Koopkracht daalde op Sint-Eustatius in 2014

Op Sint-Eustatius daalde de koopkracht in 2014 in doorsnee met 0,8 procent. Op Bonaire en Saba verbeterde de koopkracht van de bevolking juist met respectievelijk 1,2 procent en 2,7 procent. Dat meldt CBS. De veranderingen zijn in lijn met de eerder door CBS gemelde economische krimp op Sint-Eustatius en groei op Bonaire.

De koopkracht steeg op Bonaire nog met 3,2 procent in 2012, op Sint-Eustatius en op Saba zelfs met respectievelijk 4,5 en 4,6 procent. Het jaar daarna steeg de koopkracht op alle drie eilanden minder hard. Op Bonaire en Saba vlakte de daling vervolgens duidelijk af maar op Sint-Eustatius zette deze in versterkte mate door met in 2014 een negatieve koopkrachtontwikkeling.

Koopkrachtontwikkeling
Koopkrachtontwikkeling
 BonaireSint-EustatiusSaba
20123,24,54,6
20131,62,33,3
20141,2-0,82,7

Meer koopkracht voor werkenden

Personen in huishoudens die in zowel 2013 als 2014 voornamelijk inkomen uit arbeid of eigen bedrijf hadden, zagen hun koopkracht in 2014 stijgen. Op Bonaire bedroeg de stijging 1,9 procent, op Saba 2,1 procent, maar op Sint-Eustatius bleef de koopkrachtverbetering van deze personen beperkt tot 0,1 procent. Op Bonaire gingen personen met in beide jaren hoofdzakelijk een uitkering er eveneens in koopkracht op vooruit (0,3 procent). Op Sint-Eustatius daarentegen daalde de koopkracht van de uitkeringsgerechtigden met 0,9 procent. Uitkeringen op de Cariben omvatten onderstand, weduwen- en wezenpensioen en de algemene ouderdomsverzekering. Voor de uitkeringsgerechtigden op Saba zijn vanwege statistische redenen geen koopkrachtcijfers berekend.

Verandering koopkracht leeftijdsafhankelijk

Personen in huishoudens met een hoofdkostwinner tot 40 jaar profiteerden in 2014 op alle drie de eilanden van meer koopkracht. De meesten zitten nog volop in de opbouw van hun loopbaan, en hun inkomen stijgt door werkervaring en het verkrijgen van beter betaalde functies. Personen in deze leeftijdsgroep gingen er op Sint-Eustatius in doorsnee met 1,6 procent op vooruit; op Bonaire en Saba was dat 2,8 procent. Anders dan op Saba waar ook de oudere leeftijdsgroepen er flink in koopkracht op vooruit gingen, werden de 40- tot 60-jarigen en de 60-plussers op Sint-Eustatius geconfronteerd met een duidelijke koopkrachtdaling.

Koopkrachtontwikkeling naar leeftijdsgroep, 2014
Koopkrachtontwikkeling naar leeftijdsgroep, 2014
 BonaireSint-EustatiusSaba
Persoon in huishouden
met hoofdkostwinner tot 40 jaar
2,81,62,8
Persoon in huishouden
met hoofdkostwinner van 40 tot 60 jaar
2,1-0,82,9
Persoon in huishouden
met hoofdkostwinner van 60 jaar en ouder
0,3-0,92,2

De koopkracht van personen in huishoudens met minderjarige kinderen steeg op Bonaire en Saba met respectievelijk 3,0 en 2,8 procent. Op Sint-Eustatius bedroeg de stijging 0,2 procent.

Koopkrachtontwikkeling naar huishoudenssamenstelling, 2014
Koopkrachtontwikkeling naar huishoudenssamenstelling, 2014
 BonaireSint-EustatiusSaba
Persoon in huishouden
zonder minderjarige kinderen
0,4-0,92,4
Persoon in huishouden
met minderjarige kinderen
30,22,8

Lagere inkomens op Sint-Eustatius achteruit in koopkracht

Personen behorend bij de 75 procent laagste inkomens gingen er op Sint-Eustatius in koopkracht op achteruit. Het kwart met de hoogste inkomens daarentegen zag een verbetering van 1,5 procent. Op Bonaire gingen alle inkomensgroepen er in koopkracht op vooruit en hield de stijging verband met de inkomenshoogte: hoe hoger de inkomensgroep, hoe groter de verbetering in koopkracht. Op Saba profiteerde juist het laagste kwart inkomens het meest (5,2 procent). Deze forse stijging komt mede door de extra verhoging van de minimumlonen en uitkeringen op Saba in 2014. De hoogste inkomens op Saba gingen er met 0,3 procent het minst op vooruit.

Koopkrachtontwikkeling naar inkomenskwartielgroep, 2014
Koopkrachtontwikkeling naar inkomenskwartielgroep, 2014
 BonaireSint-EustatiusSaba
Persoon in huishouden met
inkomen in 1e kwartiel
0,3-0,95,2
Persoon in huishouden met
inkomen in 2e kwartiel
0,8-12,6
Persoon in huishouden met
inkomen in 3e kwartiel
1,8-2,23,6
Persoon in huishouden met
inkomen in 4e kwartiel
2,51,50,3