Consumentenprijzen in november 1,5 procent hoger

7-12-2017 06:30
De consumentenprijzen waren in november 1,5 procent hoger dan in november 2016, meldt het CBS. In oktober was de prijsstijging 1,3 procent.

De CPI is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en –diensten, want bijvoorbeeld ook koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud veranderen van prijs.

De consumentenprijsindex (CPI) is één van de inflatie-indicatoren die is opgenomen in het prijzendashboard. Hierin staan ook andere inflatie-indicatoren zoals de prijsindex bestaande koopwoningen en de in- en uitvoerprijzen van de industrie.

Benzineprijs omhoog

De stijging van de consumentenprijzen nam vooral toe door de prijsontwikkeling van benzine en kleding.

Een liter benzine kostte in november 2017 gemiddeld 1,59 euro. Dat is de hoogste prijs voor een liter euro95 in ruim 2 jaar tijd. In vergelijking met november 2016 was benzine 5,6 procent duurder. In oktober was de stijging op jaarbasis nog 1,1 procent.

Voor kleding betaalde de consument in november weliswaar 1,2 procent minder dan in dezelfde maand van 2016, maar in oktober was de prijsdaling op jaarbasis groter.

Stijging consumentenprijzen in Nederland even hoog als in de eurozone

Naast de consumentenprijsindex (CPI) berekent het CBS ook de Europees geharmoniseerde prijsindex (HICP).

In november was de prijsstijging van goederen en diensten in Nederland volgens de HICP ook 1,5 procent. Een maand eerder was dat nog 1,3 procent. In de eurozone nam de prijsstijging in november toe van 1,4 naar 1,5 procent.

De HICP wordt volgens de Europees geharmoniseerde methode berekend zodat deze kan worden vergeleken met andere lidstaten van de Europese Unie. De prijsindexcijfers voor de eurozone en de Europese Unie als geheel worden berekend uit de HICP’s van de afzonderlijke lidstaten. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers voor het monetaire beleid.

De HICP houdt in tegenstelling tot de CPI geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.

Relevante links