Vrijwel alle middelbare scholieren leren door

© Hollandse Hoogte
In het schooljaar 2014/’15 behaalden bijna 180 duizend leerlingen een diploma in het voortgezet onderwijs (bekostigd). Van hen ging ongeveer 92 procent het volgende schooljaar een vervolgopleiding doen. Vooral de geslaagden uit het vmbo startten na de zomer direct met een nieuwe studie. Meisjes die een havo- of vwo-diploma behaalden meldden zich het minst vaak (direct) voor een nieuwe studie. Zij kozen ook minder vaak voor de hoogst mogelijke vervolgstudie, meldt CBS

Meer dan 90 procent van de leerlingen in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo (vmbo-b en vmbo-k) die aan het eind van het schooljaar 2014/’15 een diploma ontvingen, begon na de vakantie op het mbo. Van de geslaagden in de theoretische en gemengde leerweg van het vmbo (vmbo-t/g) ging bijna 83 procent meteen door naar het mbo, meisjes bijna even vaak als jongens. Meisjes kozen ook bijna even vaak als jongens voor de havo.

Vervolgopleidingen van gediplomeerden vmbo-t/g 2014/’15
Vervolgopleidingen van gediplomeerden vmbo-t/g 2014/’15
 JongensMeisjes
mbo83,282,1
havo14,215
Uit (bekostigd) onderw.22,1

Bijna alle leerlingen met vmbo-diploma leren verder

Bijna 98 procent van de vmbo-gediplomeerden studeerde verder. Dat hangt samen met het gegeven dat vmbo’ers, ook al hebben ze een diploma, nog geen startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is behaald met een afgeronde havo- of vwo-opleiding, of een diploma van de basisberoepsopleiding in het mbo (niveau 2).

Vervolgopleidingen van havo-gediplomeerden 2014/’15
Vervolgopleidingen van havo-gediplomeerden 2014/’15
 JongensMeisjes
hbo77,674,3
mbo2,74,1
vwo5,44,8
Uit (bekostigd) onderwijs1315,6

Meisjes met havo-diploma minder vaak direct naar hbo

Van de havo-leerlingen die vorig jaar hun diploma ontvingen is meer dan drie kwart gaan studeren in het hoger beroepsonderwijs. Jongens kozen vaker dan meisjes voor het hbo. Van de jongens ging bijna 78 procent naar het hbo, van de meisjes 74 procent.
Meisjes stopten vaker dan jongens na de havo. Bijna 16 procent van de meisjes met een havo-diploma meldde zich niet (direct) aan voor een nieuwe studie, en 13 procent van de jongens.
De uitstroom van havo-gediplomeerden is vergeleken met de voorgaande twee jaren gestegen, maar is nog altijd lager dan in het schooljaar 2011/’12 (15 procent). Iets meer dan 5 procent van de havo-geslaagden stroomde door naar het vwo. Dit percentage is vergeleken met de voorgaande drie jaren iets gestegen.

Jongens met vwo-diploma vaker naar wetenschappelijk onderwijs dan meisjes

Drie kwart van de gediplomeerde vwo-leerlingen ging vorig jaar studeren in het wetenschappelijk onderwijs. Jongens maakten die overstap iets vaker (79 procent) dan meisjes (71 procent) . Van de vwo-gediplomeerden koos 10 procent voor het hbo. Jongens stroomden met 8 procent minder vaak dan meisjes (12 procent) door naar het hbo. Bepaalde opleidingen die populair zijn onder meisjes komen alleen op hbo-niveau voor, zoals de opleiding Leraar basisonderwijs (pabo).

Vervolgopleidingen van vwo-gediplomeerden 2014/’15
Vervolgopleidingen van vwo-gediplomeerden 2014/’15
 JongensMeisjes
wo78,871
hbo7,811,6
Uit (bekostigd) onderwijs12,716,5

Meer dan een op de zeven vwo-gediplomeerden verliet onderwijs in 2014/’15

Bijna 15 procent van de leerlingen die in het schooljaar 2014/’15 een vwo-diploma behaalden, ging niet direct door met een vervolgopleiding. Dat percentage is iets hoger dan in de twee voorafgaande jaren. Toen was de uitstroom respectievelijk 8 procent (2012/’13) en 11 procent (2013/’14).
Die grotere uitstroom valt samen met de invoering van het leenstelsel. Leerlingen die in het schooljaar 2014/’15 een diploma haalden en gingen studeren in het hoger onderwijs waren de eersten die vielen onder het nieuwe leenstelsel. In de jaren daarvoor kwamen nieuwe studenten in het hoger onderwijs nog in aanmerking voor een basisbeurs en loonde het dus om direct na het behalen van een havo- of vwo-diploma door te studeren.
De uitstroom in het schooljaar 2014/’15 is echter minder groot dan in het schooljaar 2011/’12 (18 procent). Toen was nog niet bekend wanneer het nieuwe leenstelsel zou worden ingevoerd.