6
2012 III104,3104,8101,9103,5105,3108,8
2012 IV104,2104,7101,2103,1105,2108,3
2013 I104,3104,3101,5103,0105,8108,1
2013 II105,0104,8101,3103,5106,4109,1
2013 III105,0105,4101,9104,0107,3109,6
2013 IV105,4105,7102,5104,4107,9110,1
2014 I105,5106,0102,3104,9108,8111,0
2014 II105,7106,2102,9105,2109,7110,8
2014 III106,3106,7103,3105,8110,6111,2
2014 IV106,3107,0104,5106,4111,4112,2
2015 I106,7107,4105,3107,2111,8112,3
2015 II106,7107,9105,3107,6112,4112,8
2015 III107,1108,0105,7108,2112,9113,2
2015 IV107,4108,5106,1108,7113,7113,6
2016 I108,1108,8106,9109,2113,9114,4
2016 II108,0109,6107,2109,7114,5114,9
2016 III108,1109,7108,3110,2115,1115,3
2016 IV108,6110,0109,0111,0116,0115,8
2017 I109,4110,8109,7111,7116,2116,8
2017 II110,0111,3111,3112,4116,5117,5
2017 III110,6111,5111,8113,2117,1118,4
2017 IV111,4112,1112,7113,8117,6119,1
Bron: CBS, Eurostat
* volume, seizoen- en werkdaggecorrigeerd

Spanning op arbeidsmarkt loopt op

Door de verder aangetrokken economie was 2017 voor de arbeidsmarkt een jaar van records. Er waren meer mensen aan het werk dan ooit. Ook daalde het gemiddeld aantal werklozen met 101 duizend. Zo'n grote daling is de afgelopen decennia niet voorgekomen. Het aantal openstaande vacatures steeg tot het hoogste jaaraantal na het record in 2008.

Door het oplopen van de vacatures en afnemen van de werkloosheid nam de spanning op de arbeidsmarkt toe. Tegenover elke openstaande vacature stonden in het vierde kwartaal van 2017 gemiddeld 1,8 werkloze personen. Toch was de arbeidsmarkt eind 2017 nog niet zo krap als in 2008. Toen waren er per openstaande vacature 1,3 werklozen.

Aantal werklozen per vacature
 Aantal werklozen (ILO-definitie) per vacature
2003 I3
2003 II3,5
2003 III4,3
2003 IV4,2
2004 I3,9
2004 II3,9
2004 III3,8
2004 IV3,7
2005 I3,3
2005 II3,5
2005 III3
2005 IV2,9
2006 I2,4
2006 II2
2006 III1,8
2006 IV1,7
2007 I1,6
2007 II1,5
2007 III1,4
2007 IV1,4
2008 I1,3
2008 II1,3
2008 III1,3
2008 IV1,6
2009 I2,2
2009 II2,9
2009 III3,1
2009 IV3,4
2010 I3,8
2010 II3,7
2010 III3,5
2010 IV3,4
2011 I3,1
2011 II3,1
2011 III3,2
2011 IV3,8
2012 I4,1
2012 II4,6
2012 III4,9
2012 IV5,5
2013 I6,3
2013 II7
2013 III7
2013 IV7,1
2014 I6,7
2014 II6,2
2014 III5,6
2014 IV5,4
2015 I5,1
2015 II4,7
2015 III4,6
2015 IV4,2
2016 I3,9
2016 II3,6
2016 III3,2
2016 IV2,9
2017 I2,6
2017 II2,2
2017 III2
2017 IV1,8

Beschikbaar inkomen groeit minder hard dan het bbp

Het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in 2017 met 1,5 procent gestegen. De inkomensgroei was voor het vierde jaar op rij positief. Wel was de groei lager dan een jaar eerder, toen het inkomen met 2,3 procent groeide. Het netto reëel beschikbaar inkomen groeide, ondanks de gespannen arbeidsmarkt, minder hard dan het bbp.

Bbp en netto reëel beschikbaar inkomen (1995=100)
 BbpNetto reëel beschikbaar inkomen
1995100100
1996103,6102,9
1997108,1107,4
1998112,9110,8
1999118,7114,7
2000123,7117,3
2001126,3124,3
2002126,4123,7
2003126,8122,2
2004129,3121,7
2005132,1119,6
2006136,8121,2
2007141,8123,1
2008144,2123,8
2009138,8124,5
2010140,7123,6
2011143,1124,4
2012141,5123,4
2013141,2121,8
2014143,2123,5
2015146,5125,1
2016149,7128
2017154,5129,9

Al sinds het begin van deze eeuw is de ontwikkeling van het reëel beschikbaar inkomen ongunstiger dan die van het bbp. Dit heeft onder meer te maken met de daling van de arbeidsinkomensquote (aiq). De aiq meet welk deel van de totale toegevoegde waarde als vergoeding voor arbeid wordt aangewend. Van elke euro die in 2017 in Nederland werd verdiend, ging 75 cent naar de werknemers en zelfstandigen als arbeidsinkomen. De overige 25 cent van elke verdiende euro vormden de winsten van bedrijven, oftewel de vergoeding voor kapitaal. Aan het begin van deze eeuw ging nog 78 cent naar arbeid.

Conjunctuurbeeld begin 2018

In de eerste vier maanden van 2018 verbeterde het conjunctuurbeeld verder volgens de Conjunctuurklokindicator. Dit is het ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok. De indicatoren in de klok waren onverminderd in hoogconjunctuur. In de eerste vier maanden van 2018 bleven het consumenten- en producentenvertrouwen op een relatief hoog niveau.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok) (afwijking tot de langetermijntrend (=0))
 cyclus
2000 1,07
2000 1,17
2000 1,25
2000 1,32
2000 1,37
2000 1,38
2000 1,38
2000 1,35
2000 1,34
2000 1,33
2000 1,31
2000 1,28
2001 1,24
2001 1,19
2001 1,10
2001 1,02
2001 0,94
2001 0,86
2001 0,81
2001 0,75
2001 0,68
2001 0,63
2001 0,54
2001 0,47
2002 0,42
2002 0,36
2002 0,32
2002 0,31
2002 0,24
2002 0,17
2002 0,11
2002 -0,02
2002 -0,10
2002 -0,16
2002 -0,26
2002 -0,33
2003 -0,40
2003 -0,54
2003 -0,66
2003 -0,77
2003 -0,91
2003 -1,01
2003 -1,07
2003 -1,14
2003 -1,18
2003 -1,17
2003 -1,16
2003 -1,13
2004 -1,08
2004 -1,04
2004 -1,00
2004 -0,96
2004 -0,92
2004 -0,90
2004 -0,86
2004 -0,82
2004 -0,79
2004 -0,79
2004 -0,82
2004 -0,85
2005 -0,89
2005 -0,91
2005 -0,90
2005 -0,89
2005 -0,87
2005 -0,85
2005 -0,84
2005 -0,82
2005 -0,79
2005 -0,76
2005 -0,71
2005 -0,64
2006 -0,56
2006 -0,45
2006 -0,33
2006 -0,22
2006 -0,07
2006 0,06
2006 0,16
2006 0,30
2006 0,39
2006 0,44
2006 0,54
2006 0,60
2007 0,63
2007 0,72
2007 0,80
2007 0,85
2007 0,97
2007 1,07
2007 1,13
2007 1,23
2007 1,29
2007 1,31
2007 1,38
2007 1,44
2008 1,47
2008 1,53
2008 1,56
2008 1,55
2008 1,54
2008 1,50
2008 1,43
2008 1,35
2008 1,26
2008 1,14
2008 0,97
2008 0,79
2009 0,40
2009 0,12
2009 -0,09
2009 -0,27
2009 -0,50
2009 -0,63
2009 -0,67
2009 -0,74
2009 -0,75
2009 -0,70
2009 -0,68
2009 -0,65
2010 -0,59
2010 -0,57
2010 -0,53
2010 -0,47
2010 -0,42
2010 -0,37
2010 -0,31
2010 -0,26
2010 -0,19
2010 -0,12
2010 -0,03
2010 0,05
2011 0,11
2011 0,20
2011 0,25
2011 0,28
2011 0,33
2011 0,35
2011 0,33
2011 0,31
2011 0,24
2011 0,15
2011 0,07
2011 -0,01
2012 -0,06
2012 -0,10
2012 -0,13
2012 -0,17
2012 -0,23
2012 -0,30
2012 -0,36
2012 -0,46
2012 -0,53
2012 -0,60
2012 -0,71
2012 -0,80
2013 -0,88
2013 -1,00
2013 -1,09
2013 -1,15
2013 -1,22
2013 -1,25
2013 -1,26
2013 -1,26
2013 -1,21
2013 -1,15
2013 -1,07
2013 -1,00
2014 -0,93
2014 -0,87
2014 -0,84
2014 -0,83
2014 -0,80
2014 -0,78
2014 -0,76
2014 -0,73
2014 -0,71
2014 -0,70
2014 -0,66
2014 -0,63
2015 -0,59
2015 -0,53
2015 -0,47
2015 -0,42
2015 -0,35
2015 -0,29
2015 -0,24
2015 -0,19
2015 -0,15
2015 -0,14
2015 -0,11
2015 -0,09
2016 -0,08
2016 -0,05
2016 -0,03
2016 -0,01
2016 0,06
2016 0,10
2016 0,14
2016 0,21
2016 0,26
2016 0,30
2016 0,39
2016 0,44
2017 0,49
2017 0,59
2017 0,65
2017 0,70
2017 0,78
2017 0,83
2017 0,88
2017 0,97
2017 1,02
2017 1,08
2017 1,17
2017 1,22
2018 1,26
2018 1,32
2018 1,36
2018 1,38

Bronnen

Relevante links