Vooral handel verdient aan sportende Nederlander

Aan de verkoop van sportbenodigdheden in Nederland verdient de handel ruim 3,5 keer zoveel geld als de industrie. Nederlanders spenderen per jaar ruim 1,8 miljard euro aan sportbenodigdheden, maar het gros van de producten wordt ingevoerd en dus niet in Nederland geproduceerd. De Nederlandse industrie verdient jaarlijks zo’n 200 miljoen euro aan sportende Nederlanders, de handel 770 miljoen. Dat meldt CBS in een periodiek rapport over de Nederlandse sporteconomie.

De Nederlandse industrie produceert jaarlijks voor ongeveer 600 miljoen euro aan sportbenodigdheden, terwijl er voor 1,4 miljard euro wordt ingevoerd. Het grootste deel van die invoer, zo’n 590 miljoen euro, betreft sportkleding. Daarnaast wordt voor 410 miljoen euro aan sportartikelen als honkbalknuppels, hengels, skibrillen en scheenbeschermers ingevoerd. Vervoermiddelen zoals racefietsen en zeilboten vertegenwoordigen een invoerwaarde van ongeveer 330 miljoen euro. Vervoermiddelen worden wel relatief veel in Nederland geproduceerd.

Productie en invoer sportbenodigdheden, 2012

Net als de industrie verdient ook de handel niet alleen geld op de Nederlandse maar ook op de buitenlandse markt. De Nederlandse verdiensten van de handel zijn redelijk stabiel. De Nederlandse verdiensten van de industrie nemen daarentegen wat af.

Toegevoegde waarde binnen Nederlandse sporteconomie

De sportende Nederlander gaf in 2012 met 630 miljoen euro minder uit aan sportkleding en -schoenen dan twee jaar eerder, net als aan vervoermiddelen (350 miljoen euro). Aan sportartikelen (hockeysticks, voetballen, etc.) werd met 510 miljoen euro ongeveer evenveel uitgegeven als in 2010. Aan sportdrankjes en -voeding werd in 2012 140 miljoen euro uitgegeven. Dit is wel meer dan in het verleden.

Consumentenbestedingen aan sportbenodigdheden

De handel in sportbenodigdheden is slechts een onderdeel van de gehele sporteconomie. Die economie is veelomvattend en is vooral een diensteneconomie. Andere onderdelen van de sporteconomie zijn bijvoorbeeld media-uitgaven met betrekking tot sport, contributiegelden en kantineopbrengsten van sportclubs, kaartverkoop van sportwedstrijden, hotelovernachtingen gerelateerd aan het bijwonen van sportevenementen en ook het sportonderwijs. Lees hier het gehele rapport.