Meer sterfte dan geboorte in het eerste kwartaal

© Hollandse Hoogte
In het eerste kwartaal van 2018 zijn 6 duizend meer mensen overleden dan er kinderen werden geboren. Er waren 18,5 duizend meer immigranten dan emigranten. Per saldo kwamen er 12,5 duizend inwoners bij. Dat meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers.

De afgelopen jaren is het saldo van sterfte en geboorte (de natuurlijke aanwas) in het eerste kwartaal vaker negatief geweest, maar dit kwartaal was de krimp groter. Omdat ook het migratiesaldo lager was, kwam de totale bevolkingsgroei 5 duizend lager uit dan een jaar eerder.

Saldo geboorte en sterfte (x 1 000)
   Natuurlijke aanwas
2012I5,234
II9,373
III13,429
IV7,11
2013I1,488
II7,384
III13,8
IV7,424
2014I6,694
II10,02
III12,789
IV6,455
2015I-1,515
II6,715
III11,977
IV6,199
2016I1,046
II7,187
III12,065
IV3,225
2017*I-2,245
II6,14
III10,888
IV4,39
2018*I-5,969
* voorlopige cijfers

Relatief hoge sterfte, iets minder geboorten

De sterfte in het eerste kwartaal van 2018 was relatief hoog, met 45,5 duizend overledenen. Dat waren er 3 duizend meer dan in dezelfde periode van 2017, toen de sterfte ook al relatief hoog was. Dit jaar kenmerkt zich door een lang aanhoudende griepepidemie en enkele koude perioden.
Er overleden relatief veel ouderen. In het eerste kwartaal 2018 lag de sterfte onder 80-plussers 29 procent boven het jaargemiddelde van 2017, in het eerste kwartaal van 2017 was dat 19 procent. Onder 65- tot 80-jarigen was het verschil in sterfte naar verhouding nog sterker: 19 procent boven het jaargemiddelde in het eerste kwartaal van 2018, tegen 9 procent een jaar eerder.

Geboorte en sterfte per week (x 1 000)
   GeboorteSterfte
2016403,4162,686
413,3082,932
423,2982,744
433,172,951
443,1682,731
453,1392,907
463,142,899
473,0932,908
483,1092,95
493,0053,04
503,1313,128
513,2333,071
522,8483,797
2017*13,163,569
23,1413,636
33,1353,491
43,3413,626
53,233,573
63,213,446
73,1423,417
82,9523,328
93,1323,152
102,9843,053
112,9852,845
123,1272,78
133,0642,852
143,0732,764
153,2442,809
163,0612,713
173,2832,775
183,1612,771
193,1972,802
203,2812,802
213,2122,774
223,2232,702
233,0912,622
243,2882,642
253,2192,628
263,4142,691
273,3462,697
283,4112,518
293,3822,675
303,4962,571
313,5342,509
323,4562,657
333,3572,539
343,4742,542
353,4212,574
363,4612,569
373,4472,704
383,4842,715
393,4652,671
403,3452,642
413,3342,764
423,2762,706
433,2522,677
443,2872,724
453,2922,799
463,2492,916
473,172,914
483,1712,884
493,1213,022
503,1763,207
513,1813,069
522,9443,184
2018*13,0183,34
23,1573,358
33,2713,362
43,2433,318
53,0523,399
63,0783,509
73,0913,651
83,053,684
92,9283,928
102,9974,08
112,9523,72
123,0563,421
133,153,204
* voorlopige cijfers

Afgelopen kwartaal werden 39,6 duizend kinderen geboren, ruim 500 minder dan een jaar eerder. Het aantal kinderen dat geboren wordt is al enkele jaren relatief laag. In perioden dat de sterfte hoger is dan normaal is de kans op natuurlijke krimp vrij groot. Dit speelt vooral in de wintermaanden. Dan overlijden doorgaans meer mensen en worden minder kinderen geboren dan in de zomermaanden.
In de rest van het jaar overlijden minder mensen en worden meer kinderen geboren, zodat de natuurlijke aanwas over het hele jaar nog wel positief uitkomt. Omdat de groep ouderen groeit, zullen per jaar ook meer mensen overlijden. De verwachting in de bevolkingsprognose is dat het saldo van geboorte en sterfte tot 2038 nog positief zal zijn, daarna zal het aantal overledenen het aantal geboorten overtreffen.

Meer immigratie dan emigratie

De bevolking groeit de laatste jaren vooral door migratie. Ook in de eerste maanden van 2018 vestigden zich meer mensen in Nederland (53 duizend) dan er vertrokken (35 duizend). Het migratiesaldo van 18,5 duizend was ruim duizend lager dan in dezelfde periode van 2017. De immigratie was het afgelopen kwartaal lager dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar.

De laatste jaren kwamen er vooral veel Syriërs naar Nederland. Zij vormden de afgelopen drie jaar de grootste groep migranten. Inmiddels is de instroom van deze groep gedaald. In het eerste kwartaal van 2018 schreven zich per saldo 1,3 duizend Syriërs in bij een Nederlandse gemeente, een jaar eerder waren dat er nog ruim 6 duizend. Doordat de instroom uit andere landen, in Europa, Afrika en op het Amerikaanse continent, is toegenomen, bleef de groei door migratie toch vrijwel gelijk. Polen vormden in het afgelopen kwartaal voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2014 weer de grootste groep, met per saldo 2,5 duizend migranten.

Migratiesaldo, geboortelanden Polen en Syrië (x 1 000)
   PolenSyrië
2012I1,90
II1,80
III3,10,1
IV1,80,2
2013I2,50,3
II2,40,3
III2,90,4
IV2,10,8
2014I3,71,2
II31,5
III3,12,4
IV2,33,4
2015I2,74,8
II2,14,2
III3,15,2
IV1,86,4
2016I2,27,9
II2,77,1
III2,45,5
IV1,77
2017*I2,36,2
II2,34,7
III2,63,1
IV2,22,2
2018*I2,51,3
* voorlopige cijfers