Bijstand groeit minder snel

Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is in het derde kwartaal van 2017 toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het tempo van de jaar-op-jaargroei neemt al vier kwartalen achtereen af. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Tussen september 2016 en september 2017 is het aantal personen tot de AOW-leeftijd met een bijstandsuitkering met 6 duizend toegenomen tot 465 duizend.

Personen tot de AOW-leeftijd met een bijstandsuitkering, mutatie t.o.v. een jaar eerder
 Tot de AOW-leeftijd
2013 I26
2013 II31
2013 III31
2013 IV32
2014 I30
2014 II28
2014 III24
2014 IV21
2015 I17
2015 II13
2015 III13
2015 IV15
2016 I17
2016 II18
2016 III18
2016 IV16
2017 I13
2017 II8
2017 III6

Minder 27- tot 45-jarigen in de bijstand

Onder de 27- tot 45-jarigen waren in het derde kwartaal minder mensen afhankelijk van bijstand. Eind september 2017 waren er 4 duizend bijstandsontvangers van 27 tot 45 jaar minder dan een jaar eerder. Dit is het derde achtereenvolgende kwartaal dat het aantal bijstandsontvangers van deze leeftijd kleiner was dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Onder 27-minners en 45-plussers blijft het aantal bijstandsontvangers jaarlijks toenemen.

Personen met een bijstandsuitkering, mutatie t.o.v. een jaar eerder
 Jonger dan 27 jaar27 tot 45 jaar45 jaar tot AOW-leeftijd
2013 I3,313,69,6
2013 II4,815,810,8
2013 III316,511,6
2013 IV317,112,3
2014 I2,415,112,5
2014 II1,513,412,8
2014 III0,710,812,5
2014 IV0,28,512
2015 I-0,24,911,8
2015 II-0,22,210,5
2015 III2,30,810,2
2015 IV3,80,910,3
2016 I4,11,511
2016 II5,21,510,9
2016 III6,21,710,4
2016 IV6,10,39,4
2017 I5,4-18,7
2017 II3,8-3,17,2
2017 III3,5-4,17,1

Effect van gunstige arbeidsmarkt

De afnemende jaar-op-jaargroei hangt samen met de gunstige arbeidsmarkt. Sinds de piek in de werkloosheid begin 2014 is deze met ongeveer 40 procent gedaald. De bijstand reageert doorgaans met vertraging op bewegingen op de arbeidsmarkt.

Dat het aantal bijstandsgerechtigden nog steeds is toegenomen, houdt verband met de instroom van asielzoekers. Degenen die een verblijfsvergunning krijgen, kunnen een beroep doen op bijstand. Dit komt naar voren uit stroomcijfers over het eerste halfjaar van 2017. Van januari tot en met juni 2017 zijn ruim 8 duizend personen de bijstand ingestroomd die in Syrië zijn geboren, terwijl iets meer dan 2 duizend Syriërs de bijstand verlieten. Eind juni kwam het aantal Syrische bijstandsgerechtigden hiermee op bijna 38 duizend uit.

Bij personen die in Nederland of in een van de overige landen zijn geboren, liggen de instroom en uitstroom veel dichter bij elkaar. In het eerste halfjaar van 2017 zijn ruim 34 duizend personen met Nederland als geboorteland de bijstand ingestroomd en ruim 35 duizend uitgestroomd. Onder personen uit de overige landen bedroeg de instroom bijna 21 duizend en de uitstroom 20 duizend. In deze cijfers is de uitstroom naar AOW niet begrepen.

Instroom, uitstroom en stand bijstandsontvangers naar geboorteland, eerste helft 2017
 Jonger dan 27 jaar27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd
Nederland
Instroom10,6149,5
Uitstroom8,216,610,4
Stand eind juni26,685,4118,1
Syrië
Instroom2,93,71,5
Uitstroom0,810,3
Stand eind juni9,520,18,2
Overig
Instroom4,29,96,6
Uitstroom2,710,56,8
Stand eind juni13,878,1107,9

Drie op de tien bijstandsgerechtigden krijgen re-integratieondersteuning

Eind maart 2017 (meest recente cijfers) maakte 28 procent van de bijstandsgerechtigden gebruik van een re-integratievoorziening. Deze voorzieningen zijn bedoeld om de binding met de arbeidsmarkt te versterken en daarmee de kans op werk te vergroten. Voorbeelden van re-integratievoorzieningen zijn loonkostensubsidie, participatieplaats, beschut werk, begeleiding op werkkring/job-coach en vervoersvoorziening voor het woon-werkverkeer. Bij een aantal van deze voorzieningen is een al dan niet tijdelijke baan inbegrepen.

Het aandeel bijstandsontvangers met een voorziening is hoger onder jongeren dan onder andere leeftijdsgroepen. Van de bijstandsgerechtigde jongeren tot 27 jaar heeft 35 procent een re-integratievoorziening, van 27- tot 45-jarigen en 45-plussers met bijstand heeft respectievelijk 33 procent en 24 procent zo’n voorziening.

In 2016 zijn bijna 30 duizend personen die naast de bijstand een re-integratievoorziening hadden, gestart met een baan die zij minstens één maand aanhielden. Van hen had bijna een kwart in de baan geen re-integratie-ondersteuning of aanvullende bijstand meer nodig. De overigen waren nog steeds aangewezen op een voorziening, een bijstandsuitkering, of op beide. Bijna 6 op de 10 ontvingen naast de nieuwe baan nog steeds aanvullende bijstand.

Situatie van personen met bijstand en een re-integratievoorziening, een maand na het beginnen met een baan, 2016
 Situatie een maand na het starten met een baan
% Werkend zonder voorziening en zonder uitkering7060
% Werkend met voorziening6030
% Werkend met een bijstandsuitkering3320
% Werkend met voorziening en bijstandsuitkering13150