Mbo'ers met veel praktijkervaring hebben vaker werk

Hoe meer praktijkervaring, hoe vaker schoolverlaters van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) na hun opleiding een baan hebben. Daarnaast spelen het niveau van het diploma, richting van de opleiding en herkomst van schoolverlaters een rol bij de arbeidsdeelname. Dat blijkt uit onderzoek van CBS

Arbeidsdeelname hoger met diploma beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

In het onderzoek is gekeken naar de arbeidsmarktsituatie in 2013 van twee soorten schoolverlaters die in de jaren daarvoor hun mbo-opleiding hadden afgerond. Het betreft mbo'ers die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) hebben gevolgd, waar minstens 60 procent van de tijd wordt besteed aan beroepspraktijkvorming, versus de groep die de meer theoretische beroepsopleidende leerweg (bol) had afgerond.

De ‘bbl'ers’ waren na hun opleiding vaker aan het werk. Van de ruim 67 duizend bbl'ers die vier jaar eerder hun opleiding afrondden had 84 procent in 2013 werk, tegen 71 procent van de 65 duizend ‘bol’-schoolverlaters.

Bbl'ers ouder en meer praktijkervaring dan bol’ers

Bbl’ers zijn gemiddeld ouder dan de bol’ers. De bbl’ers werken doorgaans al wanneer ze aan hun opleiding beginnen en regelmatig is hun leerwerkplek bij het bedrijf waar ze al werkzaam zijn. Ze volgen onderwijs om een volgende stap te maken of bij te leren. Bol-schoolverlaters lopen stage bij een bedrijf, maar zitten vooral op school.

Niveau diploma van belang bij bol’ers

Bol-schoolverlaters moeten het meer hebben van het niveau van hun diploma om aan werk te komen. Bij deze vaak jonge schoolverlaters geldt hoe hoger het niveau, hoe hoger de arbeidsdeelname. Onder bbl-schoolverlaters maakt het niveau van het dilpoma minder verschil voor het al dan niet hebben van werk.

Aandeel mbo-schoolverlaters (2008-2009) dat 1 of 4 jaar later werk heeft, naar diplomaniveau en leerweg

Grote kans op een baan na een technische opleiding

Naast het diplomaniveau speelt ook de richting van de opleiding een rol bij het krijgen van werk. Mbo-schoolverlaters met een opleiding in de techniek en procesindustrie hadden een grotere kans op een baan. Voor alle mbo-schoolverlaters is het tijdens de crisis lastiger geworden om een baan te vinden. Bij zowel bol’ers als bbl’ers met een opleiding in economie en administratie was sprake van een in verhouding flinke daling in arbeidsdeelname.

Arbeidsdeelname autochtonen hoger dan niet-westerse allochtonen

Ook herkomst speelt een rol bij het hebben van werk. Zo is de arbeidsdeelname onder autochtone schoolverlaters hoger dan onder niet-westerse allochtonen. De verschillen tussen beide herkomstgroepen zijn groter onder schoolverlaters die de bol-leerweg hebben gevolgd dan onder degenen met een diploma op zak van de meer praktijkgerichte bbl-leerweg.

Uit onderzoek (Elfering, Kuijk en Mommers, 2014) blijkt dat niet-westerse allochtonen de bbl-leerweg meer als werk dan als opleiding beschouwen en daarom juist voor de meer theoretische bol-leerweg kiezen. Daarnaast hebben ze meer moeite om een leerwerkplek te vinden wegens slechtere taalvaardigheden en cultuurverschillen.